FAVV-inspecties tonen dat horeca kan leren van landbouw
nieuwsIn ons land is een hoog niveau van voedselveiligheid gegarandeerd dankzij de dagelijkse inspanningen van de bedrijven die in de voedselketen actief zijn, maar toch ook dankzij de stok achter de deur die het Voedselagentschap zo nodig is. Vorig jaar voerde het FAVV bijna 120.000 controlemissies uit bij meer dan 66.000 bedrijven: handelaars, voedingsbedrijven, grootkeukens, horecazaken maar bijvoorbeeld ook landbouwbedrijven en hun toeleveranciers. Bijna negen op de tien reguliere controles op basis van een checklist kende een gunstig resultaat. Het hoge gemiddelde (87,3%) verbergt dat er een aantal bedrijven maar ook sectoren zijn, zoals ziekenhuiskeukens en pitazaken, waar het beter kan. Landbouwbedrijven komen zeer goed uit de controles.
“De bewaking van de voedselketen is de centrale missie van het FAVV en daar blijven we volop op inzetten”, zegt gedelegeerd bestuurder Herman Diricks. In 2016 voerde het agentschap 119.487 controlemissies uit bij 66.038 bedrijven uit de voedselketen. Dat zijn er wat minder dan in 2014 en 2015, wat te maken heeft met de besparingen die zich doen voelen in het personeelsbestand. “Het duidt wel aan dat de bodem van wat met efficiëntiewinsten gecompenseerd kan worden, bereikt is”, aldus Diricks.
In de meeste gevallen ging het om een eerste controle op basis van een checklist die maakt dat een operator weet waaraan hij zich kan verwachten. Bijna 19.000 keer ging het FAVV een tweede keer langs op een bedrijf waar de eerste controle problemen aan het licht bracht. Ruim 30.000 inspecties gingen gepaard met een staalneming. Van de bijna 96.000 genomen stalen bleek na labo-analyse nagenoeg 97 procent in orde. De resultaten van voor landbouw relevante monsternemingen als pesticidenresiduen, mycotoxines, BSE, dioxines en PCB wijken niet van die hoge score af. Ook de algemene conformiteit van de controles scoorde met 87,3 procent hoog in 2016, en nog net iets beter dan het jaar voordien.
Tijdens een controlemissie kan er meer dan één checklist overlopen worden, van nazicht van infrastructuur en hygiëne over het bijhouden van de nodige administratieve gegevens tot de naleving van het rookverbod. De inspecteurs van het FAVV namen in totaal ruim 255.000 keer een checklist ter hand. In vergelijking met 2015 scoren operatoren in 2016 over de ganse lijn ongeveer even goed. Iets beter doen ze het op vlak van administratie, autocontrole en etikettering. Dat eerste succesje schrijft Diricks toe aan de door het agentschap ingezette administratieve vereenvoudiging.
Uitgesplitst per checklist geeft het activiteitenverslag inzicht in de score van de verschillende sectoren. Op de checklist ‘infrastructuur, inrichting en hygiëne’, wat voor het FAVV de belangrijkste leidraad is bij controles ter plekke, komt geen andere sector qua score in de buurt van de landbouwers die gecontroleerd werden op hun plantaardige teelten (97,7% gunstig). Veehouders moeten nauwelijks voor hun collega's onderdoen met een score van 94,8 procent. Ter vergelijking: veevoederfabrikanten en groothandelaars scoren 89,9 procent; voedingsverwerkers 89,6 procent; slachthuizen 85,7 procent en horeca slechts 61,8 procent.
Heeft het er mee te maken dat landbouwbedrijven het principe van autocontrole al sinds jaren omarmd hebben? Op een totaal aantal van 23.600 bedrijven met een gevalideerd autocontrolesysteem zijn er namelijk 19.000 actief in de landbouw. In andere sectoren neemt het aantal bedrijven dat door autocontrole goed voorbereid is op een FAVV-inspectie met mondjesmaat toe, maar is hun aandeel vaak nog niet sector-dekkend. Dat komt het sterkst tot uiting in de horeca, waar er anno 2016 slechts 755 horecazaken aan autocontrole deden. Uitgerekend in deze sector stellen inspecteurs van het FAVV nog vaak gebreken vast. Horeca-uitbaters die aan autocontrole doen, komen duidelijk beter uit een controle terwijl collega’s die het nalaten vaker een waarschuwing of pv krijgen. Pitazaken verdienen hier een speciale vermelding omdat amper vier op de tien controles in pitazaken een gunstige afloop kent. Een gekend probleem, waarvan geweten is dat het zich in andere landen ook voordoet.
Binnen de sector van de grootkeukens zijn er goede (schoolrestaurants, kinderopvang, rusthuizen) en slechte leerlingen (ziekenhuis- en gevangeniskeukens). Overigens vallen ook de inspectieresultaten in de detailhandel wat tegen. Van slagerijen en bakkerijen verwacht je dat ze zich op vlak van kwaliteit onderscheiden van de grote supermarkten, zodat het verrast dat maar ongeveer zes op de tien zijn infrastructuur en bedrijfshygiëne op orde heeft. Wie daar slecht op scoort, laat in een aantal gevallen ook steken vallen wat de houdbaarheid van producten betreft. Een consument kan op eigen houtje beslissen om een potje yoghurt daags na de vervaldatum alsnog op te eten, maar professionelen dienen zich zeer strikt te houden aan de ‘te gebruiken tot’-datum.
Wanneer de uitkomst van een inspectie, een monsterneming of een onderzoek naar aanleiding van een klacht ongunstig is, dient het Voedselagentschap maatregelen te nemen. Meestal gaat het om een eenvoudige waarschuwing. Soms moet er harder opgetreden worden. Vorig jaar werden bijna 7.000 pv’s uitgeschreven, gebeurden 1.555 inbeslagnemingen en werd er 127 keer overgegaan tot een tijdelijke bedrijfsluiting. Ook zijn er administratieve geldboetes uitgeschreven ter waarde van 3,8 miljoen euro.
Bovenaan de lijst met inbeslaggenomen producten – allemaal met meer dan 100 ton – staan granen, diervoeder, groenten en fruit, visserijproducten, planten en vermeerderingsmateriaal, vlees en vleesproducten. Weinig verrassend als je weet dat het agentschap naar het volume kijkt en een lot graan nu eenmaal veel groter is dan een lot afgewerkte voedingsproducten. Van bestrijdingsmiddelen is er 3,5 ton uit de markt gehaald. Het toegenomen aantal tijdelijke sluitingen schrijft de FAVV-bestuurder toe aan duidelijkere richtlijnen voor de inspecteurs, en een meer kordate aanpak indien bij hercontrole blijkt dat een operator hardleers is.
Het meldpunt waar consumenten problemen kunnen signaleren, ontving 3.652 klachten. Dat zijn er iets minder dan het jaar voordien. Klachten hebben betrekking op de hygiëne van lokalen, fabricage- en bewaarmethoden, voedselvergiftigingen, contaminanten, enz. “Meer en meer komen consumenten er ook terecht met gewone vragen”, zegt Diricks. De voorbije jaren kon het Voedselagentschap telkens aankondigen dat de voedselveiligheidsbarometer steeg, maar dit jaar is er een lichte terugval. Herman Diricks tilt er niet zwaar aan: “Wellicht zit de barometer aan zijn plafond, en geldt hetzelfde voor de barometer diergezondheid. Die is negatief beïnvloed op de aspecten antibioticaresistentie bij vee en traceerbaarheid doorheen de keten, wat deels gecompenseerd werd door een goede score voor het melden van dierziekten.”
Los van de controles naar aanleiding van een klacht heeft het Voedselagentschap het afgelopen jaar het toezicht verscherpt op verpakte kant-en-klaarmaaltijden, vruchtensap, acrylamide en braadkippen. Van alle vier werd vermoed dat er zich problemen kunnen voordoen, maar in de praktijk valt dat best mee. Zo bleek de microbiële kwaliteit van de in de distributie verkochte braadkippen grotendeels in orde en was op 70 monsternemingen slechts vier keer de limiet overschreden voor acrylamide. Je weet wel, de potentieel kankerverwekkende stof waarvan minister Ben Weyts vreesde dat ze de Belgische frietcultuur zou doorkruisen. De Europese Commissie werkt namelijk aan strengere voorschriften ter bescherming van onze gezondheid tegen acrylamide. Operatoren die controle kregen, zijn alvast voorbereid.
Om de eigen dienstverlening nog te kunnen verbeteren, bevraagt het Voedselagentschap regelmatig zijn belangrijkste stakeholders. In 2017 werden de gecontroleerde bedrijven uitgenodigd om hun mening te geven. Meer dan 5.500 operatoren gingen daar op in, voornamelijk horeca)uitbaters en handelaars maar ook een belangrijk aantal landbouwers. Blijkt dat die laatsten minder tevreden zijn over de dienstverlening van het FAVV. Samen met hun toeleveranciers behoren ze zelfs tot de minst tevreden ‘klanten’ van het agentschap. Algemeen is de perceptie omtrent het gedrag van controleurs en de werking van de lokale controle-eenheden nochtans positief.
Hou VILT.be in de gaten voor meer info over het FAVV-activiteitenverslag.
Beeld: Loonwerk Defour