Belgische diepvriesfrieten slachtoffer van eigen succes
nieuwsDiepvriesfrieten bekoelen de relaties tussen de EU en Zuid-Afrika. In 2010 werden er vanwege het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika massaal frieten ingevoerd. Sedertdien verminderde het importvolume uit Europa wat, maar eten Zuid-Afrikanen nog steeds ruim 31.000 ton (vooral) Belgische en Nederlandse frieten. Dat was niet naar de zin van lokale producenten, die een importheffing van liefst 62 procent verkregen.
Nergens ter wereld worden aardappelen zo efficiënt geteeld en verwerkt als in België en Nederland. Dat maakt van beide landen geduchte spelers op de wereldmarkt. Hoewel de plaatselijke bevolking in derde landen maar al te graag de ingevoerde frieten lust, liggen ze zwaarder op de maag van lokale producenten.
Dat zette zowel Brazilië als Zuid-Afrika ertoe aan om de eigen productie af te schermen met importheffingen op diepvriesfrieten. Brazilië respecteert daarbij de voorwaarden van de WTO, maar Zuid-Afrika maakt het met een (tijdelijke) heffing van 62 procent op allé ingevoerde diepvriesfrieten wel erg gortig.
"Daardoor komt de Europese uitvoer van diepvriesfrieten naar Zuid-Afrika sinds half juni en nog tot januari 2014 de facto stil te liggen", zegt Romain Cools, algemeen secretaris van de federatie voor Belgische aardappelhandelaars en -verwerkers (Belgapom). Hij rekent op de Europese Commissie en de Wereldhandelsorganisatie om de export weer vlot te trekken, maar koestert tegelijk niet veel hoop.
De Commissie gaat praten met de Zuid-Afrikaanse autoriteiten, maar heeft nog geen officiële klacht ingediend bij de WTO. "Die weg volgen, is sowieso lastig. Eer de procedure bij de Wereldhandelsorganisatie tot resultaat kan leiden, is de tijdelijke importheffing al uitgedoofd", denkt Cools. Als belangenverdediger van de Belgische aardappelketen stoort hij zich enorm aan de heffing. "Van overschotten op de Zuid-Afrikaanse markt dumpen, is geen sprake. Europese aardappelen vormen geen plotse bedreiging voor lokale productie. Toch stuurden plaatselijke verwerkers aan op de importheffing omdat hun monopoliepositie op de lokale markt ondermijnd werd."
Vreemd is dat de marktleider in Zuid-Afrika, McCain, één van de pleitbezorgers is maar zelf vanuit Argentinië instaat voor het grootste volume ingevoerde diepvriesfrieten. Lokale productie wordt blijkbaar belangrijker geacht. De druk vanwege lokale aardappelboeren die vinden dat invoer weegt op de producentenprijs speelt daarbij mogelijk een rol. "Ongepast", oordeelt Cools, "want dat hoort er nu eenmaal bij voor een land als Zuid-Afrika dat actief is op de wereldmarkt en zelf pootaardappelen, groenten, fruit en wijn exporteert."
Europa voerde in het seizoen 2010-2011 goed 35.600 ton diepvriesfrieten uit naar Zuid-Afrika en in de twee daaropvolgende seizoenen telkens een 31 à 32.000 ton. Twee derde daarvan zijn Belgische frieten. Toch is Zuid-Afrika in de export naar derde landen niet onze belangrijkste afzetmarkt, dat zijn in 2012 Brazilië (65.000 ton) en Saoedi-Arabië (50.000 ton). Bovendien wordt 80 procent van de Belgische frietexport binnen de EU verhandeld.
Dat neemt niet weg dat het wegvallen van de export naar Zuid-Afrika de Belgische aardappelindustrie raakt. "Individuele aardappelbedrijven kunnen hun afzet in Zuid-Afrika herstellen en aan de hoogste heffing ontsnappen door hun persoonlijke productiekosten aan te tonen, maar dat gaat handelvol geld kosten. De heffing aanvechten bij de WTO is zoals gezegd moeilijk door de lange procedure. Onzeker is bovendien wat dit alles op lange termijn gaat doen met onze exportpositie op Zuid-Afrika."
Cools is opgelucht dat nationale sectorfederaties bij dergelijke handelsconflicten kunnen rekenen op gemeenschappelijke belangenverdediging via de Europese sectorfederatie van aardappelverwerkers EUPPA. Dat ook de Europese Commissie bereid is om een vuist te maken voor haar aardappelindustrie, doet hem deugd.
Beeld: artemisphoto / FreeDigitalPhotos.net