nieuws

Flashback 2004: Plattelandstoerisme in de lift

nieuws
Juli betekent voor heel wat mensen vakantie. Dat kan ver weg, maar evengoed dichtbij. Op een boerderij bijvoorbeeld. Hoevetoerisme begint in Vlaanderen tijdens de jaren 1980 aan een gestage opgang en is vandaag meer dan een gevestigde waarde in het toeristisch aanbod in Vlaanderen. We draaien de tijd even terug naar 2004, wanneer de sector de kaap van de 500.000 bezoekers per jaar en 100 miljoen euro omzet rondt.
8 juli 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:36

Juli betekent voor heel wat mensen vakantie. Dat kan ver weg, maar evengoed dichtbij. Op een boerderij bijvoorbeeld. Hoevetoerisme begint in Vlaanderen tijdens de jaren 1980 aan een gestage opgang en is vandaag meer dan een gevestigde waarde in het toeristisch aanbod in Vlaanderen. We draaien de tijd even terug naar 2004, wanneer de sector de kaap van de 500.000 bezoekers per jaar en 100 miljoen euro omzet rondt.

De opkomst van het hoevetoerisme moeten we in de jaren 1980 situeren, aldus het Centrum Agrarische Geschiedenis. “Steeds meer landbouwers(vrouwen) zagen in het verhuren van kamers op hun boerderij een mogelijkheid tot verbreding van hun beroep en een extra inkomen op hun bedrijf”, zo klinkt het. In juni 1989 werd de vzw Vlaamse Federatie voor plattelandstoerisme opgericht. In 2004 werd de organisatie omgedoopt tot vzw Plattelandstoerisme toen ook de provincies mee in het bad werden getrokken. In 2011 werd de naam veranderd naar Logeren in Vlaanderen en werden ook steden volop mee opgenomen in het aanbod. Vandaag heet de organisatie Logeren in Vlaanderen Vakantieland.

Omdat de overkoepelende structuur enkele metamorfoses heeft doorgemaakt is het niet steeds makkelijk om cijfermateriaal met elkaar te gaan vergelijken. Volgens een brede bevraging van het toenmalige Plattelandstoerisme kregen de gastenkamers, hotels en boerderijen in 2004 een half miljoen gasten over de vloer, goed voor een omzet van bijna 100 miljoen euro. Plattelandstoeristen waren in 2004 vooral Vlamingen zo blijkt, zo’n 88 procent, met een groeiende belangstelling uit Nederland. Vooral West-Vlaanderen (43 procent) en Limburg (26 procent) scoorden goed als bestemming.

Als we de tijd dan even doorspoelen merken we dat het hoevetoerisme tijdens de vijf jaar die daarop volgen een forse groei kent. Tussen 2004 en 2009 steeg het aantal uitbatingen van 1.028 tot 1.508 (+47%) en het aantal logieseenheden van 4.433 naar 5.622 (+27%). Het aantal overnachtingen ging van 1.318.300 naar 1.780.600 (+35%) voor in totaal 674.500 gasten. Ook niet onbelangrijk: de klantentevredenheid blijkt toe te nemen. De omzet steeg verder door tot 113 miljoen euro.

Een andere evolutie: daar waar het vroeger vooral actieve landbouwers zelf waren die het gros van de bedden voorzagen, zijn ze tegenwoordig in de minderheid. “Het wordt inderdaad almaar moeilijker om landbouwers te vinden die logies willen openen”, aldus toenmalig directeur van Plattelandstoerisme Marleen Vandenplas in 2011. “De combinatie met een landbouwbedrijf is immers zwaar, zowel wat tijd en arbeid als investeringen betreft.” 

“De pioniers zijn voorlopig nog actief, maar dat zal geen decennia meer duren, terwijl jonge boeren moeilijk warm te maken zijn voor een logiesuitbating”, aldus Vandenplas. “Nochtans scoren hoevelogies die inzetten op landbouwbeleving erg goed bij het publiek. Mits de juiste investeringen en een goede positionering in de markt, kan het een interessant verbredingsproject zijn voor landbouwers.” Volgens het Departement Landbouw en Visserij zijn er vandaag in Vlaanderen 401 landbouwbedrijven die kamers verhuren aan toeristen.

Beeld: Centrum Agrarische Geschiedenis

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek