nieuws

Vier dilemma's voor minister Brouns: "Mijn grootste uitdaging is rechtszekerheid garanderen"

nieuws

Vier dilemma’s, telkens een keuze tussen twee uitersten. Zo kreeg Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) op de Nazomerontmoeting van Boerenbond de opdracht om positie te kiezen over de toekomst van de landbouw. Maar waar presentator Michaël Van Droogenbroeck hem in een bepaalde richting probeerde te duwen, koos Brouns opvallend vaak voor de gulden middenweg. Eén punt maakte hij wel duidelijk: als er één prioriteit is voor de Vlaamse landbouw, dan is het rechtszekerheid. Daarnaast pleitte hij voor maximale bescherming van landbouwgrond, verdere verduurzaming en meer vertrouwen in de boer.

Vandaag Griet Lemaire
Liesbet Corthout NZO 2026-16

1. Moet landbouwgrond maximaal beschermd worden of moet er ruimte zijn voor natuur, water, klimaat, wonen, industrie en andere functies?

Brouns: “Als ik echt moet kiezen, dan kies ik voor landbouwgrond maximaal beschermen. Landbouwgrond is geen restruimte die voor allerlei andere functies kan worden aangesproken. Als je mij vraagt wat vandaag de grootste uitdaging is voor onze landbouw, die vandaag al de meest duurzame is, dan is het die landbouw binnen de ecologische grenzen te krijgen. En wat heb je nodig om te verduurzamen? Dat is grond. Daarom hebben we met de Vlaamse regering na 30 jaar een blauwdruk gemaakt voor het ruimtebeleid van de toekomst.”

“Ik wil ook een lans breken voor meer natuur in dat landbouwgebied en dat kan, maar dan moet je het juridische zwaard dat boven het hoofd hangt van landbouwers wel wegnemen. Het kan niet dat landbouwers opnieuw grond moeten afstaan aan natuur wanneer blijkt dat zich zeldzame soorten zijn gaan nestelen in die landbouwnatuur. Landbouw en natuur lijken vaak lijnrecht tegenover elkaar te staan, maar dat is volgens mij ook een gevolg van de overjuridisering van de samenleving.”

2. Moet elke hectare landbouwgrond maximaal productief worden ingezet of moeten landbouwers ook ruimte krijgen om natuur-, water- en klimaatdoelstellingen te realiseren?

“De landbouwer die vandaag in Vlaanderen, en bij uitbreiding in Europa en de wereld, aan het boeren is, dat is per definitie een frontsoldaat die de klimaatverandering als eerste aan den lijve ondervindt. Als landbouwer mag je dan ook niet blind zijn voor die fenomenen. Hij moet voortdurend anticiperen en zich aanpassen aan die gewijzigde omstandigheden, zowel op vlak van regelgeving als klimaat.”

“Dit kost natuurlijk geld aan landbouwers en daarom vind ik dat het overeind houden van landbouwsubsidies zeker nodig is, al zullen ze in de toekomst wellicht nog meer op de verdere verduurzaming van de sector gericht zijn. Op vlak van technologische innovatie zijn we koploper, maar ik geloof ook heel sterk in wat we vandaag agro-ecologische praktijken noemen. De focus die er daar is op het bodemleven kan ook een antwoord formuleren op de klimaatverandering.”

Wat heeft de Vlaamse landbouw het meest nodig: ruimte om te experimenteren en innoveren of rechtszekerheid over de regels?

“Per definitie beiden. Als je vandaag vraagt in de landbouw wat prioriteit heeft, dan zal het antwoord rechtszekerheid zijn. Krijg ik een vergunning en houdt die stand? Want als boeren een investering doen, dan moeten ze ook zeker zijn dat ze die kunnen terugbetalen. Maar tegelijk moeten landbouwers ook ruimte krijgen om te innoveren, dat hangt gewoon samen.”

“Als je me vraagt wat mijn grootste uitdaging is als minister van Landbouw, en bij uitbreiding van de hele Vlaamse regering, dan is het die rechtszekerheid garanderen. We weten allemaal dat het Grondwettelijk Hof zich nog moet uitspreken over het stikstofdecreet. Tegelijk moeten we nu al werk maken van de overgang van een depositie- naar een emissiebeleid. We hebben beloofd dat tegen het eind van de legislatuur te realiseren, maar het zou natuurlijk altijd kunnen dat de uitspraak van het Grondwettelijk Hof ons dwingt om sneller te handelen.”

Er bestaat niet zoiets als één landbouwmodel, er is wel een kader met strenge Europese regels. De uitdaging is om binnen dat kader te kunnen boeren

Jo Brouns - Vlaams minister van Omgeving en Landbouw (cd&v)
  1. Moet het beleid vooral inzetten op grotere landbouwbedrijven die schaalvoordelen kunnen benutten of op kleinere familiale bedrijven met een sterke lokale verankering?

“Ik kies vooral voor een duidelijk kader waarin elk boer zijn gading kan vinden, met zo weinig mogelijk administratieve lasten en een samenleving die de boer waardeert, zowel als het gaat over perceptie als over eerlijke prijzen. Een ideaal bedrijfsmodel moeten we niet vooropstellen. Het gaat om ondernemerschap: je moet de vrijheid geven aan diegene die onderneemt. Er bestaat niet zoiets als één landbouwmodel, er is wel een kader met strenge Europese regels. De uitdaging is om binnen dat kader te kunnen boeren. Ik geloof heel sterk in technologie en innovatie, dat bewijzen we ook in Vlaanderen. Technologisch staan we al heel ver, maar er bestaat ook zoiets als systeeminnovaties. Daarbij moeten we vertrouwen geven aan de landbouwer over de manier waarop hij zijn bedrijfsvoering organiseert.”

“Ik vind dat we nog te vaak met wantrouwen naar de landbouwers kijken. Tegelijk kunnen de meeste Vlamingen niet inschatten wat een landbouwer elke dag moet doen en welke regels hij moet naleven om drie keer per dag eten op ons bord te krijgen. Het zou eigenlijk elke dag ‘Dag van de Landbouw’ moeten zijn.”

Premier De Wever: "Boeren zijn het kloppende hart van de samenleving"
Uitgelicht
De verhouding tussen N-VA en Boerenbond lijkt in twee jaar tijd stevig gekanteld. Dat is toch wat je mag verwachten na de passage van premier Bart De Wever (N-VA) op de Nazome...
gisteren Lees meer

Beeld: Boerenbond

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek