Grotere overzeese impact handels- dan landbouwbeleid EU
nieuwsDe impact van het Europees (landbouw)beleid op ontwikkelingslanden verschilt behoorlijk per land. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft tegenwoordig maar een beperkte invloed, terwijl de handelspolitiek een veel groter effect heeft op de markttoegang en concurrentiepositie van ontwikkelingslanden. Dat zeggen onderzoekers van het LEI Wageningen UR.
In opdracht van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken onderzocht LEI Wageningen UR in welke mate het Europees landbouwbeleid een invloed heeft op ontwikkelingslanden. Vier producten werden meegenomen in de analyse: zuivel, suiker, groente en fruit. De impact werd gemeten aan de hand van voedselprijzen, en het belang van de handel in landbouwproducten van en naar de Europese Unie en naar lokale markten.
Het huidige GLB en de voorstellen voor de nieuwe periode 2014-2020 (ondertussen is er een politiek akkoord, nvdr.) hebben een beperkte impact op de minst ontwikkelde landen. GLB-instrumenten zoals interventieprijzen, marktmaatregelen of exportsubsidies hebben wel degelijk invloed op de wereldmarktprijzen omdat de EU een grote importeur en exporteur van landbouwproducten is. Maar door de huidige situatie van hoge voedselprijzen zijn de negatieve effecten beperkt.
Dat de export vanuit ontwikkelingslanden naar de EU minder snel is gegroeid dan verwacht, zou eerder te wijten zijn aan non-tarifaire handelsbelemmeringen en het gebrek in ontwikkelingslanden aan een eigen landbouwbeleid. Het feit dat de EU de mogelijkheid heeft om te interveniëren in de markt draagt er mogelijk wel toe bij dat landen aarzelen om vergaand te investeren in bepaalde sectoren (bijvoorbeeld zuivel, vlees, eieren en kip), ongeacht of dergelijke interventies ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Het Europese handelsbeleid voor landbouwproducten heeft volgens de Nederlandse onderzoekers een grotere impact op de minst ontwikkelde landen dan het GLB. Volgens de studie wordt de impact vooral gevoeld in termen van markttoegang en competitie op de wereldmarkt, wanneer de EU haar markt verder openstelt voor andere (ontwikkelings)landen. Eventuele variabelen zijn de effecten van het nieuwe Algemeen Preferentie Stelsel (APS) en de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA) die sommige ontwikkelingslanden zullen afsluiten met de EU.
De studie maakt duidelijk dat ontwikkelingslanden een heterogene groep vormen en dat met nuance gesproken moet worden over de effecten van Europees beleid op ontwikkelingslanden. De impact van het EU-beleid blijkt behoorlijk te verschillen per land. Het maakt bijvoorbeeld verschil of landen netto-importeur of netto-exporteur van landbouwproducten zijn. Alleen als ze netto exporteren, kunnen ze profiteren van hoge prijzen voor voedsel en van bepaalde handelspreferenties.
Meer informatie: 'CAP and EU Trade Policy Reform'
Bron: eigen verslaggeving