Europa 'consumeerde' wereldwijd 9 miljoen hectare bos
nieuwsTussen 1990 en 2008 heeft de EU 36 procent van de internationaal verhandelde plantaardige en dierlijke producten ingevoerd die in hun land van oorsprong gelinkt worden met ontbossing. Om de honger van Europese consumenten te kunnen stillen, is wereldwijd negen miljoen hectare bos verdwenen. Vooral soja, palmolie en vlees worden met ontbossing in verband gebracht.
Sojateelt is de voornaamste bron van ontbossing in Zuid-Amerika, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. De studie, waar onder meer VITO en KU Leuven aan meewerkten, wijdt driekwart van de 3,4 miljoen hectare ontbossing wegens akkerbouw in Argentinië aan de uitbreiding van sojaplantages. In Paraguay is dit 1,6 miljoen hectare in dezelfde periode 1990-2008, waarvan 60 procent komt door sojateelt.
Europa is nog altijd in belangrijke mate aangewezen op overzeese soja om in de eiwitbehoefte van zijn veestapel te voorzien. Maar het merendeel van de landbouwproducten die op ontboste gronden zijn geteeld of gekweekt, worden lokaal geconsumeerd. Slechts 33 procent van de gewassen en 8 procent van het vee dat in het Zuiden verantwoordelijk is voor ontbossing wordt internationaal verhandeld. De 27 Europese lidstaten importeren 33 procent daarvan. Een klein deel van die (plantaardige) grondstoffen exporteert de EU op zijn beurt na transformatie in dierlijke producten.
Terwijl de EU wil bijdragen aan een halvering van de ontbossing in de Tropen tegen 2020, veroorzaakt die import elders in de wereld veel meer ontbossing dan voor deze studie verondersteld werd. Een areaal bossen met maar liefst drie keer de oppervlakte van België ging tussen 1990 en 2008 verloren door de Europese import. Met negen miljoen hectare overzeese ontbossing door consumptie doet de EU het slechter dan Oost-Azië (4,5 miljoen ha) en Noord-Amerika (1,9 miljoen ha).
De groeiende vraag naar biobrandstoffen werd niet meegenomen in de studie zodat de Europese consument indirect voor nog meer ontbossing verantwoordelijk is. Rekening houdend met de lokale consumptie van door ontbossing gecontesteerde producten zijn Afrika, Zuid- en Centraal-Amerika de grootste 'consumenten van ontbossing'. Hun aandeel is telkens 30 procent. Ontbossing op het eigen grondgebied is in de EU immers veel minder een probleem. Voor het productaandeel dat internationaal verhandeld wordt, is de Europese Unie wél de grootste boosdoener.
Natuurorganisatie WWF vraagt de Europese instellingen om dringend elk beleid te herzien dat zorgt voor consumptie van landbouwproducten uit recent ontboste gebieden overzee. Beleidsmedewerker Anke Schulmeister noemt het droevig dat een belangrijk deel van de Europese voeder- en voedselimport gebaseerd is op de kaalkap van bossen voor landbouwgrond. "De Europese bijdrage aan de klimaatopwarming en het verlies aan biodiversiteit is door die indirecte impact veel groter dan we voorheen dachten", zegt ze.
Beeld: Wervel