nieuws

Groene zorg à la Flamande koesteren én meer ambiëren

nieuws
Zeven projectpartners uit Vlaanderen en Nederland hebben dankzij Europese steun (Interreg) en financiële middelen van vier Vlaamse provincies drie jaar lang kunnen werken aan het versterken van groene zorg. Tijdens het slotsymposium in Oostmalle reflecteerden zij over groene zorg in het algemeen en deze samenwerking in het bijzonder.
23 maart 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:25
Lees meer over:

Zeven projectpartners uit Vlaanderen en Nederland hebben dankzij Europese steun (Interreg) en financiële middelen van vier Vlaamse provincies drie jaar lang kunnen werken aan het versterken van groene zorg. Tijdens het slotsymposium in Oostmalle reflecteerden zij over groene zorg in het algemeen en deze samenwerking in het bijzonder. Het Steunpunt Groene Zorg verklaarde dat de één-op-één-relatie die in Vlaanderen bestaat tussen de zorgboer en de zorgbehoevende gekoesterd moet worden. Maar tezelfdertijd valt er veel te zeggen voor een professionalisering van de zorgactiviteit op bedrijven die bereid zijn om meerdere zorgbehoevenden op te vangen.

Het project ‘Samen TeRug de bOer op’ (STRO) werkt de methode van groene zorg verder uit. Het project wou de landbouw- en zorgsector nog beter op elkaar afstemmen zodat ze elkaar verrijken, therapeutische doelstellingen realiseren en arbeidszorg uitbouwen. Dankzij hun drie jaar durende samenwerking zijn de projectpartners erin geslaagd een sprong vooruit te maken in een kwaliteitsvol aanbod van zorgboerderijen. Een aantal van hen deed dat door aanpassingen aan de infrastructuur van de eigen zorgboerderij. Andere partners sleutelden aan een verbetering van hun dienstverlening als koepelorganisatie.

Het Interreg-project verenigde zeven partners: het Steunpunt Groene Zorg, de Nederlandse landbouworganisatie ZLTO, de stad Brugge, het steunpunt Welzijn, de West-Vlaamse koepel-vzw UNIE-K, het sociale economie tewerkstellingsproject De Sprong en de zorginstelling Rotonde, voor mensen met een handicap. “Elk op hun manier hebben zij bijgedragen aan het op de kaart zetten van groene zorg”, zegt Georges Van Keerberghen, voorzitter van het Steunpunt Groene Zorg. Hun ervaringen met het STRO-project bleken zo waardevol dat ze verzameld zijn in de inspiratiegids ‘Lokale inbedding van zorgboerderijen’. De brochure kan zorgboeren in spe op weg helpen en zal binnenkort beschikbaar worden gesteld via de projectpartners.

Voorafgaand aan de impressie van de projectresultaten schetste onderzoeker Joost Dessein van de eenheid Landbouw en Maatschappij bij ILVO de ‘frames’ waarbinnen groene zorg in Europa gekaderd wordt. Vooral in mediterrane landen wil men met groene zorg ‘uitgesloten’ mensen (ex-gedetineerden, langdurig werklozen, verslaafden, enz.) weer opnemen in de maatschappij door hen werk aan te bieden. Dat brengt een vast ritme in het leven van deze mensen en verbetert hun zelfbeeld. Vaak is groene zorg een opstapje naar de reguliere arbeidsmarkt.

Sociale inclusie noemt Dessein, die het onderzoek uitvoerde samen met collega’s bij ILVO en Wageningen Universiteit, dit eerste frame. In een tweede frame is de volksgezondheid het dominante idee achter groene zorg. Voorbeelden vind je vooral in Noorwegen, waar heel wat onderwijsactiviteiten ingebed zijn in een groene omgeving of op boerderijerven. “Een boerderij is binnen dit frame een geschikte locatie voor groene zorg, maar niet meer passend dan bijvoorbeeld parken of andere mooie, groene landschappen”, weet Dessein.

Vooral het derde frame, multifunctionele landbouw, zal in ons land en verder ook in Nederland een belletje doen rinkelen. Groene zorg is in deze landen één van de mogelijkheden voor de boer(in) die zijn of haar activiteiten wil verbreden. De zorgbehoevende deelt het ‘gewone leven’ op de boerderij en ervaart daar de helende werking van. Over dit frame zegt Dessein het volgende: “Groene zorg heeft hier nood aan een familiale structuur. Als verbredingsactiviteit draagt het bij aan de license to produce van de landbouw.”

Vlaanderen en Nederland catalogeerde Dessein allebei onder het frame ‘multifunctionele landbouw’. Toch is de insteek flink verschillend. In Nederland focust men vooral op ‘zorg’ en hierbij voorziet men voldoende aanbod voor grotere groepen zorgvragers op de zorgboerderijen. Twee frames, volksgezondheid en multifunctionele landbouw, gaan hier samen. In Vlaanderen ligt het accent bij groene zorg in hoofdzaak op de landbouwactiviteit.

“In Nederland is zorglandbouw vaak een rendabele bedrijfsactiviteit. Zorgboer wordt er een beroep op zich. Doordat de financiering ook vanuit het overheidsbudget voor volksgezondheid komt, is de druk om de zorg te professionaliseren groter dan bij ons”, beschrijft de ILVO-onderzoeker het groene-zorg-concept van onze noorderburen. Aan de commercialisering en professionalisering kleven ook nadelen. “Voor de doorsnee landbouwer wordt het moeilijk om met groene zorg te starten. Bovendien kan de ‘markt voor groene zorg’ in elkaar storten bij een crisis. Zorgboeren zullen dan op zoek gaan naar meer rendabele activiteiten.”

Dat gevaar bestaat niet in Vlaanderen, waar groene zorg door zijn niet-commerciële karakter (de zorgboer ontvangt slechts een bescheiden vergoeding voor de tijd die hij investeert in de zorgbehoevende, nvdr.) crisisonafhankelijk is. Anderzijds is men hier wel afhankelijk van de goodwill van de landbouwsector. Dessein onderscheidt in Vlaanderen twee discoursen, dat van de zorgende multifunctionele landbouwer, en dat van de socialisering van de zorg. Deze discoursen worden ondersteund door voor de hand liggende coalities, de landbouwsector enerzijds en de zorgcentra en het Departement Welzijn anderzijds.

De landbouwcoalitie rolde groene zorg uit tot een succesverhaal, waarbij de oprichting van het Steunpunt Groene Zorg (°2004) en de subsidieregeling (°2005) belangrijke mijlpalen waren. De focus was de hele tijd vrij eng. Maneges kwamen als niet-landbouwer bijvoorbeeld niet in aanmerking voor de subsidie. Het beperkende wettelijke kader maakt dat niet altijd de meest optimale vorm van groene zorg ondersteund kan worden. Een economische drijfveer in hoofde van de boer die zijn zorgactiviteit wil professionaliseren, werd lange tijd als niet-optimaal of zelf ongepast gezien.

De kennisuitwisseling met Nederland heeft er mee toe bijgedragen dat men daar anders is over gaan denken. Met de financiële steun van het Departement Welzijn zou de landbouwsector het aanbod aan groene zorg kunnen uitbreiden. “Zo’n 10 à 20 procent van de 775 zorgboerderijen toont interesse in het ‘verdienmodel’ en wil zijn zorgactiviteit uitbreiden”, vertelt Willem Rombaut, coördinator van het Steunpunt Groene Zorg. Rombaut gebruikt het woord ‘zorgboerderijen’ hier in de brede zin van het woord, en schaart er ook de 20 procent niet-landbouwers (o.a. maneges) onder die een zorgbehoevende opvangen en een tijdverdrijf bezorgen ‘op den buiten’.

De één-op-één-relatie in Vlaanderen tussen de zorgboer en de zorgbehoevende is volgens Rombaut een zeer sterk model. “We moeten dat koesteren, maar tegelijk onderzoeken hoe het aanbod kan verbreden en professionaliseren”, aldus Rombaut. Maar de levensvatbaarheid van ‘zorgboerderijen nieuwe stijl’ lijkt sterk afhankelijk van subsidies vanuit de zorgsector. “De werking van het Steunpunt Groene Zorg wordt gefinancierd door Boerenbond en de provincies. In 2013 kregen we voor het eerst ook subsidies van het Departement Welzijn. Die financiële erkenning is nieuw en een eerste stap”, toont Rombaut zich erkentelijk.

Een tussenoplossing voor 'commerciële zorgboerderijen' kan erin bestaan dat zorginstelling en zorgboerderij een partnerschap afsluiten, waarbij de eerste een deel van het persoonsgebonden budget uitbesteedt aan groene zorg buiten de instelling. Alleen is het onzeker of zorginstellingen zich dat financieel kunnen permitteren.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Rotonde vzw

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek