Wim en Liesbeth ruilden hun vleesvee voor kippen en een zelfpluktuin
nieuwsLandbouwkoppel Wim Kerkhove en Liesbeth Hanssens uit Ruddervoorde ruilde enkele jaren hun vleesvee voor biologische legkippen en een bloeiende zelfpluktuin. “Het pluimvee bleek een goede keuze. We doen het graag en het is economisch haalbaar”, aldus Liesbeth. “De zelfpluktuin moet nog wat meer op gang komen, maar brengt intussen heel wat leven op de boerderij.”
Het landbouwbedrijf van Wim en Liesbeth uit Ruddervoorde kende de voorbije jaren enkele grote veranderingen. In 2020 stopten ze met de vleesveetak. “We zagen daar op termijn geen toekomst meer in voor ons bedrijf”, zegt Wim. “We kozen voor een omschakeling naar biologische legkippen.”
Die overstap vroeg heel wat voorbereiding. “Ik heb voor veel beslissingen advies ingewonnen, maar uiteindelijk verliep de omschakeling vrij vlot”, klinkt het. Het koppel bouwde een gecompartimenteerde stal en is intussen al meer dan vijf jaar actief met biologische legkippen. “We zijn vandaag nog altijd erg tevreden over die keuze. We doen het werk graag, zijn veel met de dieren bezig en het is economisch haalbaar. Het plaatje klopt.”
Zelfpluktuin met steun
In 2024 wilde Liesbeth zeer graag haar grote passie voor bloemen omzetten in een professionele activiteit. Ze speelde met het idee om een plukweide te starten, maar had schrik voor de rendabiliteit. “Die eerste jaren zijn echt moeilijk om uit de kosten te geraken. Klanten vinden en houden is voor een pluktuin niet zo eenvoudig”, legt Liesbeth uit.
Steun via het VLIF-fonds gaf het landbouwkoppel een extra duwtje om het avontuur toch aan te gaan. “Zonder VLIF-steun hadden we dit waarschijnlijk ook geprobeerd, maar het zou veel zwaarder geweest zijn”, zegt Wim. “De VLIF-steun compenseert de eerste jaren een deeltje van de omzet die we niet hebben kunnen realiseren omdat we nog moeten groeien.”
De VLIF-steun waarop Wim en Liesbeth beroep deden, richt zich tot landbouwers die hun bedrijf willen verbreden of omschakelen naar een nieuw, duurzaam bedrijfsmodel via bijvoorbeeld korteketenverkoop, pluktuinen, zorg- of toeristische activiteiten. “Het moet landbouwers ondersteunen bij het uitbouwen van een verdienmodel dat niet alleen zorgt voor meer financiële autonomie, maar ook een positieve impact heeft op milieu en maatschappij”, legt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij uit. “In een steeds veranderende context is het belangrijk om na te denken over alternatieven. De steun biedt landbouwers de kans om een nieuwe bedrijfsstrategie uit te proberen en om te gaan met de huidige uitdagingen binnen de landbouwsector.”
De pluktuin slaat een brug naar de rest van onze boerderij
In contact met de buurt en de bijen
Ondertussen beslaat de zelfpluktuin van Liesbeth en Wim ongeveer 20 are. “De pluktuin is open van juni tot oktober. We beperken het seizoen bewust om het haalbaar te houden naast het andere werk op het bedrijf”, legt Liesbeth uit.
“We schrikken ervan hoeveel mensen uit de buurt langskomen”, gaat de landbouwster verder. “Het is duidelijk dat de vraag naar lokale producten groeit. Voor veel bezoekers is het een ontspannend momentje, ze komen met hun kinderen en genieten van de rust. De pluktuin slaat ook een brug naar de rest van onze boerderij. Sommige bezoekers hebben veel interesse in het boerenleven en soms vragen kinderen of ze de kalfjes eens mogen zien.”
Voor Liesbeth heeft de pluktuin ook een duidelijke sociale meerwaarde. “Als landbouwer sta je vaak wat afgezonderd”, vertelt Liesbeth. “Maar nu heb ik op zaterdag sociaal contact met de klanten. Je voelt dat de waardering voor ons bedrijf groeit. En de afwisseling in werk is mooi meegenomen.”
Daarbovenop bevordert de pluktuin ook de biodiversiteit in de buurt. “In een regio met intensieve landbouw is het fijn dat we ook iets kunnen betekenen voor bijen”, klinkt het.
Hoewel klanten heel tevreden zijn, vraagt een pluktuin opbouwen veel tijd, vooral om bekendheid te krijgen
Enthousiasme, maar ook uitdagingen
“Hoewel klanten heel tevreden zijn, vraagt een pluktuin opbouwen veel tijd, vooral om bekendheid te krijgen. Nieuwe mensen aantrekken blijft moeilijk. We zouden meer moeten inzetten op sociale media, maar eerlijk gezegd is dat is ons ding niet”, geeft Wim toe.
Ook de arbeidsintensiteit van het project blijft een punt van aandacht. Toch zien ze potentieel. Het klantenbestand groeit en de bloemenproductie zit goed. De komende jaren willen ze verder investeren en evalueren. “Als 80 procent van de bloemen verkocht wordt, kan dit een rendabel verhaal zijn. We geven het zeker vijf jaar. Het moet rendabel worden, maar we geloven erin”, besluit Wim.
Nieuwe kans voor VLIF-steun
Deze maand kunnen geïnteresseerde landbouwers een steunaanvraag indienen voor dezelfde VLIF-maatregel die Wim en Liesbeth destijds een extra zet gaf. “Zowel opstartende als bestaande bedrijven kunnen dit doen”, duidt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. “Deze oproep kadert binnen het Vlaams GLB Strategisch Plan 2023-2027, dat inzet op competitiviteit en verduurzaming van de Vlaamse land- en tuinbouw.”
De invulling van het bedrijfsplan kan heel uiteenlopend zijn, en hoeft dus niet per se over een pluktuin te gaan. “Een bedrijf kan kiezen voor de omschakeling naar een nieuw veeras dat per kilogram een hogere prijs oplevert, waardoor de veestapel kan worden afgebouwd”, geeft het agentschap mee als voorbeeld. “Ook een andere manier van afzet komt in aanmerking, zoals een samenwerking met een lokale verwerking of horeca. Ook de opstart van minder courante teelten in Vlaanderen komt in aanmerking, zoals verticale landbouw of insectenteelt. Daarnaast kunnen verbredingsactiviteiten deel uitmaken van het nieuwe bedrijfsplan, zoals zorgende of educatieve initiatieven op het landbouwbedrijf. Kortom, de mogelijkheden zijn divers.”
De steun wordt telkens verleend onder de vorm van een forfaitaire premie, uitbetaald na uitvoering van het bedrijfsplan. Wie een omzet van minstens 20.000 euro haalt uit de nieuwe activiteiten, ontvangt 20.000 euro steun. De steun kan verhoogd worden tot 40.000 euro. Meer informatie over de voorwaarden op de website van het agentschap.
Bron: Vlaams Ruraal Netwerk
Beeld: Farm Florette