Vlaamse melkgeitensector heeft veel te danken aan kaasmaker Capra
duidingDe Vlaamse geitenkaasmaker Capra stal onlangs de show met de inhuldiging van een nieuwe filterinstallatie ter waarde van zes miljoen euro. Hiermee lijkt de toekomst van het bedrijf en de leveranciers/geitenmelkers gewaarborgd. Capra neemt een bijzondere positie in de Vlaamse geitensector in. Vooral dankzij dit bedrijf steeg de Vlaamse geitenmelkplas in 15 jaar tijd van drie naar 60 miljoen liter en vonden tientallen zij-instromers hun weg naar de landbouw, van een schrijnwerker tot een bezetter en een telecom-ondernemer.
Gehuld in een driedelig kostuum was Capra-CEO Guy Hex de gastheer van de officiële inhuldiging van een nieuwe filterinstallatie in de fabriek in Halen. Ook Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&v), een delegatie van het Franse moederbedrijf Agrial en tientallen geitenhouders/leveranciers waren op het feestje van Capra afgekomen. Een investering van zes miljoen euro in de verduurzaming van de fabriek moet Capra klaarstomen voor de toekomst.
Hex en Capra hebben ook andere tijden gekend. Kort na de millenniumwisseling kende Vlaanderen nauwelijks een geitenmelksector. Een tiental hobbyboeren produceerde drie miljoen liter melk. Bij de start van Capra ging Hex letterlijk en figuurlijk de boer op om geitenmelkers aan zich te binden.
Start als ambachtelijke kaasmakerij
Het verhaal van Capra - Latijn voor geit - begon in 1982 met Fred Verlinden, een hobbygeitenhouder met een eigen ambachtelijke kaasmakerij in het Limburgse Loksbergen. De kazen verkocht hij op lokale markten. Later vulde Verlinden zijn melkplas aan met geitenmelk van collega-geitenhouders. In 1997 verhuisde hij de productie naar het nabije Halen.
De ontwikkeling van de kleine zuivelverwerker sprong in het oog van de Limburgse ondernemer Armand Schellens. Die kocht in 2005 het bedrijf en had serieuze plannen. “Ik was op dat moment algemeen directeur bij zuivelbedrijf Yoko Fresh Food IDB in Genk. Armand belde me op en zei dat ik bij hem moest komen werken. Hij wilde van Capra de beste en meest innovatieve geitenkaasfabriek ter wereld maken. Ik stapte mee in het verhaal", vertelt Guy Hex.
Schellens investeerde tien miljoen euro in een verhoging van de capaciteit naar 30 miljoen liter melk. “Maar we hadden deze melk helemaal niet. Er was in België maar zo’n drie miljoen liter melk beschikbaar. Er waren een tiental geitenboeren die het meestal in bijberoep deden en per bedrijf zo’n 100 dieren molken”, herinnert Hex zich als de dag vandaag.
De Capra-topman liep stad en land af op zoek naar nieuwe leveranciers. Bekende ondernemers en landbouwers met beperkte toekomstperspectieven werden benaderd om een geitenbedrijf te starten. Ook geïnteresseerde zij-instromers kregen lucht van de noden uit Limburg en roken hun kans om landbouwer te worden.
Loonverwerking voor Fransen om capaciteit te vullen
Het was broodnodig om het melkgebrek op korte termijn op te vangen. “We waren bijna failliet...”, aldus Hex. Daarom nam het bedrijf contact op met Agrial, een Franse landbouwcoöperatie met een grote geitenzuiveltak. “We hadden opgevangen dat Agrial op jaarbasis zo’n 15 miljoen liter geitenmelk bij Nederlandse boeren ophaalde voor verwerking in Frankrijk”, aldus Hex.
De Capra-top stelde voor deze melk in Halen te verwerken en de kaas naar Frankrijk te brengen. “Zodoende kon Agrial zich veel vrachtwagenladingen op jaarbasis besparen. In retrospectief was dat onze eerste CO₂-reductie door de vermindering van het aantal transportkilometers”, meldt Hex nog. De Fransen gingen akkoord met de plannen en in 2006 startte Capra met de verwerking van de melk voor Agrial.
Deze samenwerking liep volgens Hex zo soepel dat de Fransen in 2009 besloten de kaasmakerij van Schellens over te nemen. “Binnen Agrial staan we te boek als uiterst flexibel. We kunnen de productie snel aanpassen aan de wensen van de klant. Bovendien is de afwezigheidsgraad van het personeel in Halen uiterst laag”, beschrijft Stijn Van Cuyck, industrieel directeur bij Capra, de huidige positie van het zuivelbedrijf.
Nieuwe melkgeitbedrijven uit de grond gestampt
Terwijl Agrial vanaf 2008 de helft van de capaciteit invulde met geitenmelk, breidde ook de eigen melkplas van Capra uit. De leveranciers waren stuk voor stuk nieuwe geitenmelkers, in de meeste gevallen ook nieuwe landbouwers. De voormalige telecombaas Ivan Konings startte een bedrijf met 2.700 geiten. In Herentals startte een schrijnwerker een geitenhouderij en in Rijkevorsel een bezetter. Een meerjarig leveringscontract met Capra had hen geholpen een lening bij de bank los te krijgen.
In de periode 2010-2020 zagen op deze manier tientallen geitenbedrijven in Vlaanderen het levenslicht. Het waren nieuwe bedrijven die hun bestaan aan Capra te danken hadden. De Vlaamse melkgeitenproductie nam in deze periode toe van drie miljoen liter naar 60 miljoen liter. Een aantal Vlaamse melkgeitenbedrijven levert aan Nederlandse zuivelaars, maar deze bedrijven worden gecompenseerd door Capra-bedrijven in Nederland.
Hex schat dat 75 procent van de Vlaamse melkplas in Halen wordt verwerkt. De 60 miljoen liter melk wordt geleverd door 48 bedrijven waarvan 11 uit Nederland, 33 uit Vlaanderen en vier uit Wallonië. De meeste Vlaamse bedrijven die onder impuls van Capra het levenslicht zagen, leveren tot op de dag vandaag aan de Limburgse verwerker.
Flinke terugval in geitenkaasproductie door corona
20 april 2021Vallen en opstaan
De succesvolle ontwikkeling onder Hex ging niet zonder vallen en opstaan. De coronacrisis luidden moeilijke tijden in bij Capra dat veel aan foodservice en horeca levert. Later kwam daar de energiecrisis en de inflatie overheen. Consumenten haalden de broekriem aan en bespaarden op hun geitenkaas, voor velen nog een luxeproduct.
Het was één van die momenten waarop Capra plotseling te veel melk had. Eind 2024 moest de kaasmaker 14 geitenbedrijven de wacht aanzeggen (Capra verwerkte op haar hoogtepunt 66 miljoen liter melk en had 60 leveranciers, red.). Hex liet de getroffen bedrijven weten dat de beslissing van hogerhand in Frankrijk was genomen. Hij beloofde hen te helpen een alternatieve afnemer te vinden. Voor twee bedrijven bleek dat niet nodig. De markt trok weer aan en Capra had de melk weer nodig.
Afhankelijkheid van een aantal melkerijen en afzetgebieden
Dit roept ook vragen op over de afhankelijkheid van de sector, die in de Benelux een handvol verwerkers kent. Hex benadrukt het belang van het Franse moederbedrijf. In Frankrijk is de traditie van zachte geitenkaas en andere geitenzuivelproducten veel wijder verspreid dan in onze contreien. Slechts 20 procent van de Capra-kaas wordt in België vermarkt.
De markt is verder sterk afhankelijk van China. Het Aziatische land is een grote afnemer van geitenmelkpoeder dat wordt gebruikt in babyvoeding. Als de Chinese vraag stokt, hapert de motor ook in andere segmenten. “De overtollige melk komt dan naar de kaasmakers en wordt tegen spotprijzen verkocht”, vertelde Hex enkele jaren geleden aan VILT. De vraag uit China vormde ook lange tijd een buffer voor Capra. Een melkoverschot kon naar de poederindustrie afgeleid worden.
Dat Agrial zoveel investeert in onze site, is een goed teken voor de toekomst en bewijst het vertrouwen dat ze in ons hebben
Nadat de rust vorig jaar terugkeerde, is het perspectief opnieuw minder rooskleurig. Een nieuwe energiecrisis tekent zich af, waardoor de vraag in Europa afneemt. Ook de afzet naar Amerika stokt, goed voor tien procent van de omzet van Capra. “Niet alleen de tarieven van Trump spelen hierbij een rol, maar onder de druk van de MAGA (Make America Great Again)-beweging is ook de perceptie van producten uit Europa sterk veranderd”, aldus Hex.
Hij benadrukt dat leveranciers zich geen zorgen moeten maken. Wat dat betreft, is ook de miljoeneninvestering van moederbedrijf Agrial een goed teken. “Dat Agrial zoveel investeert in onze site, is een goed teken voor de toekomst en bewijst het vertrouwen dat ze in ons hebben. Het is een Frans moederbedrijf en het is niet evident om van Franse bedrijven zulke grote investeringen te krijgen voor buitenlandse sites. Dit is goed nieuws voor onze 160 medewerkers en onze geitenhouders.”
"Groeiend potentieel voor geitenzuivelproducten"
De Capra-topman blijft net zo positief over het potentieel van geitenkazen als 21 jaar geleden toen hij bij het bedrijf startte. “De vraag naar geitenzuivelproducten in Vlaanderen, maar ook in andere landen, is de voorbije decennia enorm toegenomen, maar er is nog veel potentieel.”
Daarnaast verwacht hij dat de productie in belangrijke Europese landen verder zal dalen en de Europese melkplas niet zal stijgen. Hij wijst naar de stikstofproblemen en uitkoopregeling in Nederland. En Zuid-Europese landen lijden erg onder de klimaatopwarming. Door de hete zomers staat de productie van ruwvoer er onder druk. “In onze groep is er vorig jaar in Spanje acht procent minder gemolken om deze reden.”
Deze problemen in Zuid-Europa verminderen ook de afhankelijkheid van de Chinese markt. “Wat wij vandaag ook zien, is dat er meer en meer Benelux-melk al dan niet geconcentreerd wordt verkocht in Spanje, Italië en Griekenland. Ik schat dat op vandaag 10 tot 15 procent van de Benelux-melkplas naar het Zuiden gaat. Dat zorgt ervoor dat eventuele overschotten hun weg vinden naar andere markten.”