Meer dan de helft van vrouwelijke landbouwers ervaart genderongelijkheid
nieuwsFalke Gillissen, student Agro- en Biotechnologie aan de hogeschool Odisee, onderzocht de rol en positie van vrouwen in de landbouw. Op basis van een enquête bij meer dan honderd vrouwelijke landbouwers uit Vlaanderen en Nederland blijkt dat vrouwen een essentiële bijdrage leveren aan de sector. Helaas ervaart 58 procent van de vrouwelijke landbouwers genderongelijkheid. Ongeveer evenveel vrouwen vinden dat ze harder moeten werken dan mannen om dezelfde erkenning te krijgen. Slechts iets meer dan de helft voelt zich door de omgeving erkend als volwaardige landbouwer.
Voor haar bachelorproef Agro- en Biotechnologie onderzocht Falke Gillissen de historische evolutie en de huidige positie van vrouwen in de landbouw. Daaruit blijkt dat de positie van vrouwen in de landbouw de voorbije decennia verbeterde, maar dat volledige gelijkheid nog niet bereikt is.
Brede verantwoordelijkheid, beperkte erkenning
Vrouwen vormen al eeuwenlang een onmisbare schakel binnen landbouwbedrijven. Tot op vandaag combineren vrouwelijke landbouwers nog steeds een uitzonderlijk breed takenpakket. Zo geeft 90 procent van de bevraagde vrouwen aan actief betrokken te zijn bij productie en dierverzorging. Daarnaast staat 65 procent mee in voor administratie en bedrijfsvoering, terwijl ongeveer 70 procent deze taken combineert met zorgtaken binnen het gezin.
"Veel vrouwen doen hetzelfde werk als mannen, maar worden nog te vaak gezien als 'de vrouw van' in plaats van als landbouwer. Dat blijft een belangrijke drempel", aldus Gilissen.
Die beperkte erkenning vertaalt zich ook in de cijfers. Zo ervaart 58 procent van de respondenten genderongelijkheid en vindt meer dan de helft dat zij harder moeten werken dan mannen om dezelfde erkenning te krijgen. Slechts iets meer dan de helft voelt zich door de omgeving als volwaardige landbouwer erkend.
Naast sociale barrières wijst het onderzoek ook op een structureel probleem. Vrouwen hebben wereldwijd nog steeds minder toegang tot land, kapitaal en opleidingen. In Europa wordt ongeveer 68 procent van de landbouwbedrijven geleid door mannen. In Nederland is meer dan 90 procent van het landbouwvastgoed in handen van mannen.
Vrouwen als motor voor de landbouw van de toekomst
Tegelijk ziet Gillissen duidelijke signalen van verandering. Vrouwen nemen steeds vaker zelf de leiding van landbouwbedrijven op en blijken vaak voortrekkers in duurzame en innovatieve bedrijfsvoering. "Veel vrouwen kijken anders naar landbouw. Ze denken sterker op lange termijn en hebben meer aandacht voor de omgeving en de gemeenschap", zegt ze. "Ze zetten bijvoorbeeld meer in op duurzaamheid, kleinschalige bedrijfsmodellen en lokale verankering."
Om de kloof tussen de genderongelijkheid te verminderen en het potentieel van vrouwen in de sector ten volle te benutten is het volgens Gillissen noodzakelijk om hen gerichte ondersteuning, meer erkenning en een betere toegang tot middelen te geven.
Volgens Kim Schoukens, voorzitter van de Women in Ag Foundation, levert het Belgisch-Nederlands onderzoek belangrijke cijfermatige onderbouwing voor een problematiek die vrouwen in de sector al langer aankaarten. "Het is een belangrijke stap om de kenniskloof te dichten en een sterke basis voor toekomstig onderzoek”, klinkt het.
Momentum voor verandering
Ook Leen Beke, coördinator landbouw bij Ferm, benadrukt het belang van meer zichtbaarheid en waardering voor boerinnen en tuiniersters. "Ze combineren ondernemerschap, zorg, administratie, innovatie en familieleven, vaak zonder de erkenning die daarbij hoort. Sterke boerinnen maken sterke landbouw- en tuinbouwbedrijven."