nieuws

Vandenkendelaere praat over GLB op viering 15 jaar BAM

nieuws
De dienst Bedrijfsadvisering Melkveehouderij (BAM) van het West-Vlaamse onderzoeks- en adviescentrum Inagro bestaat 15 jaar. Inagro nodigde sectorgenoten, onderzoekers en politici uit om dat te vieren en samen achter- en vooruit te blikken. Zo ook met provinciegenoot en EU-parlementslid Tom Vandenkendelaere, die kwam vertellen over de lopende onderhandelingen rond het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Hij liet een aantal ballonnetjes op.
6 juni 2017  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:40

De dienst Bedrijfsadvisering Melkveehouderij (BAM) van het West-Vlaamse onderzoeks- en adviescentrum Inagro bestaat 15 jaar. Inagro nodigde sectorgenoten, onderzoekers en politici uit om dat te vieren en samen achter- en vooruit te blikken. Zo ook met provinciegenoot en EU-parlementslid Tom Vandenkendelaere, die kwam vertellen over de lopende onderhandelingen rond het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Hij liet een aantal ballonnetjes op.

Nog voor BAM 15 jaar geleden werd opgericht, was het toenmalige POVLT al bezig met begeleiding van melkveehouders in het kader van een 5B-project. Samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), Boerenbond en Diergezondheid Vlaanderen (DGZ) loodste het tien melkveebedrijven in de Westhoek door de woelige jaren ’90. Toen het project afliep bleek uit een enquête dat de deelnemers best bereid waren te betalen voor onafhankelijk advies over rantsoenen, ruwvoeruitbating en kengetallen. En zo geschiedde: met de financiële steun van de provincie West-Vlaanderen startte POVLT in 2001 met betaalde voorlichting door de dienst BAM.

Intussen zijn 90 melkveebedrijven erbij aangesloten, goed voor vijf procent van de West-Vlaamse melkveebedrijven. Gemiddeld houden zij 85 koeien, maar de veestapel van de deelnemers varieert van 20 tot 200 koeien. In totaal komt dat neer op zo’n acht procent van de West-Vlaamse melkveestapel. Of nog: ongeveer 800.000 liter melk per jaar per bedrijf. Ook biologische melkveebedrijven of bedrijven in omschakeling kunnen overigens bij BAM terecht, want sinds kort telt het 4-koppige team ook een bio-expert.

Wat krijgen de bedrijven in ruil voor hun financiële bijdrage? Minimaal drie keer per jaar een bezoek van een adviseur, advies via mail of telefoon, toegang tot een online platform met rekenmodules en andere handige tools en nieuwsberichten via e-mail. Inhoudelijk ligt de focus op technisch advies en kengetallen, zoals vruchtbaarheidscijfers, krachtvoederverbruik, bemesting, jongveeopfok, energiebesparing en beperking van luchtemissies. Daarenboven is het advies altijd op maat van het bedrijf. “Bij elke melkveehouder streven we ernaar zowel op financieel als op technisch vlak de beste route te kiezen, afhankelijk van de specifieke situatie op het bedrijf”, stelt coördinator Eddy Decaesteker op de bijeenkomst.

“De grootste troef van onze begeleiding is dat we de praktijkervaring van onze 90 bedrijven kunnen combineren met gericht onderzoek, doordat we ook betrokken zijn bij bepaalde onderzoeksprojecten”, klinkt het nog. Dat de dienstverlening geapprecieerd wordt door de aangesloten bedrijven, bewezen enkele getuigenissen (op video) tijdens de viering. Vooral het onafhankelijke statuut van BAM – wat een extra controle op het advies van andere erfbetreders toelaat, komt meermaals aan bod.

Na het tonen van een video en een uiteenzetting over de wereldmarkt door professor Jeroen Buysse van UGent (onder meer over het belang van buitenlands beleid), volgde een gesprek met enkele sectorgenoten en leden. Zij sneden onderwerpen aan zoals de volatiliteit op de wereldmarkt (“iets waarmee we moeten leren leven”, volgens Roel Vaes van Boerenbond), schaalvergroting of -optimalisatie (“onze bedrijven groeien, maar op een doordachte manier”, aldus Joris Relaes van ILVO), investeringen door de verwerkende industrie na de afschaffing van het quotum (“we beginnen daar nu de vruchten van te plukken”, nog Relaes), bioveiligheid (“wordt nog te zeer stiefmoederlijk behandeld in de melkveehouderij”, volgens Marcel Heylen van DGZ) en toekomstige onderzoeks- en adviesnoden (digitalisering, dataverzameling, maatschappelijke uitdagingen, consumententrends, enzovoort).

Tot slot kwam Tom Vandenkendelaere aan bod, zelf West-Vlaming van geboorte en sinds kort lid van de landbouwcommissie in het Europees Parlement. Hij lichtte een tipje van de sluier in verband met de lopende onderhandelingen over de hervorming van het GLB, die dit voorjaar gestart zijn. “Ik verwacht geen tabula rasa tegen 2020. Het systeem van directe steun zal waarschijnlijk niet geschrapt worden. Maar het systeem wankelt wel, met name de koppeling aan de definitie ‘actieve landbouwer’”, klinkt het. “Het biedt te weinig stabiliteit, en daarmee voldoet het niet aan de doelstellingen die opgesteld werden na de Tweede Wereldoorlog.”

Er wordt daarom gekeken naar de classificatie die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maakt in verband met risico’s. “Er zijn normale risico’s, eigen aan de stiel. Die moeten landbouwers zelf kunnen opvangen. Daarnaast zijn er risico’s die gedekt worden door marktinstrumenten, zoals oogst-, dier- en plantverzekeringen. Vlaanderen zit op dat vlak echter in een wat moeilijke situatie, omdat één storm hier grote gevolgen kan hebben voor verschillende bedrijven. Daarom kijken we naar systemen zoals in Canada (Business Risk Management) en het Verenigd Koninkrijk (onderlinge fondsen). En tot slot zijn er rampen, waarvoor we de mogelijkheid van een soort Europees rampenfonds bestuderen”, vertelt hij. 

Tijdens de consultatieronde over het GLB die Landbouwcommissaris Phil Hogan dit voorjaar organiseerde, werden zo’n 320.000 dossiers ingediend. Meer dan 20.000 daarvan kwamen uit België. “We hebben als klein land dus wel onze stem laten horen.” Vandenkendelaere benadrukt overigens dat er nog niets beslist is. “De Commissie is nu vooral naar haar succesverhalen aan het kijken. Het tijdelijke en vrijwillige melkreductieprogramma bijvoorbeeld. Er wordt gefluisterd dat die maatregel bijna zeker in het hervormingsvoorstel zal worden opgenomen.” 

Vergroening is dan weer iets dat volgens Vandenkendelaere niet zal verdwijnen. “De belastingbetaler wil immers een duurzame landbouw. Echter is de vergroening zoals we ze nu kennen, niet altijd een meerwaarde voor het milieu. Alle extra inspanningen van landbouwers volledig vergoeden binnen het GLB-budget, is evenwel niet mogelijk. Daarom vraag ik me af waarom we de andere schakels uit de agrovoedingsketen niet bij die vergroening betrekken. Als de burger het wil, moet de keten meebetalen”, is een van zijn bedenkingen.

Hij deelt tot slot nog een nieuwtje. “We zien een stijgende trend in het aantal oneerlijke handelspraktijken binnen de keten. Contracten die niet deugen, afnemers die leveranciers op niet correcte wijze dumpen, enzovoort. Er is nood aan een pakket met maatregelen om die trend tegen te gaan. Hogan werkt daaraan. De economische positie van de boer in de keten verbeteren, is immers een van de pijlers die hij naar voren schuift bij de hervorming van het GLB.”

Beeld: Tom Vandenkendelaere

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek