Spaanse varkenshouders beleven gouden jaren
nieuwsTijdens de voorbije twintig jaar ontwikkelde de Spaanse varkenshouderij zich tot een sterke sector die zich kan meten met de noordelijke Europese landen. Tegelijkertijd trof de financiële crisis Spanje ongemeen hard, met vooral voor de kleine bedrijven nefaste gevolgen. Dat blijkt uit een reportage van Varkensbedrijf, het onafhankelijk maandblad voor de Belgische varkenshouderij.
De Spaanse varkensprijs is vandaag de hoogste in Europa. De varkenshouders beleven mooie tijden, en dan vooral de grote ketens. De Spaanse varkenshouderij is gestructureerd volgens een sterk hiërarchisch ketensysteem, waarbij 80 tot 85 procent van de productie in handen is van een 15-tal grote integraties die de hele keten aansturen. De absolute reus uit de sector is Vall Companys, gevestigd in Lerida, dat 180.000 zeugen, eigen voederfabrieken, varkensproductie en vleesafzet groepeert.
Jaarlijks exporteert Spanje 1,4 miljoen ton varkensvlees, liefst 40 procent van de productie. Dat was ooit anders. Tien tot twintig jaar geleden moest Spanje nog de helft van haar varkensconsumptie invoeren, vooral in de vorm van biggen en vleesvarkens. De laatste tien jaar nam de export naar andere EU-landen echter met 270 procent toe. Ook de export naar derde landen is verdrievoudigd, met China, Hong Kong, Rusland, Japan en Zuid-Korea als belangrijkste afnemers. Enkel Denemarken en Duitsland doen beter.
Het hart van het succesverhaal bevindt zich in de Noordoostelijke regio Catalonië, waar 45 procent van de Spaanse varkensstapel geslacht wordt. Maar ook daar houden heel wat kleine varkensbedrijven het dezer dagen voor bekeken. De Europese dierenwelzijnseisen inzake groepshuisvesting voor zeugen verplicht de varkenshouders te investeren. Voor de grote integraties zijn de investeringen geen probleem, maar de kleinere zeugenhouders moeten aankloppen bij de banken, en die zijn sinds de crisis spaarzaam met het verstrekken van leningen.
Bron: Varkensbedrijf