header.home link

"Vlaanderen bij beste van EU op vlak van IPM"

6 maart 2020
Vlaanderen behoort tot de betere leerlingen van de Europese klas als het gaat om geïntegreerde gewasbescherming. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) op een parlementaire vraag van Ludwig Vandenhove (sp.a) naar aanleiding van een rapport van de Europese Rekenkamer. Volgens dat rapport zou de EU er niet voldoende in geslaagd zijn om de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk te doen dalen. De minister stelt dat de aanbevelingen in het rapport niet zomaar zijn toe te passen op Vlaanderen.

Vlaanderen behoort tot de betere leerlingen van de Europese klas als het gaat om geïntegreerde gewasbescherming. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) op een parlementaire vraag van Ludwig Vandenhove (sp.a) naar aanleiding van een rapport van de Europese Rekenkamer. Volgens dat rapport zou de EU er niet voldoende in geslaagd zijn om de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk te doen dalen. De minister stelt dat de aanbevelingen in het rapport niet zomaar zijn toe te passen op Vlaanderen.

In het rapport ‘Duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: beperkte vooruitgang bij het meten en beperken van de risico’s’ bespreekt de Europese Rekenkamer de vooruitgang die is geboekt in de EU sinds de invoering van een richtlijn over duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit 2009. Die richtlijn stelt een kader vast om te komen tot een duurzaam gebruik van deze middelen door risico’s en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen en geïntegreerde plaagbestrijding (IPM) te bevorderen.

Volgens de Rekenkamer hebben de Commissie en de lidstaten maatregelen genomen om het risico van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en om geïntegreerde gewasbescherming in de praktijk te brengen. “Toch constateren wij dat er maar beperkte vooruitgang is geboekt op beide vlakken. Bovendien biedt de Europese wetgeving onvoldoende doeltreffende stimulansen om stappen vooruit te zetten”, klinkt het.

Eén van de aanbevelingen is dan ook dat er meer controle komt op het niveau van de landbouwbedrijven om te bekijken in welke mate landbouwers stappen zetten om geïntegreerde gewasbescherming toe te passen. De Europese Rekenkamer adviseert ook om die inspanningen van bedrijven te koppelen aan de betalingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Vlaams parlementslid Ludwig Vanhove (sp.a) wou dan ook van minister Crevits weten in welke mate Vlaanderen controles uitvoert op de toepassing van deze Europese richtlijn over het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en in welke mate er bijkomende stimulansen kunnen voorzien worden voor landbouwers opdat zij de principes in de richtlijn beter zouden onderschrijven.

Volgens de minister heeft Vlaanderen de Europese richtlijn in december 2014 omgezet in eigen besluitvorming. “Dit besluit voorziet in de verplichting voor landbouwers om de algemene beginselen van geïntegreerde gewasbescherming toe te passen. Op basis van die beginselen heeft het Departement Landbouw en Visserij gewas- of sectorspecifieke richtsnoeren opgesteld voor professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Een professioneel gebruiker moet zich aansluiten bij een erkend onafhankelijk controleorgaan”, legt Crevits uit.

In 2019 waren er ongeveer 13.000 professionele gebruikers bij zo’n controleorgaan geregistreerd. Zij werden ook gecontroleerd en tot eind vorig jaar waren er geen tekortkomingen die niet tijdig geremedieerd konden worden. “Dat hoeft op zich niet te verwonderen, want niet-naleving van de regels kan tot de intrekking van bijvoorbeeld het Vegaplan-certificaat leiden. Afnemers van landbouwproducten stellen dit private kwaliteitscertificaat vaak als voorwaarde om überhaupt te mogen leveren, dus de leverancier/landbouwer heeft er alle belang bij om de regels effectief te respecteren”, meent de minister.

De minister bevestigt dat geïntegreerde gewasbescherming of IPM vandaag geen deel uitmaakt van de Europese randvoorwaarden om GLB-steun te krijgen of om Vlaamse investeringssteun te ontvangen. “Via ons eigen investeringsfonds (VLIF) worden wel investeringen in het kader van IPM gesubsidieerd tot 30 procent van de investeringskost. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om investeringen in geavanceerde spuittechnieken met oog op driftreductie, mechanische onkruidbestrijding, enz.”, benadrukt ze.

Crevits zegt dat er ook nog andere maatregelen zijn die de boer ondersteunen bij het toepassen van IPM. “Zo is er gratis bedrijfsadvies en naschoolse vorming over IPM. Tot nu toe werd al 1,5 miljoen euro uitbetaald aan cursussen hierover. In totaal bereikten die maar liefst 90.000 deelnemers. Dat is vrij spectaculair, vind ik persoonlijk.” Bijkomend wordt via de gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor groenten en fruit de meerkost tegenover het minder milieubewuste alternatief gesubsidieerd. En tot slot werd eind vorig jaar nog een oproep gelanceerd voor onderzoeksprojecten rond mechanische onkruidbestrijding waarvan er in totaal drie werden goedgekeurd.

Het rapport van de Europese Rekenkamer is volgens de landbouwminister dan ook niet zomaar rechtstreeks toe te passen op Vlaanderen. “Kort na de omzetting van de Europese richtlijn naar Vlaamse wetgeving hebben wij een controle gekregen van de Europese instellingen en daaruit bleek dat Vlaanderen één van de betere leerlingen van de Europese klas was. De Rekenkamer publiceert een allesomvattend rapport. Veel van de aanbevelingen die in het rapport staan, zijn echter niet onmiddellijk toe te passen op Vlaanderen”, treedt Lieven Van Waes, raadgever Landbouw op het kabinet, zijn minister bij.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek