Opinie: "Milieuverenigingen krijgen miljoenen, maar wat krijgt de Vlaming daarvoor terug?"
OpinieVan de 79 milieuverenigingen die een erkenning aanvroegen bij Vlaanderen, kregen er 75 een positief advies. Dat is een slaagpercentage van bijna 95 procent. Een grondige evaluatie van de subsidies aan omgevingsverenigingen dringt zich op. Dezelfde eis van efficiëntie en verantwoording die geldt voor landbouwers, ondernemers en gezinnen, moet ook gelden voor organisaties die met belastinggeld worden gefinancierd. Dat schrijft Vlaams parlementslid Dries Devillé van Vlaams Belang in een opiniestuk.
Wie als landbouwer een vergunning aanvraagt, weet hoe streng de Vlaamse overheid kan zijn. Wie als ondernemer wil uitbreiden, krijgt te maken met een kluwen aan regels, voorwaarden, studies en controles. Maar wie als milieuvereniging aanklopt voor Vlaamse subsidies, botst op heel wat minder weerstand. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) op mijn schriftelijke parlementaire vraag over de erkenning van omgevingsverenigingen. Van de 79 verenigingen die een erkenningsaanvraag indienden, kregen er maar liefst 75 een positief advies. Een slaagpercentage van bijna 95 procent. Slechts vier organisaties vielen uit de boot.
Potentiële subsidiefactuur van meer dan 11 miljoen euro per jaar
De cijfers uit de bijlage bij het ministeriële antwoord zijn opmerkelijk. Bond Beter Leefmilieu komt in aanmerking voor een jaarlijkse basissubsidie van 1.080.000 euro. Voor Natuurpunt bedraagt dat 1.015.000 euro. Daarnaast kunnen 39 gewestelijke omgevingsverenigingen elk aanspraak maken op 150.000 euro per jaar en 34 regionale verenigingen op 85.000 euro. Samen vertegenwoordigen die bedragen een potentiële jaarlijkse subsidiefactuur van ruim 11,2 miljoen euro. Over een periode van vijf jaar zou dat, bij ongewijzigde bedragen en volledige toekenning, meer dan 56 miljoen euro betekenen.
Dat is belastinggeld. Geld dat eerst verdiend moet worden door Vlaamse gezinnen, werknemers, zelfstandigen en ondernemers. Uiteraard hebben natuurbehoud en een gezonde leefomgeving hun waarde. Niemand betwist dat verenigingen nuttig werk kunnen verrichten. Maar precies omdat het over zoveel overheidsgeld gaat, mogen we verwachten dat de besteding ervan streng, transparant en onafhankelijk wordt gecontroleerd.
De fundamentele vraag is niet hoeveel verenigingen een erkenning krijgen, maar wat de Vlaamse samenleving daarvoor terugkrijgt
Bijna iedereen geslaagd
Minister Brouns verklaart het opvallend hoge slaagpercentage door de ruime omschrijving van de erkenningsvoorwaarden in het decreet van 26 april 2024. Bovendien waren veel van de aanvragers ook in het verleden al erkend en gesubsidieerd. Maar dat antwoord stelt mij allerminst gerust. Als de voorwaarden zo ruim zijn dat bijna iedere aanvrager slaagt, moeten we ons afvragen hoe selectief het systeem werkelijk is. En als eerdere erkenningen mee verklaren waarom organisaties opnieuw een positief advies krijgen, dreigt een systeem waarin bestaande subsidieontvangers een vanzelfsprekende plaats verwerven. Een overheidssubsidie mag nooit een verworven recht worden.
Waar blijven de meetbare resultaten?
De fundamentele vraag is niet hoeveel verenigingen een erkenning krijgen, maar wat de Vlaamse samenleving daarvoor terugkrijgt. Hoeveel aantoonbare natuurwinst leveren deze subsidies op? Welke concrete verbeteringen van de waterkwaliteit, biodiversiteit of leefomgeving zijn rechtstreeks toe te schrijven aan de gesubsidieerde activiteiten? Hoeveel van het geld gaat naar concrete projecten op het terrein en hoeveel naar personeelskosten, communicatie, campagnes, administratie en belangenbehartiging? En vooral: worden die resultaten onafhankelijk geëvalueerd?
Het antwoord van minister Brouns maakt duidelijk hoe de erkenningsaanvragen worden beoordeeld, maar biedt geen inzicht in de daadwerkelijke maatschappelijke effecten van de subsidies. Dat is een wezenlijk verschil. Een vereniging kan een uitstekend subsidiedossier schrijven, aan alle administratieve voorwaarden voldoen en toch weinig meetbare meerwaarde realiseren.
Van organisaties die structureel door de overheid worden gefinancierd, mogen we vragen welk deel van die middelen naar natuurbeheer, dienstverlening of concrete milieuprojecten gaat en welk deel naar beleidsbeïnvloeding, campagnes en juridische ondersteuning
Overheid die haar eigen kosten niet kent
Ook de organisatie van de erkenningsprocedure roept vragen op. Volgens minister Brouns waren drie personeelsleden van het Departement Omgeving gedurende de periode van januari tot juni 2026 bij het beoordelingsproces betrokken. Daarnaast namen 16 externe commissieleden deel aan vier beoordelingszittingen. Zij ontvingen samen 12.393,43 euro aan vergoedingen. Maar hoeveel de volledige procedure aan personeelskosten heeft gekost, kan de minister niet zeggen. Het aantal gepresteerde uren of werkdagen werd eenvoudigweg niet geregistreerd. Dat is merkwaardig. De Vlaamse overheid vraagt van ondernemers en landbouwers steeds meer administratieve verantwoording, maar blijkt zelf niet in staat om de personeelskosten van een omvangrijke subsidieprocedure te becijferen.
Ook kritische vragen over belangenbehartiging zijn legitiem
Verschillende gesubsidieerde omgevingsverenigingen nemen actief deel aan het maatschappelijke en politieke debat. Dat is hun volste recht. Ook juridische procedures tegen overheidsbeslissingen kunnen in een rechtsstaat legitiem zijn. Maar wanneer organisaties structureel door dezelfde overheid worden gefinancierd, mogen we vragen welk deel van die middelen naar natuurbeheer, dienstverlening of concrete milieuprojecten gaat en welk deel naar beleidsbeïnvloeding, campagnes en juridische ondersteuning. Niet om het recht op kritiek of juridische actie in te perken, maar om te weten waarvoor belastinggeld precies wordt gebruikt. Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid zonder grondige evaluatie miljoenen blijft toekennen aan organisaties waarvan de maatschappelijke meerwaarde onvoldoende zichtbaar wordt gemaakt.
Subsidies moeten verdiend worden, niet geërfd
Vlaanderen moet besparen en keuzes maken. Landbouwers, ondernemers en gezinnen worden voortdurend aangespoord om efficiënter te werken en met minder middelen meer te bereiken. Diezelfde eis moet gelden voor organisaties die van de overheid leven. Daarom pleit ik voor een grondige evaluatie van de structurele subsidies aan omgevingsverenigingen, met duidelijke prestatie-indicatoren, transparantie over de besteding van middelen en een onafhankelijke beoordeling van de gerealiseerde resultaten.
Verenigingen die aantoonbaar waardevol werk leveren, moeten dat kunnen bewijzen. Organisaties die onvoldoende resultaten boeken, mogen niet automatisch op verdere financiering rekenen. Want uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet hoeveel verenigingen minister Brouns erkent. De belangrijkste vraag is wat de Vlaamse belastingbetaler terugkrijgt voor die miljoenen euro's.
Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Hij schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.
De auteur:
Dries Devillé is Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang. Hij zetelt er onder meer in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening.