nieuws

Zandhovense kippenhouder blikt terug op dioxinecrisis

nieuws
Kippenhouder Wim Van Laer blikt in de Gazet van Antwerpen terug op de dioxinecrisis, die zijn bedrijf tien jaar geleden een zware opdoffer toebracht. Ze hadden toen 40.000 kuikens in hun stallen in Zandhoven lopen. "Onze dieren waren niet ziek tijdens de dioxinecrisis, maar door de malaise raakten wij ze niet meer kwijt. Een schadevergoeding hebben we nooit gezien".
30 juli 2009  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:08

Kippenhouder Wim Van Laer blikt in de Gazet van Antwerpen terug op de dioxinecrisis, die zijn bedrijf tien jaar geleden een zware opdoffer toebracht. Ze hadden toen 40.000 kuikens in hun stallen in Zandhoven lopen. "Onze dieren waren niet ziek tijdens de dioxinecrisis, maar door de malaise raakten wij ze niet meer kwijt. Een schadevergoeding hebben we nooit gezien".

Wim Van Laer (35) herinnert het zich nog alsof het gisteren was. "Het begon in de zomer van 1999, maar wij hebben het jaren later nog gevoeld", zegt hij in de Gazet van Antwerpen. Samen met zijn vrouw Peggy (39) runde hij toen een gemiddeld opfokbedrijf van 40.000 kuikens.

"Onze dieren waren niet ziek tijdens de dioxinecrisis. Alleen, de bedrijven met legkippen, onze klanten, werden wel opgeruimd en mochten niet onmiddellijk worden heropgestart. Gevolg was dat we onze kippen niet meer kwijt geraakten. Alles viel dus stil. De stallen hebben zeker vier maanden leeggestaan zodat we geen inkomen hadden. Maar de rekeningen bleven natuurlijk wél komen", aldus de kippenhouder.

"Wij hebben nadien wel officiële papieren ingevuld om een schadevergoeding te vragen bij de overheid, maar we hebben nooit één frank gezien. Omdat er bij ons geen dieren geruimd werden, hadden we volgens de overheid ook geen rechtstreekse economische schade geleden. Bijgevolg hadden we geen recht op centen. Wat we wel kregen, was controle van het Voedselagentschap".

"Die crisis houdt me 's nachts wakker", zei hij toen hierover in de krant. "De financiële gevolgen hebben we inderdaad nog jarenlang gevoeld". Maar de jongste jaren draaide de kippenhouderij weer op volle toeren. Tot die fatale vijfde augustus van vorig jaar. Toen sloeg het noodlot opnieuw toe op het bedrijf.

"We waren met het gezin op daguitstap naar Luxemburg toen mijn vader me belde op de gsm. Niet schrikken, zei hij. Het bedrijf staat in brand. Zo vlug als we konden zijn we naar huis gereden. Een verschrikkelijke rit. Het spookte voortdurend door ons hoofd dat indien we thuis waren geweest we de schade misschien hadden kunnen beperken. En dat we vooral de dieren hadden kunnen redden".

"Maar er was geen redden meer aan. Door de felle wind verspreidde het vuur zich razendsnel. Twee stallen werden volledig in de as gelegd. Duizenden scharrelkippen werden levend verkoold", zucht hij. "De echte oorzaak hebben we nooit geweten. Allicht een kortsluiting in een ruimte tussen de twee stallen".

"In de weken die volgden zijn we beginnen nadenken over hoe het nu verder moest. We konden alles opnieuw laten opbouwen met het geld dat we van de verzekering zouden krijgen. De vraag was alleen: loonde het nog wel de moeite? Grote bedrijven kunnen nog gemakkelijk overleven. De kleinere en middelgrote, zoals dat van ons, hebben het steeds moeilijker".

Uiteindelijk was de rekening vlug gemaakt. Wim werkt nu voor een bedrijf dat airco- en ventilatiesystemen installeert. "Het is wat anders dan je eigen baas zijn en de hele dag buiten lopen. Maar ik mis het leven op het kippenbedrijf niet. Ik heb leuke collega's en ben altijd de baan op". Zijn vrouw Peggy die altijd samen met hem het bedrijf heeft gerund, doet nu alleen voort. Maar dan op kleinere schaal.

De dioxinecrisis zorgde voor een schokgolf in de landbouwsector. Zeven miljoen kippen en 60.000 varkens werden geslacht en 2.000 landbouwbedrijven een tijdlang geblokkeerd. Berekeningen schatten de economische schade door de dioxinecrisis in 1999 op zo'n anderhalf miljard euro.

En dan was er ook nog de vertrouwenscrisis, niet enkel bij de Belgische consument, maar ook op de afzetmarkten die één na één de grens op slot draaiden. Met de oprichting van het Voedselagentschap, dat nu al meer dan zes jaar operationeel is, werd het mogelijk veel sneller op incidenten te reageren.

Bron: Gazet van Antwerpen

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek