CEJA meer tevreden met GLB-hervorming dan Copa-Cogeca
nieuwsHet Europees landbouwbeleid (GLB) voor de eerstkomende zes jaar is gekend. Landbouwkoepel Copa-Cogeca juicht toe dat landbouwers nu voort kunnen met hun investeringsplannen, maar betreurt dat niet meer gedaan is om de rol van landbouwers en landbouwcoöperatieven in de voedselketen te versterken. CEJA is blij met de robuuste maatregelen voor jonge landbouwers in beide pijlers van het GLB.
"Door het politiek akkoord over de hervorming van het landbouwbeleid zal inkomenssteun naar actieve boeren gaan en wordt de vergroening meer flexibel en praktijkgericht. Ze zal dus het milieu ten goede komen en geen afbreuk doen aan de voedselzekerheid", becommentarieert Copa-voorzitter Gerd Sonnleitner. Ook over de Europese keuzes inzake plattelandsbeleid is hij tevreden. "Alleen vind ik het erg jammer dat van de competitiviteit van de Europese bosbouwsector geen prioriteit werd gemaakt."
De suikerquota doven pas in 2017 in plaats van 2015 uit, maar dat is volgens Copa-Cogeca nog te kort dag. Andere elementen in het GLB-akkoord liggen de koepelorganisatie nog zwaarder op de maag. "We zijn tegen elke transfer van middelen van de eerste (inkomenssteun aan landbouw) naar de tweede (plattelandsbeleid) pijler van het GLB. Aangezien in sommige regio's de inkomenssteun aan landbouwers met 30 procent zal verminderen, had de EU meer moeten doen om hun economische positie te verbeteren." Wat ook ontbreekt volgens Copa-Cogeca zijn maatregelen die 'groene groei' stimuleren en instrumenten die de extreme prijsvolatiliteit van landbouwmarkten kunnen temperen.
Als belangenverdediger van de landbouwcoöperaties verwelkomt Cogeca-voorzitter Christian Pees dat Europa producentenorganisaties versterkt. "Een recent rapport in opdracht van de Europese Commissie toonde nog aan dat producentenorganisaties landbouwers kunnen helpen om een betere prijs voor hun producten te krijgen."
Het nieuwe Europese landbouwbeleid voorziet extra ondersteuning voor starters en valt daarom erg in de smaak van CEJA. De Europese organisatie van jonge landbouwers, aangevoerd door voorzitter Joris Baecke, plukt de vruchten van een lange campagne om Europese beleidsmakers te overtuigen van het belang van generatievernieuwing in de landbouw. Voorzitter Baecke spreekt van een "historisch moment voor jonge landbouwers" en een "politiek signaal voor de toekomst van de Europese landbouw".
Het is de eerste GLB-hervorming die in pijler één een verplichte maatregel voor starters introduceert. De steun neemt de vorm aan van een extra toeslag van 25 procent voor jonge landbouwers (<40 jaar) die hen in de eerste vijf jaar na vestiging bovenop de reguliere inkomenssteun ten goede komt. Ook in pijler twee, het plattelandsbeleid, worden jonge boeren niet vergeten. Europa trekt in totaal naar schatting 800 miljoen euro uit voor jonge landbouwers.
"De 27 - binnenkort 28 - lidstaten van de EU kunnen nu ernstige maatregelen invoeren om de vergrijzing van de landbouwerspopulatie aan te pakken", verklaart CEJA. De organisatie beseft wel dat de technische uitwerking van maatregelen nog veel energie zal vergen opdat jonge boeren in heel de EU hun voordeel zouden doen bij deze hervorming.
Beeld: CEJA