header.home link

"Met nationaal beleid weinig perspectief te geven aan internationaal opererende landbouwsector"

8 september 2022

Door de internationale verwevenheid van de Nederlandse landbouw is het onmogelijk om de sector perspectief te geven met nationaal beleid. Dat schrijft Dick Veerman, hoofdredacteur van Foodlog, in een opiniestuk, als reactie op het vertrek van Henk Staghouwer als Nederlands landbouwminister.

Lees meer over:

'Boer, ga ondernemen'

“Boer, stop met waterskiën op klompen en ga ondernemen”, zei Peter Garstenveld, hoofdredacteur van Distrifood, het blad voor voedingsprofessionals, naar aanleiding van de boerenprotesten. Zo simpel kijkt iemand die snapt wat ondernemerschap betekent én die opgroeide in een boerenomgeving. Nederlandse boeren zijn kleine kmo’s die in een land met hogere dan gemiddelde vestigingskosten – die bovendien nog steeds stijgen – ‘gewoon melk’, bieten voor ‘gewone suiker’ en varkens ‘voor gewone worst’ produceren. Je kunt op je klompen aanvoelen dat zoiets niet kan. Daarom moeten boeren gaan ondernemen door waarde te creëren waar consumenten voor willen betalen.

Dat hoeft echt niet alleen door een dure niche op te zoeken. Daar zijn voorbeelden van. Zowel in niches als in grote volumes. Legkippenboer Ruud Zanders ging failliet, leerde bij een stalbouwer hoe het anders kan en deed ervaring op met de Rondeelstallen. Uiteindelijk bouwde hij met commerciële compagnons zijn hippe eigen merkei Kipster. Van dat merk maakt hij straks een internationaal succes en dan gaat hij verdienen aan het copyright van de formule in het buitenland.

Champignonteler Jan Klerken van Scelta ging de doodgewoon gangbare champignons van zijn vader verwerken en heeft inmiddels een belangrijk deel van de wereldmarkt voor diepgevroren champignonschijfjes in handen. En voor boeren die niet zo sterk zijn in zelf ondernemen en liever goed zijn in het verzorgen van dieren en land maar wel willen samenwerken om onderscheid te maken, hebben Albert Heijn en A-ware het Beter voor zuivel-programma gemaakt. Daar verdienen boeren prima mee: toen de melkprijs nog 35 eurocent was, kregen al ze 5 cent per liter meer; dat is ruim 14 procent extra.

Garstenveld blijkt gelijk te hebben. Als ze gaan ondernemen, kunnen boeren geld verdienen. En als ze dat niet kunnen dan kunnen ze in een keten geld verdienen. En als ze ook dat niet willen en niet kunnen ondernemen, dan kunnen ze beter stoppen en een baas zoeken. Dat moesten de kleine bakker en groenteboer ook die de winkels van hun ouders niet wisten te ontwikkelen.

Het kabinet ziet dat anders.

Nederland heeft bij uitstek geen kringlooplandbouw

Dick Veerman - hoofdredacteur Foodlog

Niet-vrijblijvende bijdrage van zakelijke partners

In het regeerakkoord van Rutte IV staat een zinnetje dat boeren een uitzonderingspositie geeft. We zetten de transitie in naar kringlooplandbouw met een goed verdienmodel, zodat boeren in staat gesteld en maatschappelijk gewaardeerd worden om de benodigde verandering te realiseren, waarbij jonge boeren toekomst krijgen. Daarbij verwachten we een niet-vrijblijvende bijdrage van banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de ‘retail’.

Daar staat met zoveel woorden dat de fundamentele veranderingen die het kabinet wil doorvoeren op het gebied van de landbouw, mogelijk gemaakt moeten worden door de zakelijke partners van de boer in Nederland.

Dat is nogal wat, want Nederland heeft bij uitstek geen kringlooplandbouw. Nederland importeert veevoer om er mest van te maken en maakt kunstmest die we zelf gebruiken in hoogproductieve teelten en exporteren. De landbouwproductie op Nederlandse grondgebied gaat voor 70 tot 95 procent naar het buitenland. Daarvan blijft 80 procent op de interne EU-markt. De menselijke mest die daar weer uit resulteert, gaat volledig verloren voor onze landbouw en gaat ook niet terug naar de gebieden waar we soja of andere gewassen voor onze dierhouderij inkopen. Met kringlooplandbouw heeft het niets van doen. Die kan ook niet bestaan rond wat de Nederlandse landbouw is: een import-, verwerkings- en exportbedrijf met toeleveranciers in het buitenland en afnemers in weer andere buitenlanden. Alleen Vlaanderen komt in de buurt van onze landbouweconomie.

Die import en export brengen een enorme internationale verwevenheid met zich mee die onmogelijk nationaal is op te lossen, zoals het zinnetje van het kabinet niettemin dicteert. Het betekent bovendien dat het wegvallen van belangrijke delen van die productie ergens anders onmiddellijk zal moeten worden opgepakt. Maar niet in Nederland. Dat zal gebeuren tegen standaard EU- en nationale eisen elders, terwijl Nederland die natuureisen nou juist fors wil verhogen. Maar het tegenovergestelde zal gebeuren.

Toch moeten en zullen supermarkten, banken, verwerkers en de toeleverende keten die inmiddels door pers en politiek voor regelrechte boeven worden uitgemaakt, betalen voor een complex van bedrijvigheid waar het nieuwe kabinet plots het tafelkleed onder wegtrekt. Die visie is inmiddels wijdverspreid in de samenleving en maakt het er voor bedrijven niet gezelliger op.

Uitgelicht
Via een parabel tracht Coen Hubers, coördinator van de AgriFood Hub van het Centre for Sustainability van de universiteiten Leiden, Delft en Erasmus, een kritische economische...
23 augustus 2022 Lees meer

Netto natuurverlies in plaats van winst

Rabobank bekent een beetje schuld, weigert daar echter voor te betalen en heeft in ieder geval de financiering aan boeren rond natuurgebieden alvast grotendeels stopgezet. De toeleveranciers van de boeren verwijten het kabinet dat het niet zomaar even het tafelkleed onder het landbouwhandelslandschap kan wegtrekken zonder dat alles omvalt, terwijl de natuur en het klimaat er geen cent beter van worden. Elders zullen klimaat en milieu en biodiversiteit er immers vaker slechter dan beter van worden. Dat levert een netto natuurverlies op in plaats van winst. Supermarkten en verwerkers gaven het kabinet te verstaan geen partij te zijn in wat zich inmiddels heeft ontwikkeld tot een diepgaand conflict met de nodige emoties over en weer.

Hier gaat iets gierend mis.

De commerciële partijen voelen zich miskend, want ze werken hard aan natuur en klimaat. Dat was alleszins de boodschap die onder meer door de CEO van Albert Heijn en de ex-baas van Unilever werd gebracht op het congres naar aanleiding van de 25-jarig bestaan van de EFMI Business School. Uit een debat dat daarop volgde, werd duidelijk dat klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn, fairness en gezondheid bovenaan het lijstje van prioriteiten van de zakelijke voedselketen zijn beland.

Wat Rutte IV de wereld laat zien, is dat vergaand klimaat- en milieuactivisme absurde effecten krijgen als je nationale maatregelen per se met ijzeren hand wil doorvoeren in een internationaal opererend land

Dick Veerman - hoofdredacteur Foodlog

Gevaar op suboptimalisatie

Het ministerie van Landbouw werkte afgelopen zomer over om perspectief te bedenken voor boeren. Met name supermarkten en levensmiddelenproducenten moeten 'niet vrijblijvend' - ze krijgen dus straf als ze dat niet doen - iets bedenken om voor vermoedelijk (precieze getallen zijn niet berekend) circa €11 miljard aan grondstoffen een hogere prijs te kunnen betalen. Plat gezegd, zij moeten extra waarde bedenken en maken die wij consumenten willen betalen voor eindproducten die zij maken en die voornamelijk in het buitenland worden gegeten en uitgepoept. Met dat geld moet de boer aan kringlooplandbouw kunnen gaan doen zodat de sanering en ombouw van de agrarische sector hier kan worden gefinancierd. Leuk, zeggen de supers en verwerkers terug: waar denkt u dat wij met onze verduurzaming mee bezig zijn? Op die vraag hadden de minister en zijn ambtenaren geen antwoord. Minister Henk Staghouwer besloot vermoedelijk daarom af te treden.

In een boeiend betoog legde onlangs Hans Blonk, Nederlands internationale grootmeester van de Life Cycle Analysis, uit waar het misgaat tussen overheid en bedrijven. Bedrijven die levensmiddelen produceren en verkopen verduurzamen hun wereldwijde toeleveringsketens en leveren daarmee een echte netto bijdrage aan het terugdringen van de negatieve effecten van de landbouw op natuur en klimaat. Regeringen kijken naar wat zij kunnen doen binnen hun nationale grenzen. Met dat nationalisme lopen ze het gevaar flink te suboptimaliseren. Bijvoorbeeld door kwalijke activiteiten te staken en de vervangende producten weer van elders te importeren. Daar worden ze niet zelden klimaat- en milieuschadelijker gemaakt, onder meer omdat ze van een gaseconomie naar een kolenregime verhuizen of omdat de landbouw er netto aanmerkelijk meer grond, water en mest per ton product kost.

Ook zonder Staghouwer is het kabinet bezig dat effect te versterken en de partijen die de voedselproductie verduurzamen flink voor de schenen te schoppen.

Wat Rutte IV de wereld laat zien, is dat vergaand klimaat- en milieuactivisme absurde effecten krijgt als je nationale maatregelen per se met ijzeren hand wilt doorvoeren in een internationaal opererend land. De internationale gemeenschap van bedrijven kan meer dan regeringen, maar de Nederlandse heeft daar geen boodschap aan en denkt niet na over manieren om een effectievere rol te pakken.

De politiek zou beter even pauze nemen om rustig na te denken hoe Nederland effectief kan bijdragen aan klimaat, milieu en natuur door zijn unieke positie in het internationale voedselsysteem

Dick Veerman - hoofdredacteur Foodlog

Geen denkraam om oplossing internationaal te vinden

Ik zeg niet dat regeringen verduurzaming domweg aan bedrijven over moeten laten. Ik zeg wel dat de nationale regeringen zich moeten realiseren dat ze bedrijven nodig hebben en dat die een stabielere, logischere en meer netto aan duurzaamheidswinst werkende factor zijn dan zij.

En ik zou nog iets willen zeggen. Het is geen toeval dat het bureau van Blonk, die de verwevenheid van internationale ketens in kaart brengt en helpt verduurzamen, in Nederland gevestigd is. Nederland is het foodagriland zijn dat grondstoffen naar zijn hol sleept, ze verwerkt (ook via dieren) en dan weer exporteert. Dat betekent dat een belangrijk deel van footprint zowel ecologisch als klimatologisch ergens anders ligt. Het neemt niet weg dat ons land ook zelf voor de uitdaging staat om lokale emissies en natuurkwaliteit op de gewenste niveaus te krijgen. We moeten niet het smeerputje van de internationale gemeenschap willen zijn omdat onze boeren zulke goede verwerkers zijn; dat spreekt voor zich.

Onze boeren zijn behoorlijk goed in efficiency, maar doen dat zo intensief en verwerkend op een klein kluitje dat het milieuconsequenties heeft die lokaal opgelost moeten worden. Dat kan onder meer door henzelf (door start-ups of overnames), hun kapitaal (door participaties) en hun coachende kennis (via betaalde advisering) of combinaties daarvan over de EU te verspreiden. Daar produceren ze immers voor. Omdat onze beleidsmakers dat lijken te vergeten, bewust of onbewust, is er geen denkraam ontstaan om de oplossing ook internationaal te zoeken.

Voor zover Den Haag op dit moment nog helder kan denken, zouden de ministeries en politiek er goed aan doen even pauze te nemen om rustig te kunnen nadenken hoe Nederland effectief kan bijdragen aan klimaat, milieu en natuur door zijn unieke positie in het Internationale voedselsysteem. Dat zou de discussie minder verward en absurd kunnen maken en de relaties weer een beetje kunnen herstellen. Een beetje maar, want de geest tegen 'de boeven van de industrie en supermarkten' is behoorlijk uit de fles en zal dat in de media en politiek ook nog wel een tijdje blijven.


Met dit opiniestuk, dat eerder op Foodlog.nl verscheen, wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De auteur:

Dick Veerman is hoofdredacteur en oprichter van Foodlog.nl, een interactieve onlinekrant op het gebied van voedsel en voeding. Het platform wil de plek zijn waar de ‘strategische conversatie’ van de maatschappij over de toekomst van voedsel en voeding in de 21e eeuw kan plaatsvinden.

Bron: Foodlog

Beeld: Twitter

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek