nieuws

Verantwoord en duurzaam ondernemen in de zuivelketen

nieuws
Alleen als alle actoren uit de keten zich engageren om samen rond duurzaamheid te werken, kan de sector op dat vlak écht vooruitgang boeken. Dat zegt Joop Kleibeuker, secretaris-generaal van de European Dairy Association (EDA) en gastspreker op de algemene vergadering van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ).
10 juni 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:22

Alleen als alle actoren uit de keten zich engageren om samen rond duurzaamheid te werken, kan de sector op dat vlak écht vooruitgang boeken. Dat zegt Joop Kleibeuker, secretaris-generaal van de European Dairy Association (EDA) en gastspreker op de algemene vergadering van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ).

Duurzaamheid is een alomtegenwoordig begrip deze dagen. Maar waar staat het eigenlijk voor? En hoe kan de zuivelsector er mee aan de slag? Over die vragen boog de Nederlander Joop Kleibeuker zich tijdens zijn presentatie op de algemene vergadering van BCZ. Kleibeuker is sinds 2002 secretaris-generaal van de European Dairy Association (EDA), en was daarvoor 12 jaar vicepresident van de afdeling Milieuzaken binnen de Campina-groep.

Vertrekpunt was de internationale context waarin de zuivelsector de komende jaren zal opereren: een planeet die tegen 2050 bevolkt zal zijn door ongeveer 9 miljard mensen, een bredere middenklasse, een hogere vraag voor hoogwaardige voedingsproducten, en een sterk gegroeid besef van een beperkte wereldwijde productiecapaciteit. Volgens Kleibeuker is duurzaamheid meer dan een modewoord, en gaat het over meer dan milieu en natuur alleen: het is onlosmakelijk verbonden met economische en sociale duurzaamheid.

Wat de zuivelsector betreft, heeft het begrip een brede toepassing. Zuivel draagt bij tot een gezond dieet, tot plattelandsontwikkeling en werkgelegenheid. Maar het kan ook negatieve effecten hebben op de biodiversiteit of de leefomgeving door de uitstoot van verschillende emissies. Ook wat dierenwelzijn, water-, land- en energiegebruik betreft, is duurzaamheid een belangrijk sleutelwoord voor de toekomst van de sector, aldus Kleibeuker. Maar hoe dringend moeten we daar werk van maken? Met andere woorden, hoe prioritair is ‘verduurzaming’?

Ons voedsel- en drankverbruik is verantwoordelijk voor 20 tot 30 procent van de impact van onze consumptie op het leefmilieu. Wat melk betreft, bedraagt het aandeel van melkproductie en -verwerking in de totale, wereldwijde CO2-uitstoot volgens cijfers van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) 2,7 procent. In Europa ligt die uitstoot per kilo melk wel een stuk lager dan in bijvoorbeeld Centraal- en Zuid-Amerika en Afrika. Vanuit de sector zelf wordt er steeds meer aandacht besteed aan duurzaamheid.

Kleibeuker haalde onder meer het voorbeeld van de Verenigde Staten aan, waar via ketenoverleg vrijwillige doelstellingen werden opgelegd om de uitstoot met 20 procent te verlagen. Ook in Nederland en het Verenigd Koninkrijk zitten melkveehouders met de verwerkende industrie rond de tafel om te bekijken op welke manier ze de milieu-impact kunnen doen afnemen. Maar ondanks de positieve impact van dergelijke initiatieven, gelooft Kleibeuker meer in een internationaal gedragen platform dat de verschillende initiatieven overkoepelt.

Het Dairy Sustainable Framework (DSF) kan zo’n paraplufunctie hebben, denkt de Nederlander. DSF brengt sectororganisaties van over heel de wereld samen en ontwikkelt een ondersteunend kader, gedragen door de sector, om de zuivelindustrie duurzamer te maken. Belangrijk daarbij is dat het niet om een normatief, maar om een ‘levend’ kader gaat, waarbij de input en feedback van de verschillende stakeholders voortdurend mee in rekening wordt gebracht. Want alleen als de hele sector zich engageert, is er vooruitgang mogelijk, besluit Kleibeuker.

Bron: eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek