M-team helpt melkveehouders aan (uier)gezonde veestapel
nieuwsSommige wetenschappers halen minstens zo veel voldoening uit het delen van kennis als uit hun onderzoek. “Noem de begeleiding van melkveehouders gerust een hobby”, vertelt professor Sarne De Vliegher, hoofd van het M-team aan de Universiteit Gent. Samen met mede-oprichter dr. Sofie Piepers en een team van dierenartsen adviseert hij melkveehouders die geen raad meer weten met de uiergezondheidsproblemen bij hun koeien.
Het ‘M-team’ werd enkele jaren geleden opgericht door de dierenartsen Sofie Piepers en Sarne De Vliegher. Er werd een naam gegeven aan de mensen die dagdagelijks binnen de vakgroep Voortplanting, Verloskunde en Bedrijfsdiergeneeskunde van de Gentse faculteit Diergeneeskunde bezig zijn met (praktijkgericht) wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk onderbouwde advisering rond uiergezondheid en melkkwaliteit. Het team bestaat uit een achttal dierenartsen - de meesten zijn als doctoraatsstudent voornamelijk bezig met wetenschappelijk onderzoek - en drie ondersteunende krachten.
“Wij verrichten hoofdzakelijk toepasbaar onderzoek, waarbij de insteek heel vaak uit de praktijk komt en ook de resultaten teruggekoppeld worden met de melkveehouderij”, zegt professor Sarne De Vliegher. Naast het onderzoek en zijn onderwijsopdracht steekt De Vliegher samen met zijn collega’s van het M-team veel energie in dienstverlening. Dat kunnen zowel opleidingen zijn voor dierenartsen, erfbetreders en veehouders als bedrijfsbezoeken bij melkveehouders die geconfronteerd worden met uiergezondheidsproblemen in de veestapel, wat zich onder andere kan uiten door een hoog tankmelkcelgetal.
Naast de bedrijven met een groot aantal ‘probleemkoeien’ komt het M-team ook over de vloer bij melkveehouders die participeren aan het totaalpakket bedrijfsbegeleiding van de rundveepraktijk aan de Universiteit Gent. Terwijl het M-team op deze bedrijven waakt over de uiergezondheid, houden collega-onderzoekers onder meer de klauwgezondheid en vruchtbaarheid van de koeien in de gaten. Opdat de melkveehouderij in zijn geheel ook stappen voorwaarts zou zetten op het vlak van uiergezondheid en melkkwaliteit, investeert het M-team ook voluit in communicatie. Zo is er de maandelijkse nieuwsbrief M-news en het internationaal Engelstalig M²-magazine.
De dierenartsen van het M-team streven naar gezondere koeien en een rendabele en duurzame melkveehouderij. De Vliegher legt uit wat het ‘containerbegrip’ duurzaamheid voor zijn vak betekent: “Via begeleiding werken we aan een betere uiergezondheid. Wij willen vermijden dat dieren chronisch geïnfecteerd geraken. Op het einde van de rit resulteert dat in langer levende koeien. Uierontstekingen zijn immers een belangrijke reden voor een melkveehouder om koeien af te voeren”, verduidelijkt de professor.
Even belangrijk - en actueel - in het kader van duurzaamheid is het streven naar een lager antibioticumgebruik op melkveebedrijven, een thema waarrond het M-team een project heeft lopen dat gefinancierd wordt door Boerenbond, het lastenboek IKM en de Belgische zuivelindustrie. De Vliegher weerlegt mogelijke vooroordelen van landbouwers: “Preventie kost tijd en geld, maar rendeert onder andere omdat het dure antibioticabehandelingen uitspaart.” In tegenstelling tot andere dierziekten kan een melkveebedrijf niet volledig vrij zijn van mastitis. “Op elk bedrijf zijn er wel een paar probleemkoeien. De kunst is om het aantal infecties te beperken en vooral de gevaarlijke pathogenen zoals Streptokokken aan te pakken.”
Een dier behandelen met antibiotica is alleen aangewezen wanneer er een ‘optimale’ genezingskans is. Zogenaamde probleemkoeien worden beter opgeruimd. Wanneer veel koeien kampen met uierontstekingen kan dat natuurlijk niet. “Daarom associëren boeren het woord mastitis met een hoop miserie en stress”, weet De Vliegher. “Het kost hen extra werk om de melk van die probleemkoeien afzonderlijk te verzamelen. Deze melk mag immers niet verkocht worden vanwege de aanwezige antibioticaresiduen.” Wanneer probleemkoeien niet afgevoerd kunnen worden, melkt de boer ze best in quarantaine. “In de praktijk komt dat neer op laatst melken of een grondige ontsmetting van het melkstel na het melken van probleemkoeien.”
Door de schaalvergroting in de melkveehouderij - waarbij op bedrijven met melkrobots soms wordt ingeboet op uiergezondheid - ziet het er niet naar uit dat het M-team zijn inspanningen de eerstkomende jaren mag laten verslappen. “Wanneer bedrijven groeien door koeien aan te kopen, bestaat bovendien het risico op insleep van ziekteverwekkers. Zo komt Mycoplasma, een mastitisverwekker die niet behandeld kan worden met antibiotica, vaker voor op grotere bedrijven”, aldus De Vliegher. Toch ziet hij op het vlak van diergezondheid ook voordelen voor grotere bedrijven. “De boer heeft dan wel minder tijd om zijn dieren individueel op te volgen, maar kan dankzij de grotere omzet sneller beslissen om het advies van specialisten in te huren.”
Hoewel het een uitdaging is om voor de begeleiding van melkveebedrijven financiële middelen te vinden, maakt De Vliegher zich sterk dat het M-team melkveehouders met raad en daad zal blijven bijstaan. Nu al nodigt hij alle geïnteresseerden uit om op 5 en 6 augustus 2014 naar Gent te komen voor een kennisuitwisseling met de leden van de Noord-Amerikaanse National Mastitis Council.
Meer weten? Contacteer het M-team. Schrijf je in op de gratis nieuwsbrief M-news. Of consulteer de website van de Amerikaanse zusterorganisatie.
Beeld: M-team