Europa versoepelt regels voor de-minimissteun
nieuwsDe Europese Commissie heeft het plafond voor de-minimissteun voor landbouw opgetrokken en de definitie ervan bijgewerkt. Bij de-minimissteun gaat het om steunmaatregelen van geringe omvang die niet als staatssteun worden beschouwd. “Dit laat lidstaten meer speelruimte om steun te verlenen die de concurrentie niet vervalst, zoals in spoedeisende gevallen”, zegt landbouwcommissaris Dacian Ciolos.
Momenteel is het zo dat Europa de steun die over een periode van drie belastingjaren niet meer dan 7.500 euro per begunstigde bedraagt, niet als steun beschouwt die de concurrentie vervalst of dreigt te vervalsen, zolang de steun ook niet meer bedraagt dan het voor elke lidstaat vastgestelde plafond van 0,75 procent van de productiewaarde van de landbouw.
Vanaf 1 januari 2014 wordt de definitie voor die zogenaamde de-minimissteun aangepast. Het bedrag per begunstigde wordt opgetrokken tot 15.000 euro over een periode van drie belastingsjaren. Het plafond per lidstaat wordt vastgelegd op één procent van de waarde van de inlandse landbouwproductie. In de nieuwe Europese verordening wordt ook een volledigere omschrijving gegeven van de soorten steun die binnen de werkingssfeer van de verordening kunnen vallen.
De Europese Unie ziet concurrentie als één van de belangrijkste motoren voor groei en daarom is vrije en onvervalste concurrentie één van haar grondbeginselen. De staatssteun voor de landbouwsector is gestoeld op drie beginselen. Allereerst moet de staatssteun in overeenstemming zijn met de Europese beginselen rond concurrentiebeleid. Vervolgens moet de steun ook stroken met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en tot slot moet hij verenigbaar zijn met internationale verbintenissen van de EU (WTO).