Vlaamse Dierenwelzijnsprijs voor onderzoek naar traansporen bij varkens
nieuwsIs er een link tussen tranen en geluk? Bij mensen uiteraard wel, maar bij varkens is dat niet geweten. Zoë Vandekerkhove (23) uit Izegem, doctoraatsstudente bij UGent, onderzocht hoe men traansporen bij varkens betrouwbaar kan analyseren op dierenwelzijn. Ze ontving daarvoor de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs van bevoegd Vlaams minister Ben Weyts (N-VA).
Traansporen bij varkens worden niet gevormd door ‘gewone’ tranen, maar door een olieachtige vochtafscheiding geproduceerd door de klier van Harder. Dit resulteert in donkere strepen onder de binnenste ooghoek van het dier. Deze vetklier in de oogkas is afwezig bij mensen, maar komt naast bij varkens ook voor bij bijvoorbeeld ratten en konijnen. Traansporen zouden bij varkens een teken van stress kunnen zijn en dus mogelijk een aanwijzing voor het dierenwelzijn, al moet dat nog verder onderzocht worden. Vandekerkhove onderzocht samen met ILVO (het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, red.) of mensen deze strepen gemakkelijk kunnen herkennen en hoe de beoordeling kan verlopen.
Uit onderzoek bleek dat de evaluaties door mensen met een beperkte training niet erg betrouwbaar zijn. Gelijke traanstrepen kregen een zeer variabele score toegewezen. Als volgende stap wordt er dus gezocht naar een manier om aan neutrale waarneming te doen. “ILVO is hiervoor onder meer aan het kijken naar AI-algoritmes. In slachthuizen hangen camera’s die via een AI-programma scores kunnen geven aan diverse welzijnsfactoren. Dat willen we ook mogelijk maken voor traanstrepen.”
Volgens Vandekerkhove staat het onderzoek naar de harderklier in de kinderschoenen. “Bij veel landbouwdieren is het zelfs onduidelijk of ze die hebben of niet”, zegt ze. “Maar muizen en ratten hebben deze klieren dus wel, en bij laboratoriumonderzoek worden deze strepen gebruikt als stressindicator voor deze dieren.”
Het is nog niet duidelijk of deze tranen ook bij varkens een aanwijzing zijn van stress. “Er is bij varkens simpelweg nog minder onderzoek naar de harderklier gebeurd dan bij muizen”, zegt Vandekerkhove.
Bijkomstig onderzoek nodig
Een extra moeilijkheid is dat deze vlekken niet permanent zijn. “Als er contact is met water of als de biggen tegen elkaar wrijven, kunnen de traanvlekken weggeveegd worden”, zegt de studente.
Volgens Vandekerkhove hebben traansporen eerder potentieel als een acute stressindicator dan een chronische. “Als de dieren grote sporen hebben in het slachthuis, kan dat liggen aan stress tijdens de wachttijd of het transport. Maar dat wil niet zeggen dat het dier in de stal een laag welzijn had”, zegt ze.
Bovendien is het nog niet helemaal geweten in welke omstandigheden varkens traanvocht produceren. “Dat we zo weinig weten over de fysiologie van de harderklier bij varkens blijft dus een struikelpunt om het te gebruiken als welzijnsindicator”, zegt Vandekerkhove. “Op het eerste gezicht zou je denken dat het eenvoudig is, want de sporen zijn visueel duidelijk en hun grootte is weinig subjectief. Maar er is nog zoveel onderzoek dat moet gebeuren.”
Prijzen voor vogel- en varkenwelzijn
Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) looft sinds 2022 de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs uit aan de beste bachelorproef en de beste masterthesis met diervriendelijk onderzoek. De jury van de prijs bestaat uit vertegenwoordigers van Dierenwelzijn Vlaanderen en de stuurgroep van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. De minister was lovend voor het werk van Vandekerkhove. "Hoe meer we weten over dieren, hoe beter we kunnen waken over hun welzijn”, zegt de minister. “Maar daarvoor hebben we kennis nodig, en dus ook onze wetenschappers.”
Bij de prijsuitreiking werd ook de bachelorproef gehuldigd van Angel Molendijk, studente Dierenzorg aan de Vives-hogeschool in Roeselare. Zij deed onderzoek naar raamslachtoffers bij vogelpopulaties. Voor haar onderzoek bekeek Angel 3.804 gevallen van zulke botsingen op basis van een dataset van het Vogelopvangcentrum in Oostende, die teruggaat tot 1984. Ze ontdekte dat het aantal botsingen in de loop van de jaren is gestegen. Ze komen het vaakst voor in de herfst, en vooral trekvogels vliegen vaker tegen ramen. In verhouding tot het aandeel in de volledige vogelpopulatie is het de houtsnip die het meest tegen ramen lijkt te vliegen, gevolgd door de goudhaan en de zanglijster. Van de opgenomen vogels wordt in Oostende uiteindelijk 55,7% weer vrijgelaten.
Vandekerkhove en Molendijk werden samen in de bloemetjes gezet in het vogelopvangcentrum in Oostende. “Proficiat aan Angel en Zoë en een dikke dankjewel aan alle studenten die zich toeleggen op dieren en hun welzijn”, aldus de minister.
Bron: Eigen berichtgeving