GAIA beweert dat 12% kalveren vroegtijdig sterven, maar klopt dat ook?
FactcheckEen man die melk drinkt rechtstreeks uit de uier van een koe: dat is het campagnebeeld van de veelbesproken campagne ‘niet jouw melk’ van GAIA. AI-gegenereerd, uiteraard, maar ook bij het cijfermateriaal zijn er vragen te stellen. Zo beweert GAIA dat 12 procent van alle kalfjes sterven nog voor ze slachtrijp zijn. Dat strookt niet met de cijfers van Sanitel, maar echt betrouwbare cijfers over kalversterfte in Vlaanderen zijn niet voorhanden. VILT vroeg uitleg bij GAIA. De organisatie reageerde aanvankelijk niet, maar nadien wel.
GAIA heeft enkele concrete eisen voor de melkveehouderij. De organisatie vraagt dat kalveren bij hun moeder blijven tot ze minstens drie maanden oud zijn. Dit moet voor de organisatie ook de minimumleeftijd zijn waarop de dieren getransporteerd worden naar verzamelcentra. Tot slot vraagt GAIA dat kalveren altijd in groepjes worden ondergebracht, met toegang tot weiland.
Scheiden van kalfjes
Allemaal eisen met het doel tot meer dierenwelzijn, al staat alvast het scheiden van kalfjes ter discussie. Volgens diverse internationale onderzoeken levert het kalf en koe net meer stress op als dit niet onmiddellijk na geboorte gebeurt. Volgens een studie van de Wageningen Universiteit WUR heeft vroegtijdige scheiding van koe en kalf geen ernstige gevolgen voor hun welzijn. “Indien het kalf vroegtijdig van de koe wordt gescheiden en daarna buiten het zicht en het gehoor van de koe wordt gehuisvest, ontstaat er geen hechte band en blijft de stress als gevolg van vroegtijdige scheiding in de meeste gevallen achterwege”, luidt het.
Hoewel koeien er uiteraard niet gevoelloos voor zijn, wordt maternaal gedrag bij runderen vooral ontwikkeld na de geboorte. Bovendien lopen kalveren fysieke risico’s wanneer ze aanwezig blijven in een ligboxstal ontworpen voor volwassen runderen, wat deze praktijk in de gangbare veehouderij nog minder haalbaar maakt. “Het klinkt sympathiek, maar zeker in de gangbare ligboxenstallen worden de risico’s op stress alleen maar groter”, zegt onderzoeker Hans Hopster aan het magazine Veeteelt. Hoewel er voornamelijk in de biosector landbouwers zijn die zweren bij een latere scheiding en hier positieve resultaten mee boeken, is dit dus geen zwart-wit gegeven.
Kloppen de kalversterftecijfers?
Een ander element in de GAIA-campagne doet wel de wenkbrauwen fronsen. Zo stelt de organisatie dat 12 procent van de kalveren sterft nog voor ze slachtleeftijd bereiken, door GAIA aangegeven als zes maanden oud. Dit strookt echter niet met de bestaande cijferdata, al is die moeilijk voorhanden. DGZ Vlaanderen beschikt niet over cijfers rond kalversterfte. Volgens Sanitel (een door het FAVV ontwikkeld informaticasysteem, red.) ligt de sterftegraad bij kalveren aanzienlijk lager. 7,7 procent van de kalveren sterven nog voor ze een jaar oud zijn. Het aandeel van de sterfte van kalveren op de specifieke vleeskalverhouderij bedraagt zo’n vier procent.
Welke methodologie GAIA gebruikt heeft om tot 12 procent te komen, is niet duidelijk. VILT vroeg de organisatie naar de achterliggende bron voor hun cijfermateriaal, maar kreeg na een week geen antwoord. Dat bleek te wijten aan een miscommunicatie, meldt de organisatie.
De cijfers van Sanitel zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde geboortes, dus enkel de kalveren die met een oormerk zijn geregistreerd bij Sanitel. Dit cijfer bevat dus niet de kalveren die rond of kort na de geboorte sterven, alvorens ze geïdentificeerd worden. De identificatieplicht geldt ten laatste op de leeftijd van zeven dagen.
Blauwtong leidde tot tijdelijke piek
Als positieve noot is het wel zo dat het sterftecijfer bij kalveren de laatste jaren achteruit gaat. Alleen het jaar 2024 kende een opstoot met een sterftegraad van 9,2 procent. “De stijging in het percentage voor het jaar 2024 is voor een groot deel te verklaren door de opeenvolgende golven van blauwtongbesmettingen in België”, kadert het FAVV. “Blauwtong heeft immers een belangrijke impact op de gezondheid van de runderen en van hun kalveren.”
Het FAVV geeft aan dat het moeilijk is om de claims van GAIA te bevestigen of te weerleggen zonder dat de organisatie zijn methodologie kenbaar maakt. “Vergelijkingen of conclusies zijn alleen correct wanneer dezelfde definities, populaties en berekeningswijzen worden gebruikt”, klinkt het.
GAIA reageert
In een reactie aan VILT laat GAIA weten dat eerdere pogingen tot contactname in de spamfolder zijn beland. De organisatie verwijst in zijn melkveerapport naar een presentatie gepubliceerd op het Rundveeloket, waarin dr. Marcel Van Aert (Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent) stelt dat de kalversterfte rond de 12,2 procent ligt. De presentatie is niet gedateerd, al wijzen de metadata van de site naar het jaar 2013. Volgens coördinator Matthieu Frijlink van het rundveeloket is deze studie van meer dan tien jaar oud vermoedelijk gebaseerd op cijfers van de Nederlandse overheid. De cijfers uit 2013 leveren samengeteld een kalversterfte van 12,4 procent. Hetzelfde kamerstuk dat deze data weergeeft, illustreert dat de kalversterfte in Nederland 5 jaar later (2018) al gezakt was tot 10,65 procent. Officiële recentere cijfers uit Nederland zijn niet meteen vindbaar, al spreekt vakmedium thedailymilk.nl over 8,8 procent in 2022.
Om het cijfer van 12 procent te staven verwijst CEO Ann De Greef ook naar andere bronnen, zoals een evenwel gedateerde brochure die gepubliceerd werd door het Vlaams Departement Landbouw en Visserij in 2007, waar men eveneens een cijfer van 12 procent hanteert. Een Franse studie van INRAE uit 2016 die betrekking heeft op negen melkveerassen en tien vleesveerassen tussen 2005 en 2011, noteert dat de sterfte tussen nul en zes maanden varieert van 10,5 procent tot 19,2 procent, afhankelijk van het melkveeras. Een andere studie uit Frankrijk van Raboisson et al. uit 2013 spreekt over een sterfte van ongeveer 12 procent tijdens de eerste levensmaand, al is de Franse rundveehouderij niet meteen vergelijkbaar met die in Vlaanderen. De Nederlandse veehouderij is dat wel. Daarvoor verwijst De Greef naar een studie van WUR uit januari 2020, dat wel cijfers hanteert vergelijkbaar met het GAIA-rapport. Daar spreekt men over een sterftecijfer van 11,5 procent gedurende de eerste veertien levensdagen.
De Greef wijst erop dat betrouwbare, recente data rond kalversterfte niet voorhanden ligt, wat ze wijt aan een gebrek aan transparantie van de sector.
Bron: Eigen berichtgeving