header.home link

Meer dan 500 jonge boeren protesteren tegen stikstofakkoord

9 maart 2022

De ongerustheid en onduidelijkheid over het stikstofakkoord van de Vlaamse regering is groot bij de jonge boeren. Het was verzamelen geblazen in de thuisbasissen van de ministers Demir, Jambon en Crevits, maar alleen die laatste wilde hen te woord staan. De crisis in Oekraïne belooft nu al een lange schaduw te werpen over de discussies de komende maanden.

Lees meer over:
hilde

De Groene Kring, de organisatie voor jonge land- en tuinbouwers, organiseerde dinsdag in Genk, Brasschaat en Torhout een rouwstoet en bijhorende ceremonie om te protesteren tegen het stikstofakkoord van de Vlaamse regering dat volgens hen de doodsteek zal betekenen voor een hele generatie opvolgers in de landbouw. De locaties waren niet toevallig gekozen. Genk is de woonplaats van Minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA), in Brasschaat is Minister-President Jan Jambon (N-VA) nog steeds titelvoerend burgemeester en Torhout is de thuisbasis van landbouwminister Hilde Crevits (CD&V).

Onder een stralende lentezon waren er in West-Vlaanderen zo’n 200 jonge landbouwers verzameld om de populaire vice-minister-president in de Vlaamse regering aan de tand te voelen. Waar van te voren een dag van nationale rouw was aangekondigd voor de toekomst van de landbouw, had het er bij momenten meer de sfeer van een Vlaamse kermis met muziek en friet. West-Vlaanderen blijft traditioneel het zwaargewicht op agrarisch gebied; een derde van alle landbouwbedrijven is er gevestigd. “In West-Vlaanderen zijn we het minst slecht af in een algemeen slecht verhaal”, zegt de West-Vlaamse ondervoorzitter van de Groene Kring Ward Colman, “maar we willen ons ook solidair tonen met onze collega’s in Antwerpen of Limburg, waar bijna alle ruimte om te ontwikkelen wordt weggenomen.”

In Het Belang van Limburg deelt Sander Palmans, coördinator van het Proef en Vormingscentrum voor Landbouw in Bocholt die analyse: “Het wordt in Limburg echt bijna onmogelijk voor boeren om hun bedrijf uit te breiden. De drempel voor stikstof lag in de tijdelijke regeling nog vier keer hoger dan nu. Toen al heeft de provincie uitgerekend dat een bedrijf met 60 koeien op zijn minst op 17 kilometer van een natuurgebied moest liggen om aan die regel te voldoen. Maar in Limburg ligt bijna elke boerderij wel dichter bij een natuurgebied.”

pas1

Veel onduidelijkheid

Er zal nog veel stof moeten neerdalen om alle implicaties van het stikstofakkoord volledig juist in te schatten. De ondervoorzitter van de West-Vlaamse Groene Kring en varkenshouder in Anzegem Ward Colman vertolkte de onzekerheid die er ook na de verspreiding van de conceptnota PAS en de eerste webinars met de landbouworganisaties nog altijd heerst. “Eigenlijk moesten we al anderhalve week goed aan de slag zijn op de velden, maar we zitten nog in een verwerkingsproces. Na frustratie komt gelatenheid en dan de vraag welke toekomst er nog is? Wordt er uitgegaan van de impactscore die ons in 2014 is meegedeeld? Wat met het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), wordt dat nu op dezelfde manier behandeld als de SBZ-gebieden? Is alles wat men vraagt wel haalbaar en te integreren in onze bedrijfsvoering? Wordt er wel voldoende rekening gehouden met het feit dat wij een economische sector zijn die aan een hele keten werk geeft?”

Frank Decadt van de gelijknamige veevoederfirma ging op die lijn verder: “Er is geen doorrekening gebeurd naar de economische impact op de rest van de keten. Onze sectorfederatie BFA verwacht dat er 600 jobs zullen sneuvelen. De nadruk ligt op uitkopen, maar de ruimte die de stoppers creëren gaat verloren voor de blijvers. De nulbemesting treft de veehouders in hun productiviteit, terwijl langs de andere kant van Europa de waanzin toeslaat en de onzekerheid de prijzen tot ongekende niveaus zal opstuwen.” De veevoederfabrikanten geloven in kennis en onderzoek om de stikstofuitdaging aan te gaan. Met de ontwikkeling van enzymen die ammoniakproductie afremmen en het beter afstemmen van de eiwitinhoud op de ontwikkelingsfase van het dier zijn er nog relatief pijnloze reducties te realiseren.

Bart Dochy (CD&V), de voorzitter van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement benadrukte dat de onzekerheid over de vergunningen nu een bijkomende druk creëerde op de bedrijven. “Onteigening is in het verleden voorgekomen voor woningbouw of industrie. Toen stonden daar altijd correcte onteigeningsvergoedingen tegenover. Dat zal nu met stikstof niet anders zijn voor de rode en oranje bedrijven. Ook met de ontheffing van de nulbemesting komt de overheid op haar woord terug, maar daar zal een vergoeding van 10 à 12000 euro per hectare tegenover staan. Het stikstofbad mag niet weer vollopen, maar er moet marge ontstaan om stikstofruimte van het ene bedrijf naar het andere te laten stromen.”

impact pas

Alvast op vlak van rode bedrijven lijkt West-Vlaanderen gespaard . Er zouden er nog vijf zijn die er vervroegd mee moeten ophouden. Meer dan de helft van de bedrijven die moeten sluiten liggen in Antwerpen en Limburg, hoewel er alleen in West-Vlaanderen meer landbouwbedrijven zijn dan in die twee provincies samen. Voor de uitkoopregeling van de varkenssector zouden dan weer een goeie 700 bedrijven in aanmerking komen met een impactscore hoger dan 0,5 procent. Dat komt ongeveer overeen met een kwart van de 3700 varkensbedrijven in Vlaanderen. In totaal blijkt maar een derde van de landbouwbedrijven in Vlaanderen een impactscore te hebben die hoger ligt dan 0,1 procent.

In Limburg ondertussen voelt men de bui al hangen. "Vijf jaar geleden waren er nog 350 varkensboeren in Limburg, nu zijn er dat 300, tegen 2035 zullen er dat nog zo'n 25 zijn. Niet genoeg om Limburg van varkensvlees te voorzien, dat zal dus van West-Vlaanderen moeten komen. Daar hebben ze minder natuur en minder last van de stikstofregeling", zegt Sander Palmans aan HBVL.

Moeilijkste nacht

Landbouwminister Hilde Crevits bedankte de Groene Kring voor de serene organisatie en noemde de nacht van het stikstofakkoord de moeilijkste in haar politieke loopbaan. “We vragen een bovenmenselijke inspanning en ik begrijp dat er veel vragen en zorgen zijn, en we gaan zo goed mogelijk aan de slag met een individuele begeleiding. Daar maken we ook middelen voor vrij. Zonder akkoord was ook de hervergunning van bestaande bedrijven in gedrang gekomen. Nu is de vergunningszekerheid voor hen hersteld. Voor de jonge boeren gaan we een extra inspanning doen vanuit het VLIF. Het perspectief op groei in de toekomst moet nu hersteld worden, want een stolp over de landbouw tot 2030 wil ik absoluut niet. We staan voor een hele grote crisis, en we gaan onze boeren nodig hebben.”

Anders dan de N-VA-ministers die niet thuis gaven, konden de CD&V-prominenten de boeren wel nog altijd onder de ogen komen. Centraal in hun verdediging van het akkoord lijkt te gaan staan dat evenredig met de reductie-inspanning die gevraagd wordt ook de steunpercentages zullen worden opgetrokken. De Vlaamse regering wijst nu VLIF-middelen toe om de investeringen in emissiearme-stallen voor varkens en kippen en PAS-technieken voor runderen voor een groter deel terug te betalen. Waar vroeger alleen tot 30 procent subsidies waren voor de PAS-techniek zelf, zou het voor jonge boeren nu gaan over 65 procent van de totale kost van de stal. Op een stal van een miljoen euro, zou nu dus 650.000 euro gesubsidieerd kunnen worden. “Als je investeringen oplegt, en er geen perspectief is om die terug te verdienen door groei, dan is het logisch dat ook de steun omhoog gaat”, klinkt het bij een CD&V’er die de ins en outs van het akkoord goed kent.

Groene Kring-voorzitter Bram Van Hecke legde de nadruk op het ondernemerschap in de landbouw: “Mijn ouders zijn verhuisd uit Oost-Vlaanderen naar West-Vlaanderen omdat ze wilden boeren, dat was met vallen en opstaan, met fouten en tegenslagen, maar ook met de passie om altijd weer door te doen en een bedrijf uit te bouwen. Ondernemerschap is met uitdagingen omgaan. Alleen heb je nu het gevoel dat we in een situatie komen waar je zelfs als topondernemer niet meer uit raakt. Moet ik hier nog verder? Kan ik hier nog verder doen? Het zijn de vragen die aan veel keukentafels gesteld zijn. De sector onder een stolp zetten is geen ondernemerschap. We eisen een akkoord dat perspectief biedt voor jonge boeren die op lange termijn willen werken en hun bedrijf verder willen ontwikkelen. Het zijn wij die het gaan moeten doen, in 2045 zal niemand van onze leden nu gepensioneerd zijn.”

In de gesprekken achteraf werd duidelijk hoeveel onzekerheid en onduidelijkheid er nog heerst. Voor de varkenssector komt er een inspanning op stalniveau, maar wat als de doelstelling van de 30 procent minder varkens tegen 2030 niet gehaald wordt? Voor de melkveehouders is er wel een sectorale doelstelling van een goeie 23 procent minder uitstoot, die moet tegen 2026 halverwege zijn, anderzijds is er op stalniveau maar een verplichting van min 5 procent. Zal het verbouwen van oude stallen in aanmerking komen voor de steunmaatregelen of worden die waardeloos voor overnemers? Ook in het Turnhouts Vennengebied lijken we vertrokken voor twee jaar onzekerheid.

Van Hecke riep zijn leden op om hun stem te laten horen. “Er zijn nog geen wetteksten, alleen een politiek akkoord. We moeten tonen dat we een inspanning willen doen om de stikstof in Vlaanderen terug te dringen, maar ook dat het geen optie is om de toekomst van de voedselproductie in Vlaanderen binnen tien jaar nog eens te bespreken. We gaan de boer moeten opgaan om mensen van onze boodschap te overtuigen. Met de rug recht en de borst vooruit.”

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek