Aantal gemelde nesten Aziatische hoornaar daalt voor het eerst
nieuwsVoor het eerst in jaren lijkt de opmars van de Aziatische hoornaar in Vlaanderen af te remmen. Dat blijkt uit cijfers van Vespa-Watch, het meldpunt voor de invasieve wesp. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) spelen de weersomstandigheden mogelijk een belangrijke rol. Ook imkers merken minder jagende hoornaars aan hun bijenkasten. Toch waarschuwen ze dat de strijd tegen de invasieve exoot nog lang niet gestreden is.
Sinds de eerste waarneming in 2017 heeft de Aziatische hoornaar zich in onze contreien razendsnel verspreid. De invasieve wesp is intussen in heel Vlaanderen gevestigd. Het aantal gemelde nesten nam de voorbije jaren steeds sterker toe. Tussen 2024 en 2025 steeg het aantal meldingen van ongeveer 8.000 naar ruim 26.000. Dit jaar lijkt die trend voor het eerst te keren. Volgens voorlopige cijfers van Vespa-Watch werden tot en met september 10.950 nesten gemeld. In dezelfde periode een jaar eerder waren dat er 16.099. In totaal werden vorig jaar 26.056 nesten geregistreerd.
Koudeprik en droge zomer
De weersomstandigheden kunnen een belangrijke verklaring zijn voor de daling, zegt INBO aan VRT NWS. Begin mei was er een koudeprik, net op het moment dat koninginnen hun eerste werksters grootbrengen. Sommige koninginnen hebben die periode mogelijk niet overleefd, waardoor hun nest uitstierf. Ook de zomer was ongunstig voor de Aziatische hoornaar. Door de droogte waren er minder muggen en wespen beschikbaar als voedsel. Bovendien was er minder nectar. Daardoor waren er minder insecten en dus ook minder prooien voor de hoornaar.
Imkers merken minder druk aan bijenkasten
Ook bij de imkers valt de daling op. Aan de bijenkasten vertaalt zich dat in minder druk. "Vorig jaar was de druk op de bijenkasten in verschillende regio’s enorm hoog”, vertelt Frans Daems van de Limburgse Imkersbond. “Dit jaar merken we aanzienlijk minder jagende werksters aan de bijenstand. Al zijn er nog altijd regionale verschillen en blijven sommige gebieden zwaar getroffen.” Daems ziet twee verklaringen voor een lager aantal nesten.
Naast de weersomstandigheden wijst hij op de vangst van meer dan 65.000 koninginnen tijdens het voorjaar. "Dat heeft volgens mij zeker een rol gespeeld", klinkt het. “Ik ben ervan overtuigd dat de voorjaarsvallen de groei van de populatie heeft getemperd.” Volgens Daems is het een ‘en-enverhaal', waarbij de voorjaarsvangst één maatregel is om de populatie af te remmen. “Als we geen spring trapping zouden doen, was het nu veel erger.” Of de voorjaarsvallen effectief een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de daling, kan INBO niet bevestigen. Het onderzoekinstituut analyseert momenteel de gegevens van de voorbije drie jaar. De resultaten daarvan worden volgend voorjaar verwacht.
Groei afremmen blijft belangrijkste doel
Toch betekent de daling niet dat de Aziatische hoornaar onder controle is. Daems benadrukt dat de soort definitief gevestigd is en dat het belangrijk is om de verdere groei van de populatie af te remmen. "Als we volgend jaar de groei kunnen verhinderen, zijn we goed bezig", stelt hij. Een nieuwe daling is volgens hem niet vanzelfsprekend. Daarvoor moeten de weersomstandigheden meezitten en moet de bestrijding op peil blijven. “Het is belangrijk dat elk gemeld nest ook effectief verdelgd wordt”, zegt hij. Volgens Daems loopt de aanpak vandaag nog te veel uiteen tussen gemeenten. Hij pleit daarom voor meer structuur en een gelijkvormige werkwijze, zodat gemelde nesten sneller worden opgespoord en verdelgd.
Daarnaast wordt gezocht naar nieuwe technieken om de opsporing efficiënter te maken. Zo zouden volgend jaar kleinere en lichtere zenders beschikbaar komen. Die moeten gemakkelijker op een hoornaar kunnen worden bevestigd, waardoor meer vrijwilligers ermee aan de slag kunnen. De daling van het aantal meldingen is volgens Daems dus een positieve ontwikkeling, maar geen reden om de inspanningen terug te schroeven. Het komende seizoen zal moeten uitwijzen of de populatiegroei daadwerkelijk kan worden afgeremd.