Wekelijkse markt onder druk, maar boerenmarkten doen het goed
nieuwsDe dorpsmarkt was ooit de plek waar je de buren tegenkwam, op zoek naar voedingswaren of een nieuw paar kousen. Vandaag ruilen we de markt steeds vaker in voor de rayons van een supermarkt. Oude marktkramers vinden geen opvolging bij de jeugd. En wie volhoudt, ziet de klanten vaker wegblijven. Al zijn niet alle sectoren even hard getroffen, zien VVSG en de Nationale Vrije Marktkramersvereniging. “Textiel staat onder druk, boerenmarkten doen het goed”, zegt voorzitter David Vaughan.
Een job met lange uren die je vol overgave doet, maar die je door onzekerheid en instabiele verloning niet altijd aan je kinderen durft aanraden. Nee, voor één keer hebben we het niet over de landbouw, maar wel over de marktkramers. Waar de handtassenverkoper en Vlaamse nachtegaal Eddy Wally ooit symbool stond voor een florerende marktcultuur, zie je vandaag vooral desolate dorpspleinen.
Zonder marktkramers, geen markt
Marktkramer en voorzitter van de sectorfederatie David Vaughan vult al 24 jaar lege magen met verse hamburgers, maar ziet ook de markten leeglopen. Hoeveel voldoening hij ook haalt uit zijn job, de realiteit is pijnlijk voelbaar. “We hebben elkaar nodig”, zegt Vaughan. “Een goede vriend of een goede concurrent naast jou: dat maakt de markt, samen met het weer. Mensen zijn een zeker comfort gewend. Als het regent, blijven ze weg.”
Het werken in openlucht, ook bij slecht weer, is volgens Vaughan een argument dat sommige aspirant-marktkramers afschrikt. Maar de grootste boosdoener is de onzekerheid. “Je moet als jonge mens meteen zware investeringen doen”, zegt Vaughan. “Mijn marktwagen was een van de eerste met een cabine vooraan. We spreken over een budget van zo’n 100.000 euro. Daar heb je nog geen staanplaats mee. En aan het einde van de rit is je rijdende winkel niets meer waard. Een bakstenen zaak behoudt zijn waarde beter.”
Aan het einde van de rit is je rijdende winkel niets meer waard. Een bakstenen zaak behoudt zijn waarde beter
Afschaffen levende dieren heeft impact gehad
“Bovendien heb je als zelfstandige lange uren en veel onzekerheid. Mensen zien maar een klein deel van wat je als marktkramer doet”, zegt Vaughan. “Iemand met een kippenkraam zal eerst een volledige dag zijn producten voorbereiden, en daar aan het einde van de dag geen euro van zien. Die euro’s krijg je de dag erna pas, bij de verkoop. Maar blijkt het plots te regenen, dan blijven je klanten weg en heb je een probleem. Je wordt niet altijd verloond naar je werk.”
Mensen zien maar een klein deel van wat je als marktkramer doet
Ook het afschaffen van levende dierenmarkten had een impact op de marktkramers. “In Gent had je op zondag bijvoorbeeld een dierenmarkt aan het water, die is volledig opgedoekt. En op niet-dierenmarkten had je natuurlijk nog altijd mensen die kanaries verkochten. Dat zijn collega’s die zijn weggevallen, en niet meer zijn vervangen.”
Vaughan merkt ook dat veel marktkramers de job niet aan hun kinderen aanraden. “Mijn kinderen studeren voor een ander beroep. Ze zoeken een houvast en willen zeker zijn van wat ze elke maand verdienen. Dat kan niet als marktkramer.”
Boerenmarkten zeldzame uitzondering
Toch ziet Vaughan dat niet elk type markt het slecht doet, denk aan boerenmarkten. “Die lokken nog steeds een vast publiek, vooral mensen die veel bezig zijn met gezonde en lokale voeding. Dat houdt veel beter stand dan bijvoorbeeld textiel, kledij en handtassen.”
Nog een uitzondering zijn de kerstmarkten. “Daar is iedereen euforisch en doen alle sectoren het wel goed, ook textiel”, zegt Vaughan. “Er is een goede sfeer en mensen laten het geld rollen. De tijd van het jaar bepaalt veel. Ik heb mijn hamburgerkraam gediversifieerd met een stand van 22 meter aan wenskaarten. Die deed het zeer goed in de feestperiode, maar de komende twee maanden zal ik langs die weg nul inkomsten hebben. Algemeen genomen zijn de zomermaanden wel de beste, onder meer dankzij het weer.”
Data over dorpsmarkten ontbreekt, tot spijt van VVSG
De Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten VVSG ziet gelijkaardige trends, al heeft die geen hard cijfermateriaal over de marktensector. En dat is geen goede zaak, vindt Nathalie Debast, directeur Belangenbehartiging en Communicatie. “Er zijn sinds 2025 geen cijfers meer beschikbaar over het aantal marktkramers”, zegt ze. “Nadat Vlaanderen eerder (in 2024, red.) al de leurkaart afschafte (een identificatiemiddel voor marktkramers, red.), is er sinds 2025 met de nieuwe nomenclatuur van economische activiteiten (NACE) geen aparte code meer voor ambulante handel.”
Er zijn sinds 2025 geen cijfers meer beschikbaar over het aantal marktkramers
Hoewel we dus nog bijhouden wàt een onderneming verkoopt, maakt een NACE-code geen onderscheid tussen een bakstenen winkel, een onlineshop of een ‘ambulante’ zaak zoals een marktkraam. Het is volgens deze data dus onmogelijk te zeggen welke handelaar marktkramer is. Bovendien zijn marktkramers zich zo ook niet bewust van het doen en laten van hun conculega’s. “Dit heeft als mogelijk nadeel dat bij promotiecampagnes de echte marktkramers, die altijd op de markt staan, concurrentie gaan krijgen van handelaars die bij mooi weer op de markt komen”, zegt Debast.
Onzekere situatie
Maar zelfs zonder concrete cijfers, ziet het VVSG ook signalen dat de wekelijkse markt terugvalt. “Sommige markten doen het goed, maar op heel wat plaatsen zijn er veel minder marktkramers en zijn de wachtlijsten voor een plaats geslonken of verdwenen”, zegt Debast. “Sommigen stellen dan weer vast dat het aantal marktkramers stijgt. Het aantal marktkramers in Oost-Vlaanderen is de laatste tien jaar met twintig procent gestegen, staat op VRT NWS. Maar mogelijk gaat dit ook om foodtrucks die niet op wekelijkse markten gaan staan.”
Het aantal marktkramers in Oost-Vlaanderen is de laatste tien jaar met twintig procent gestegen, staat op VRT NWS. Maar mogelijk gaat dit ook om foodtrucks die niet op wekelijkse markten gaan staan
Bij gebrek aan goede data, kan VVSG ook moeilijk ingaan op de vraag van gemeenten om vacatures voor marktkramers gericht aan de man te brengen. “Wij zijn al langer vragende partij voor een bovenlokale databank waarbij vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld kunnen worden: marktkramer zoekt markt, gemeente zoekt marktkramer”, aldus Debast. Volgens haar is er dus dringend nood aan een goede database.
Het gebrek aan concrete cijfers, betekent ook waarom de media vrij tegenstrijdig berichten over het huidige marktlandschap. Waar de kranten de ene week spreken van een teloorgang, verschijnt de andere week een artikel over hoe de lokale markt floreert.
Marktkramer Vaughan blijft wel weemoedig om het veranderende marktlandschap. “Het is één van de oudste beroepen ter wereld”, zegt hij. “En de markt blijft een belangrijke ontmoetingsplaats, zeker voor de oudere generatie.”
Bron: Eigen berichtgeving