Beheerovereenkomsten botsen met 'propere' landbouwgrond
nieuwsLandbouwgrond heeft een culturele betekenis voor landbouwers, niet alleen een financiële of functionele. Boeren leiden namelijk uit de staat van de grond de kunde van hun collega af, constateren ILVO en de UGent. Een gebrek aan aandacht voor die culturele betekenis vormt een hinderpaal voor de effectiviteit van beheerovereenkomsten en de bereidheid van boeren om mee te werken.
Grond is een economische hulpbron in de ogen van een landbouwer, maar het is meer. “Het is ook een bron van trots en een indicator van status”, zeggen onderzoekers van de afdeling Landbouw en Maatschappij van ILVO en de vakgroep Landbouweconomie van de UGent. De staat van zijn grond toont namelijk de kennis en kunde van een landbouwer. Landbouwers ‘lezen’ elkaars expertise bij wijze van spreken af van het land.
Een goed onderhoud van je land – of, in hun eigen woorden, het ‘proper’ houden ervan – ligt mede daarom in een hoog schuifje bij de boeren. Die culturele waarde is onvoldoende terug te vinden in het systeem van de beheerovereenkomsten. En de landbouwers zijn in de opmaak van dat systeem ook te weinig betrokken geweest.
In beheerovereenkomsten staan specifieke voorwaarden waaraan landbouwers moeten voldoen om overheidssubsidies te ontvangen. De onderzoekers hebben die ontleed en constateren dat er impliciet verondersteld wordt dat landbouwers vooral wegens economische motieven beslissen om al dan niet blauwe en groene diensten te gaan leveren. Het zijn bovendien vooral externen, en niet zozeer de landbouwers zelf, die bepalen wat nodig is voor een goede uitvoering van die diensten.
“De voorgeschreven voorwaarden worden hiermee gesitueerd buiten de landbouwbedrijfscultuur. Zo wekken de beheerovereenkomsten de indruk dat het bedrijven van landbouw en de levering van groene en blauwe diensten niet inherent verenigbaar zijn”, waarschuwen ILVO en de UGent. “En de vraag of landbouwers hun landbouwgrond ‘proper’ kunnen houden, wordt door de beleidsmakers over het hoofd gezien.”
Het resultaat is dat de kans reëel is dat landbouwers een beheerovereenkomst niet verlengen om hun land weer in ‘propere’ staat te kunnen brengen. Deze keuze kunnen ze gemakkelijk maken aangezien de levering van blauwe en groene diensten niet in hun bedrijfscultuur is geïntegreerd. Volgens de onderzoekers kan het beter. Meer rekening houden met de culturele context waarin landbouwgrond zit ingebed, zou al helpen voorkomen dat de boeren afhaken.
Dit vereist een bereidheid om de betekeniswereld van de landbouwer binnen te stappen, en om de overeenkomsten hieraan aan te passen. “Geef landbouwers bijvoorbeeld inspraak in de wijze waarop een beheerdoelstelling moet worden behaald. En betrek hierbij ook andere belanghebbenden waarmee landbouwers – via de staat van hun landbouwgrond – willen communiceren. Dit zijn niet enkel andere landbouwers. Een belangrijke motivatie van de landbouwers om aan de beheerovereenkomsten mee te werken, bleek juist de wil om een betere relatie met bijvoorbeeld plattelandsbewoners en natuurverenigingen op te bouwen. Door ook deze belanghebbenden te betrekken in het proces, kan ervoor gezorgd worden dat de boodschap die landbouwers willen overbrengen aansluiting vindt bij de beleefwereld van deze groepen.”
In het onderzoek zijn drie innovatieve Vlaamse projecten onderzocht waarin landbouwers met behulp van een context-afhankelijke benadering gestimuleerd werden om blauwe en groene diensten te leveren. Er gebeurden vraaggesprekken met betrokken landbouwers en projectmedewerkers, en met andere belanghebbenden. We konden concluderen dat de projecten in kwestie niet per se gezien moeten worden als radicale alternatieven voor conventionele beheerovereenkomsten. De geïnterviewden gebruikten de onderzochte projecten vaak om problemen en verbeterpunten van deze beheerovereenkomsten aan te stippen.
Meer info: Vandermeulen, V., De Krom, M., Mettepenningen, E., Van Gossum, P., Dessein, J. & Van Huylenbroeck, G. (2012) Strategieën en instrumenten voor de vergoeding van publieke diensten van landbouw. Eindrapport. Project IWT Landbouwonderzoek