Aantal vrouwelijke bedrijfsleiders in Vlaamse landbouw stijgt verder
nieuwsSteeds meer Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven worden geleid door een vrouw. Vorig jaar telde de sector 6.763 vrouwelijke bedrijfsleiders, goed voor 22,1 procent van het totaal. Twee jaar eerder lag dat aandeel nog op 20 procent. “Deze stijging komt de hele sector ten goede”, aldus Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&v), die de cijfers opvroeg. “Vrouwelijke ondernemers pakken de bedrijfsvoering vaak net iets anders aan en hebben oog voor zaken die anders misschien onderbelicht blijven.”
Vorig jaar stonden 6.763 vrouwen aan het hoofd van een land- of tuinbouwbedrijf, dat zijn er 580 meer dan een jaar eerder. Het aandeel vrouwelijke zaakvoerders stijgt daardoor naar 22 procent. Van alle Vlaamse provincies heeft Antwerpen het hoogste aandeel (23,6%) vrouwelijke bedrijfsleiders. West-Vlaanderen volgt met 22,2 procent.
Jonge vrouwen vinden de weg naar landbouwondernemerschap gemakkelijker
Uit de leeftijdsverdeling blijkt dat vrouwen relatief sterker zijn vertegenwoordigd bij de jongere generatie zaakvoerders. Van alle zaakvoerders tot 40 jaar was in 2025 27 procent een vrouw, goed voor 1.419 vrouwelijke zaakvoerders. Bij de 40-plussers zijn er met 5.433 veel meer vrouwen in absolute aantallen, maar ligt hun aandeel met 21,5 procent lager.
Dat vrouwen hun weg vinden naar het landbouwondernemerschap, blijkt ook uit de cijfers van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). In 2025 werden 319 aanvragen geregistreerd voor VLIF-steun voor de opstart of overname door een jonge landbouwer. Daarvan waren er 109 afkomstig van een vrouw, goed voor 34 procent van alle aanvragen. West-Vlaanderen speelt daarbij een grote rol: 42 procent van de overname- en opstartdossiers door vrouwen kwam vorig jaar uit deze landbouwprovincie.
Actuele cijfers over de verdeling over de verschillende deelsectoren werden niet opgevraagd. Uit cijfers van 2024 blijkt wel dat vrouwelijke zaakvoerders in alle deelsectoren vertegenwoordigd zijn. De meeste begeven zich de sector 'overige graasdieren’ (31%), gevolgd door de pluimveesector (27%), de varkenshouderij (25%) en de glastuinbouw voor groenten (24%).
Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&v) juicht de aanwezigheid van vrouwen in diverse deelsectoren toe. “Hun aanwezigheid in élke deelsector toont dat zij mee de richting van onze Vlaamse land- en tuinbouw bepalen.” Ze ziet de evolutie dan ook als een inhoudelijke verrijking voor de sector: “Vrouwen kiezen vandaag duidelijk voor volwaardig leiderschap. Ze nemen beslissingen, dragen verantwoordelijkheid en zetten de strategische lijn van hun bedrijf uit. Vrouwelijke ondernemers hebben ook meer oog voor het sociale en maatschappelijke aspect van de sector. Deze evolutie kunnen we alleen maar positief noemen.
Beeld: Unsplash