EU gaat opnieuw crisispotje voor landbouw aanleggen
nieuwsDe Europese Commissie stelt voor om bij de volgende uitbetaling 1,39 procent van de directe inkomenssteun aan landbouwers in te houden. Met dat geld wil Brussel een crisisfonds voor 2018 aanleggen, ter waarde van 459,5 miljoen euro. Dat mechanisme is ingevoerd bij de jongste hervorming van het landbouwbeleid in 2013-2014 maar nog nooit ingezet, ook niet in crisisjaar 2016. Het geld wordt opzijgezet met de bedoeling om het gericht aan te wenden ten behoeve van de landbouwbedrijven die het ergst te lijden hebben onder een marktcrisis. Is er geen deelsector die het veel zwaarder heeft dan de andere, dan kan de crisisreserve alsnog uitbetaald worden aan de oorspronkelijke begunstigden van de inkomenssteun.
Financiële discipline, zo noemt de Europese maatregel waarbij een deel van de inkomenssteun aan landbouwers ingehouden wordt om met dat geld een crisisfonds te vullen dat gerichter ingezet kan worden. Zo’n 400 miljoen euro wil de EU daar ieder jaar voor aan de kant zetten. Rekening houdend met de inflatie is dat inmiddels opgelopen tot 459,5 miljoen euro. Een bedrag dat sedert 2014 iedere keer terug op de bankrekening is beland van de oorspronkelijke begunstigden want de crisisreserve is nog nooit ingezet.
“Het is nog niet eerder aangewend moeten worden”, zegt de Commissie daarover, waaruit je niet mag afleiden dat het de landbouwsector de voorbije jaren voor de wind ging. Integendeel, vorig jaar ging het in veel deelsectoren zo slecht dat de Commissie zich liet vermurwen om tweemaal 500 miljoen euro op te diepen uit de begroting als crisissteun aan landbouw. De reserve werd vorig jaar niet aangesproken omdat Brussel oor had naar het argument dat dit neerkomt op een vestzak-broekzak-operatie indien de malaise in de landbouw niet beperkt blijft tot een deelsector.
Om het crisisfonds van 2018 te spijzen, wil de Europese Commissie 1,39 procent inkomenssteun inhouden van alle landbouwers die meer dan 2.000 euro ontvangen. Alleen de Kroaten worden ontzien omdat inkomenssteun daar nog niet ten volle ingevoerd is na de EU-toetreding in 2013. De lidstaten en het Europees Parlement krijgen tot het begin van de zomer de tijd om te onderhandelen over het percentage. Zijn ze het op 30 juni niet met elkaar eens, dan wordt het de 1,39 procent die de Commissie nu voorstelt.
Van hetzelfde mechanisme wordt ook gebruikgemaakt om te vermijden dat er in een jaar meer inkomenssteun moet uitbetaald worden dan afgesproken in het kader van de meerjarenbegroting van de EU. De Commissie schat echter in dat het probleem zich niet gaat stellen in 2018. Alle inkomenssteun en marktmaatregelen zullen met andere woorden betaald kunnen worden met het jaarbudget dat er binnen het Europees Landbouwgarantiefonds voor uitgetrokken is.