header.home link

Meer en gezondere aardbeien dankzij insectenkwekers

12 april 2021

Insecten en fruit, het lijkt niet meteen een geslaagde combinatie. En toch kunnen insectenkwekers en hun 'beestjes' de aardbeientelers helpen om meer en gezondere aardbeien te telen. “In de buitenste laag van de larven zit een stof die aardbeienplanten sterker kan maken”, legt biochemicus Lise Soetemans (VITO) uit. “Door die over de planten te sproeien, zijn die beter bestand tegen klimaatveranderingen en schimmels.”

Lees meer over:

Insecten en fruit, een combinatie die niet altijd in goede aarde valt. Toch bewijst biochemicus Lise Soetemans (VITO) het tegendeel: zij gebruikt larven om betere en gezondere aardbeien te kweken. Uit de larven puurt ze chitosan, een biostimulant die aardbeiplanten beschermt tegen schadelijke schimmels.

“Aardbeiplanten zij eigenlijk heel zwakke planten”, legt Soetemans uit. “Extreme weersomstandigheden en schimmelinfecties zorgen vaak voor een kleinere oogst en een slechte smaak. Daarom worden er gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen gebruikt, maar die zijn milieubelastend. En als ze blijven kleven aan het fruit ook nog ongezond. Maar daar kunnen larven verandering in brengen.”

Van de larven wordt eigenlijk enkel de buitenkant gebruikt. “Daarin zit een stof die we kunnen opzuiveren en vervolgens ombouwen tot chitosan”, aldus Soetemans. “Chitosan is een natuurlijk product en onschadelijk voor mens en milieu. Het lost op in water en reageert als een biostimulant. Door het over aardbeiplantjes te sproeien, worden de plantjes sterker. Op die manier kan je van een zieke aardbeiplant, een sterke en gezonde aardbeiplant maken.”

Door chitosan uit larven over aardbeiplantjes te sproeien, worden de plantjes sterker

Lise Soetemans - Onderzoeker (VITO)

Moeten we dan insecten kweken om chitosan te maken? “Nee”, reageert de biochemica. “Insecten worden nu al gekweekt voor de voedselindustrie. Die larven dienen bijvoorbeeld als voer voor kippen, vissen en varkens. Maar de dieren verteren enkel de binnenkant, dus kunnen we op voorhand de buitenkant al verwijderen. En dat is wat ik doe: ik bekijk hoe we het best die buitenkant onttrekken, wat de beste methode is om die product, de chitosan, te bekomen en hoe we het vervolgens over de velden moeten sproeien.”

De volgende stap is dan de vermarkting. “Zo willen we het bij de aardbeitelers brengen, zodat jij en ik binnenkort kunnen genieten van nog lekkerdere en nog gezondere aardbeien”, besluit Soetemans.

Meer weten? Lise Soetemans legt het je zelf uit in deze video.

Bron: Eigen verslaggeving / EOS

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek