Krijgt Vlaanderen voor het eerst regionaal GLB?
nieuwsEind 2017 maakte de Europese Commissie bekend wat in grote lijnen de belangrijkste hervormingen in het nieuwe GLB zullen zijn en op 31 mei wordt dat nieuwe Europese landbouwbeleid uitgebreid voorgesteld in het Parlement. Ondertussen lekken steeds meer details uit. Zo wist Begrotingscommissaris Oettinger te vertellen dat het Europese landbouwbudget met ongeveer 6 procent zal krimpen en zou er een bovengrens voor directe steun komen van 60.000 euro per jaar. Ook opmerkelijk: de Vlaamse vraag om de nationale beleidsplannen per regio in te dienen zou worden ingewilligd.
Het nieuwe GLB wordt eenvoudiger en flexibeler. In die algemene bewoordingen kondigde Europees Landbouwcommissaris Phil Hogan eind vorig jaar de krijtlijnen van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid aan. De voorbije maanden werd die visie in een concreet voorstel gegoten waarmee de Commissie eind mei naar het Parlement trekt, op 2 mei wordt tijdens de voorstelling van het Meerjarig Financieel Kader duidelijk hoe groot het budget voor dat voorstel zal zijn. In de aanloop naar die belangrijke afspraken circuleert de ontwerptekst al volop in de Europese wandelgangen.
Zo liet Europees Begrotingscommissaris Oettinger al weten dat een besparing op het GLB-budget “onvermijdelijk” zou zijn. Concreet zou het om een krimp van ongeveer 6 procent gaan. Daarnaast zou er een bovengrens voor directe steun komen op 60.000 euro per landbouwer per jaar. Voor Vlaanderen ligt die grens nu op 150.000 euro. De centen uit het Europese landbouwpotje moeten ook beter (her)verdeeld worden met meer aandacht voor kleine en middelgrote bedrijven en jonge landbouwers zullen via een aanvullende inkomenssteun een extra duw in de rug krijgen.
Ook de vergroeningsarchitectuur wordt vernieuwd: de vergroeningsmaatregelen en de zogenaamde cross compliance die bepaalt dat landbouwers moeten voldoen aan bepaalde Europese richtlijnen inzake natuur of milieu om steun te kunnen ontvangen worden samengevoegd en er komen nieuwe voorwaarden rond het gebruik van kunstmeststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast komt er meer nadruk op opleiding en bedrijfsadvies en kunnen lidstaten in het kader van risicobeheer voortaan steun verlenen aan financiële bijdragen aan premies voor verzekeringsstelsels of gemeenschappelijke fondsen.
Specifiek voor ons land spring één maatregel in het uitgelekte voorstel in het oog: in tegenstelling tot in eerdere versies is er nu wel sprake van de mogelijkheid om nationale beleidsplannen per regio in te dienen. Die mogelijkheid zou onder meer voor Duitsland en ook België gelden, waardoor Vlaanderen los van Wallonië zijn plannen zou mogen overmaken aan de Commissie. Vanuit de Vlaamse overheid werd hierop sterk aangedrongen tijdens eerdere gesprekken met de Commissie.
“Het vertrek van de Britten en de prioritaire aandacht voor meer veiligheid, slaan een gat in de Europese begroting”, zo reageert Europarlementslid Tom Vandenkendelaere (CD&V) op de gelekte voorstellen. “Dat zal zich ook laten voelen in het landbouwgedeelte, nog altijd goed voor 40 procent van het EU-budget. Mijn boodschap is duidelijk: als we dan toch moeten besparen, moeten we dat slim en gericht doen. Het voorstel dat nu, voorlopig, op tafel ligt lijkt me een goed signaal: een bovengrens van 60.000 euro per bedrijf en vooral, een broodnodige herverdeling.”
“Nu lopen de grote bedrijven met het leeuwendeel van de directe steun weg door de grote nadruk op hectare-ondersteuning”, gaat Vandenkendelaere verder. “Dat wordt nu afgetopt. De kleine en middelgrote familiebedrijven, zoals we er in Vlaanderen veel hebben, krijgen meer steun op hun eerste hectares. Tweede belangrijke vernieuwing: alle milieuvoorwaarden moeten worden geïntegreerd. Dat wil zeggen dat de landbouwer aan alle regels zal moeten voldoen, met inbegrip van de vergroeningsmaatregelen, om zijn directe steun te ontvangen.”
“In Vlaanderen zal dat op zich minder problemen geven want zo’n 98 procent van onze boeren zijn al volledig in orde”, aldus nog Vandenkendelaere. “Toch één opmerking: het blijft uitkijken hoe de controle op de milieuvoorwaarden zal gemeten worden. Want we moeten realistisch blijven: diversiteit aan vogels is belangrijk maar als we het inkomen van de landbouwer laten afhangen van de aanwezigheid van een aantal vogels op zijn land, dan zal een flexibele en vooral nuchtere aanpak nodig zijn.”
Bart Staes is minder enthousiast: “De huidige architectuur van het GLB moet grondig gewijzigd worden willen we het hoofd bieden aan de immer toenemende klimaatverandering en milieudegradatie”, aldus Staes. “En hoewel de natuur één van de belangrijkste productiemiddelen is van de boer, lijken sommige landbouwers daar vandaag niet wakker van te liggen. Ook de Europese Commissie niet. Ik vrees dat de vergroeningsmaatregelen in het nieuwe GLB niet tot de noodzakelijke transitie zullen leiden.”