Reportage

Loont een faunamengsel als alternatieve akkerbouwteelt?

Reportage

Waar veel akkerbouwers dit jaar worstelden met hun teeltplan, hakte Bert Geurts uit Riemst vrij snel de knoop door. Op zijn gemengd landbouwbedrijf zal hij vasthouden aan de formule van de voorbije jaren: een brede waaier aan verschillende teelten en faunamengsels op zijn minderwaardige percelen. Deze laatste levert zekerheid van een goede opbrengst, maar de ecoregeling roept ook vragen bij hem op.

Vandaag Jozefien Verstraete
Bert Geurts_Jozefien

Tussen de eerste bloesems in de fruitplantages van Zuidoost-Limburg maakt Bert Geurts zich klaar om binnenkort, als het droog blijft, zijn maïs en suikerbieten in te zaaien. Geurts heeft een gemengd landbouwbedrijf met 150 zeugen. Op de vruchtbare leemgronden zet hij een brede waaier aan gewassen. “Ik kies vooral voor klassieke teelten zoals tarwe, gerst, suikerbieten, chicorei, erwten en bonen, maïs en een beetje aardappelen”, zegt Geurts. Helaas zijn niet al zijn gronden van de beste kwaliteit. Daarom zaait hij ook een alternatief gewas: een faunamengsel.

Per toeval op de radar

Voor Geurts is de keuze voor dit alternatief geen reactie op het moeilijke jaar dat veel akkerbouwgewassen achter de rug hebben. “Ik heb mijn teeltplan niet veel gewijzigd. Ik doe verder zoals ik bezig ben. Er zullen altijd magere en betere jaren zijn. Vorig jaar heeft mijn chicorei veel opgebracht, en ik kan ook niet klagen over mijn aardappelen onder contract”, zegt Geurts.

De inzaai van faunamengsels kwam drie jaar geleden, eerder per toeval, op Geurts zijn radar. “In 2023 had ik gras gezaaid op een perceel dat zeer veraf gelegen is. Wanneer bleek dat de vergoeding rond braaklegging veranderde en economisch minder voordelig zou zijn, had ik geen tijd meer om er een teelt op te plaatsen. Het was toen een uiterst nat jaar, en ik had mijn handen vol met de inzaai van mijn goeie akkers. Nadat ik dit tot een goed einde had gebracht, zag ik dat ik er nog een faunamengsel op kon plaatsen. De inzaaitijd is vrij flexibel bij faunamengsels”, vertelt Geurts. “Dit vind ik een groot voordeel. Bij beheerovereenkomsten is er een vrij strikte datum en heb je in zo’n drukke periodes niet de marge om uit te stellen en eerst je hoofdteelten op te starten.”

Het is spijtig dat er een minimumoppervlakte bestaat voor faunamengsels. Op kleine restpercelen is de ecologische kost net zeer hoog, in verhouding tot de teeltopbrengst

Bert Geurts - Bedrijfsleider van een gemengd landbouwbedrijf

Enkel op minderwaardige percelen

Sindsdien heeft Geurts enkele kleine percelen met een faunamengsel. Hij is fan van de ecoregeling mits één grote kanttekening: enkel op minderwaardige percelen. “Ik zaai enkel faunamengsels in op mijn minderwaardige percelen die ofwel een slechte bodemkwaliteit hebben, zeer klein in oppervlakte zijn, veraf liggen of een combinatie van de drie”, aldus Geurts.

Hij zal dit jaar drie hectare met faunamengsel inzaaien. “Op die percelen zet ik anders maïs maar dit is nooit echt rendabel. De kosten zijn telkens zeer hoog. Ofwel omdat de opbrengst laag is omdat de grond weinig vruchtbaar of slecht bewerkbaar is, ofwel omdat ik er veel tijd in moet steken om telkens op en af te rijden. 95 procent van mijn percelen ligt op twee kilometer. Maar ik heb ook enkele kleinere percelen liggen op 15 kilometer.”

Hij vindt het spijtig dat er een minimumoppervlakte van 30 are bestaat voor de ecoregeling. “Ik begrijp dit niet zo goed. Faunamengsels zijn toch bedoeld om het milieu te verbeteren? Net op die minderwaardige restpercelen ligt de ecologische kost om er nog iets te telen hoog, zeker in verhouding tot wat ze opleveren.”

De overheid is met deze ecoregeling een grote concurrent voor landbouwgrond

Bert Geurts - Bedrijfsleider van een gemengd landbouwbedrijf

Overgesubsidieerde teelt?

Al twee jaar kreeg Geurts 1.500 euro per hectare voor zijn faunamengsels. Door ook nog enkele andere ecoregelingen toe te passen, zoals niet-kerende grondbewerking en effectieve organische koolstofopbouw, komt hij uit op 1.750 euro per hectare. Dat levert hem financieel meer op dan maïs.

De vraag of de ecoregeling overgesubsidieerd is, laat zich volgens Geurts niet met ja of nee beantwoorden. “Het is dubbel. Moesten de subsidies verminderen, en ik kan de perceeltjes niet in beheerovereenkomst steken, dan zou ik er waarschijnlijk weer maïs op zetten. Wat noch een extra verdienste geeft voor mij, noch voor de biodiversiteit. Maar ik wil op die percelen ook geen geld verliezen, liefst van al verdien ik er iets aan. Wie niet?”

Tegelijk ziet hij de ecoregeling ook als een vorm van concurrentie. “In dit geval is de overheid opnieuw een grote concurrent voor landbouwgrond”, zegt Geurts. Voor verpachters is het soms financieel interessanter om een faunamengsel op hun akkers te zetten, dan het te verpachten aan een boer die er een teelt op zet. “Ik heb er alle begrip voor, maar vind het soms wel wat spijtig als ik goeie vruchtbare grond verloren zie gaan aan faunamengsels.”

Minimum uit de regelgeving, maximum erin

“Ik ben een landbouwer in hart en nieren, ik zie faunamengsels niet als een alternatieve hoofdteelt. Het heeft zeker wel een plaats op minderwaardige grond. Daarom vind ik dat de overheid de minimumperceelgrootte uit de regeling moet halen, en er ook een maximum op zou moeten zetten. De druk op de pachtgronden zou minder worden als de steun beperkt wordt tot een deel van het areaal.”

In tijden waarin de onkruidbestrijding steeds schaarser wordt, wil ik die onkruiddruk nu niet verhogen

Bert Geurts - Bedrijfsleider van een gemengd landbouwbedrijf

Onkruiddruk is groot

Zelfs bij nog lagere prijzen voor zijn akkerbouwgewassen zou Geurts geen faunamengsels inzaaien op zijn beste percelen. “Het grote voordeel van de ecoregeling is dat je zekerheid hebt. Je weet dat er op het einde van de rit een opbrengst is. Dat heb ik momenteel niet bij al mijn andere teelten. Maar ik heb weinig controle over de onkruiddruk die achterblijft”, zegt hij. “In tijden waarin de onkruidbestrijding steeds schaarser wordt, wil ik die onkruiddruk nu niet verhogen.”

Het onkruid dat het meest opduikt in zijn percelen is melganzevoet of melde. Ook distels komt hij veel tegen. “In de granen en mais is melde geen probleem. Ik zou er wat kosten moeten insteken om opnieuw onkruidvrij te maken, maar dat zou goed komen als het een jaar met veel vocht en goede temperaturen is. In een droog en schraal jaar zou het heel wat moeilijker worden. Maar dat weet je niet op voorhand. Een volledig ander verhaal is wanneer ik na mijn faunamengsels chicorei zou plaatsen. Doordat de onkruidbestrijdingsmiddelen flink verminderd zijn in de laatste twee jaar, is melde een hardnekkig onkruid geworden dat je absoluut wil vermijden in de chicoreiteelt. Voor suikerbieten zou het momenteel ook geen probleem zijn, omdat we ALS-resistente bieten hebben. Maar op termijn zal die resistentie afnemen.” Door het gebrek aan bestrijdingsmiddelen en een groeiende onkruiddruk, zou Geurts daarom niet het risico nemen om faunamengsels op zijn betere percelen te zaaien.

Om de onkruiddruk zo laag mogelijk te houden, zitten in zijn mengeling veel bedekkers en zaait hij ook zeer dicht. “Ik zaai dikker dan de aanbevolen 50 kilo per hectare”, aldus Geurts. “Plaatselijk mechanisch met een bosmaaier het onkruid wegdoen is toegelaten, maar dat is niet zo effectief. Ik vind het spijtig dat er niet plaatsspecifiek chemisch bestreden mag worden.”

Kortdurende verbintenis

Naast een gegarandeerde opbrengst vindt Geurts het ook een voordeel dat de faunamengsel-ecoregeling maar een kortdurende verbintenis is. “Ik heb ook een beheerovereenkomst met VLM voor een perceel van vier hectare. Dat levert iets meer op dan de ecoregeling, maar het is onmiddellijk een verbintenis van vijf jaar. Loopt de onkruiddruk te hoog op, kan ik met faunamengsels ten minste het jaar erop iets anders doen. Bovendien telt het perceel ook mee voor mijn bemesting”, aldus Geurts.

Geurts is in zijn omgeving niet de enige die faunamengsels in zijn teeltplan heeft staan. Hij zaait ook faunamengsels in loonwerk bij andere akkerbouwers en merkt een stijging op in de percelen in zijn omgeving. “Dat vind ik goed, ik weet dat we moeten werken aan biodiversiteit. Al blijf ik in de eerste plaats een akkerbouwer en zal ik altijd akkerbouwgewassen verkiezen boven een faunamengsel op mijn productieve percelen.”

Verzamelaanvraag indienen kan nog tot en met 30 april
Uitgelicht
Nog tot donderdag 30 april kunnen land- en tuinbouwers het gebruik van hun percelen en hun steunaanvragen aangeven in de verzamelaanvraag. Die is vanaf nu beschikbaar op het e...
23 februari 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek