nieuws

"Geen revolutie door landbouwbeleid na 2013"

nieuws
Wat met het Europees landbouwbeleid na 2013? Dat was de kernvraag van de jaarlijkse studiedag die de landbouweconomen van de Gentse universiteit woensdag organiseerden. De experten verwachten bij de volgende hervorming geen revolutie, maar eerder een verdere evolutie van de huidige beleidskoers. "Een aantal regulerende instrumenten zullen ook in de toekomst nodig zijn en daarnaast wordt het vooral belangrijk om inkomensondersteuning aan landbouwers voor de maatschappij aanvaardbaar te houden", luidde de conclusie.
5 februari 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:47
Lees meer over:

Wat met het Europees Landbouwbeleid na 2013? Dat was de kernvraag van de jaarlijkse studiedag die de landbouweconomen van de Gentse universiteit woensdag organiseerden. De experten verwachten bij de volgende hervorming geen revolutie, maar eerder een verdere evolutie van het huidige beleid.

Recent werd het EU-landbouwbeleid nog bijgestuurd door de tussentijdse 'healt check'. “Zo werd de inkomensondersteuning verder ontkoppeld van de productie en werd de modulatie opgedreven van 5 naar 10 procent", doceerde Herman Versteijlen, werkzaam bij de Europese Commissie. "Met de health check werd de cross compliance verder vereenvoudigd en uitgebreid richting waterbeheer. Voor de rest wordt het in de toekomst ook gemakkelijker om regionale accenten te leggen en wordt het marktbeleid verder afgeslankt".

De geliberaliseerde markt heeft ons doen kennismaken met sterk volatiele prijzen en hogere risico’s, erkenden de experten. "Maar deze situatie is voor niemand goed", meent Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche, "niet voor de landbouw en niet voor de rest van de voedselketen". Ook wees hij er op dat voedselzekerheid de komende jaren opnieuw een belangrijk issue wordt. "Nu lijkt dat misschien weinig waarschijnlijk, maar wees er maar zeker van dat het binnen afzienbare tijd weer hoog op de politieke agenda zal staan".

Budgettair komt er na 2013 zeker niet meer ruimte. "Jammer", aldus Vanthemsche, "want een begroting maak je in functie van het beleid dat je wil voeren. Niet omgekeerd". Bovendien zijn heel wat landen vragende partij voor een betere verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende lidstaten. "De invoering van de flat rate kan Vlaanderen heel wat middelen kosten", aldus Vanthemsche, die geen voorstander is van een dergelijk systeem. "Er moet rekening gehouden worden met de specificiteit van de regio’s".

Bij de Europese Commissie is men ervan overtuigd dat het inkomen van de Europese landbouwers verder moet ondersteund worden in plaats van de landbouwprijzen. "Die directe inkomenssteun moet omgezet worden in een inkomen voor verleende diensten. En dit gaat verder dan de cross compliance, want dat zijn uiteindelijk enkel wettelijke normen", aldus Herman Versteijlen. Het komt er op aan de inkomenssteun aanvaardbaar te maken voor de publieke opinie. "Dit zal wel een mentale omschakeling vragen bij de boer. Hij evolueert van voedselproducent naar voedsel- en milieuproducent".

"Toeslagrechten hebben in mijn ogen geen toekomst", meent Johan Heyman, hoofd van de afdeling Landbouw- en Visserijbeleid van de Vlaamse overheid. "Door de flat rate zal hun waarde wellicht 30 procent lager komen te liggen. Dat ze verhandelbaar zijn, zorgt er bovendien voor dat geld van bloeiende bedrijven naar uitbollende boeren gaat. Dat is geen goed systeem". Heyman pleit ervoor om te komen tot een bedrijfspremie die gekoppeld is aan een engagementsverklaring. "Stopt je engagement, dan stopt ook onherroepelijk de steun".

Jeroen Buysse, onderzoeker aan de Gentse universiteit, deelt die mening en gaat zelfs nog een stap verder. "Niet alleen de toeslagrechten moeten afgeschaft worden, ook de nutriëntenemissierechten. Analyses en modellen leren ons dat hun invloed op het milieubeleid beperkt is. Wanneer landbouwers aan de wetgeving over mestafzet voldoen, heeft dit evenveel ecologisch nut. Het feit dat ze verhandelbaar zijn, houdt bovendien een natuurlijke evolutie tegen. Het is allemaal geld dat wegvloeit uit de sector".

Hij waarschuwt er bovendien voor dat al deze instrumenten een groot risico inhouden voor de land- en tuinbouwers. "Wanneer landbouwers deze rechten van stoppende boeren overnemen, dan betekent dit een grote investering die een zekere afschrijftermijn vergt. De overheid kan dus niet zomaar van het ene systeem op het andere overstappen". Ook Hendrik Vandamme van ABS schaart zich achter deze stelling. "Landbouwers wachten op standvastigheid in het beleid en die is er nu zeker niet. Dat is geen goede zaak". Volgens Johan Heyman is er nog een vierde pijler van duurzaamheid: institutionele duurzaamheid. "En dat is een taak die de overheid ernstig moet nemen".

Tot slot werd er nog een hartig woordje gedebatteerd over de cofinanciering van het Europese landbouwbeleid. De kans bestaat dat niet alleen de tweede pijler aangevuld moet worden met cofinanciering, maar dat in de toekomst ook voor de eerste pijler de lidstaten middelen moeten bijpassen. Daarnaast lijkt het erop dat de 50/50-regel zal worden losgelaten. “Als lidstaten zelf meer geld moeten aanbrengen, wordt de kans groot dat ze ook meer beslissingsmacht willen", stelt Versteijen.

"De hernationalisering van het landbouwbeleid lijkt soms ook dichterbij dan gedacht. Zeker omdat het steeds moeilijker wordt om overeenstemming te bereiken tussen de lidstaten", stelt Vanthemsche. "Maar de verworvenheden van een eengemaakte markt overboord gooien, kan geen optie zijn".

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek