Schrijnwerker Tommy Meir start melkgeitenbedrijf in oude kippenstal
nieuwsVan schrijnwerker tot melkgeitenhouder: Tommy Meir uit Herentals koos voor dit bijzondere carrièrepad. 11 jaar geleden kocht hij het kippenbedrijf Noorderhoeve, dat toebehoorde aan de ouders van Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&v), en bouwde hij een succesvol melkgeitenbedrijf op. “Het gemekker van mijn klanten heb ik ingeruild voor het gemekker van mijn geiten.”
De geitenstal strekt zich over 100 meter uit en is onderverdeeld in vier potten, waar de dieren per leeftijd en productiegroep roteren. De stenen zijmuren zijn verhoogd met stalen balken, waarmee een open stal is gecreëerd. “We staan hier in een oude kippenstal. Deze stond vijf jaar leeg voordat ik besloot hier geiten te gaan melken”, verklaart Tommy Meir de atypische bouw van de melkgeitenstal.
Meir had een succesvol schrijnwerkersbedrijf met drie personeelsleden toen de landbouwmicrobe begon op te spelen. Van kinds af aan had hij interesse in de sector, hoewel zijn ouders geen landbouwers waren. “Mijn ouders niet, maar mijn grootouders hadden een gemengd melkveebedrijf waar ik vaak te vinden was”, vertelt hij over zijn landbouwachtergrond.
Moeilijk geld te vinden bij banken
Toen de Kempenaar op 27-jarige leeftijd besloot om zijn passie te volgen, was het grootouderlijke bedrijf inmiddels verkocht. Als nieuwkomer in de landbouw bleek het moeilijk om financiering te vinden. “Ik had de helft van de benodigde investering zelf gespaard, maar kon zelfs voor de overige helft geen lening vinden bij de bank. Overal was de eis dat ik kapitaal van mijn ouders inbracht.”
Uiteindelijk kwam de financiering toch rond. Een bouwploeg uit Nederland krikte de kippenstal anderhalve meter omhoog. De kosten van de aanpassingen aan de bestaande stal bedroegen slechts een fractie van de kosten van nieuwbouw. Daarnaast speelde ook zijn eigen handigheid in de kaart. Een oude vangrail van een snelweg, die ook bij andere landbouwers in de regio terug te vinden is (een oproep aan de VILT-lezers: wie kan deze vangrails verklaren?), gebruikte hij als afscheiding van het pad dat de melkgeiten naar de melkstand leidt.
11 jaar na dato is hij een volwaardig geitenhouder. Hij bouwde zijn melkgeitenstapel uit tot 840 dieren, waarvan 300 melkgeiten. Enkele jaren geleden bouwde hij ook een nieuwe stal naast de bestaande stal. Hierin is het niet-productieve jongvee ondergebracht. In de stro-stal staan de bokken waarmee hij de geiten in het najaar drachtig maakt.
Onmogelijk aan landbouwgrond te komen
De voormalige schrijnwerker bewijst dat ook nieuwkomers een kans van slagen hebben in de landbouw. Het enige wat hem als niet-boerenzoon ontbreekt, is grond. De huiskavel van drie hectare aan de zijkant van zijn stal is zijn enige grondbezit. “Het is enorm moeilijk om hier aan landbouwgrond te komen. In de pacht kom je er niet tussen en de aankoop is onbetaalbaar. Dan kun je beter voer aankopen.”
Dat is precies wat hij doet. De geitenmelker heeft samenwerkingsverbanden met een aantal boeren in de buurt, veelal gepensioneerde boeren. “Ik koop van hen grasklaver op stam, meestal voor vier tot vijf jaar op een rij. Dat betekent inkomsten voor de grondeigenaar. Tegelijkertijd verbetert hij de kwaliteit van zijn grond door blijvend grasland en door grasklaver, wat ook nog eens koolstof opslaat”, legt Meir uit.
De Kempenaar is overigens niet de enige nieuwkomer in de geitenmelkerij met roots in de bouw. Raf Lauryssen uit Rijkevorsel was bezetter toen hij eveneens 11 jaar geleden naar de geitenhouderij trok. De geitenhouderij was in die periode een booming business, waarbij de Belgische geitenmelkverwerker Capra uit Halen de aanjager was. Het zuivelbedrijf profiteerde sterk van de groeiende vraag naar geitenkaas.
Met deze melkerij ging Meir een samenwerking aan. Vorige donderdag was hij in Halen aanwezig bij de lancering van een verduurzamingsproject in de fabriek dat de CO-2 uitstoot terugbrengt en het waterverbruik vermindert.
Ik zou het zo weer doen
Anno 2026 kijkt Meir tevreden terug op zijn carrièresprong. “Ik heb het gemekker van mijn klanten ingeruild voor het gemekker van de geiten. Dat is een enorme verbetering”, zegt hij met een glimlach.
De landbouwer had vorige week hoog bezoek. Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&v) bezocht het geitenbedrijf in het kader van de Internationale Dag van het Landschap. Deze dag verwijst naar de Europese Landschapsconventie, die op 20 oktober 2000 in Firenze werd opgesteld en sinds 2005 van kracht is in België. Het is het eerste internationale verdrag dat zich specifiek richt op de bescherming, het beheer en de inrichting van alle Europese landschappen.
Brouns was er op uitnodiging van Regionale Landschappen, een organisatie in Vlaanderen die betrokken is bij het behoud, het beheer en de versterking van natuur, landschap, erfgoed en streekidentiteit. De keuze voor Noorderhoeve was te verklaren door de houtkant die recent langs het perceel werd aangelegd. Die houtkant moet bescherming bieden aan een zeldzame vleermuissoort. “Dit project toont aan hoe natuur en landbouw elkaar kunnen versterken”, klonk het lovend uit de mond van de landbouwminister.
Meir, die het gros van de bomen vergoed kreeg met een subsidie, is ook tevreden met het project. Dat de vleermuis de natuurlijke haag als navigatiemiddel gebruikt, is voor hem een bijkomstig voordeel. Maar het belangrijkste is: “De haag breekt de wind en zorgt ervoor dat het in winderige wintermaanden wat minder koud is in de stal.”
Ouderlijk bedrijf van politica
Naast Brouns was ook Vlaams parlementslid Mien Van Olmen (cd&v) aanwezig op het evenement van Regionale Landschappen. Voor haar heeft de Noorderhoeve een speciale betekenis. “Dit is mijn ouderlijke bedrijf. Zij hadden hier een kippenbedrijf en runden even verderop een melkveebedrijf.”
Dat melkveebedrijf is overgenomen door haar broer Ben Van Olmen, die zich omschoolde tot aspergeteler. Het kippenbedrijf is nu in handen van Tommy Meir. En Mien Van Olmen? Zij wierp zich op de politiek en is in het Vlaams Parlement nauw betrokken bij landbouwdossiers.