nieuws

Waarom telen Belgische bioboeren zo weinig granen?

nieuws
Jaarlijks wordt er in ons land zo’n 15.000 ton biologische granen verwerkt tot meel. Slechts vijf à tien procent van dat graan is lokaal geteeld. Het project ‘Bio zoekt keten’, een samenwerking van BioForum met ABS en Boerenbond, zocht uit hoe dat komt. Vlaamse bioboeren produceren te kleine en weinig homogene partijen die vaak de nodige kwaliteit niet halen. In Wallonië zijn er wel grotere biologische akkerbouwbedrijven die de graanteelt in de vingers hebben, zoals de coöperatie Agribio die ongeveer 200 hectare biograan teelt. De Waalse telers werken samen en ze houden de afzet steeds meer in eigen hand door te investeren in opslag, schonen en malen van het graan en zelfs in een eigen bakkerij.
17 april 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:21

Jaarlijks wordt er in ons land zo’n 15.000 ton biologische granen verwerkt tot meel. Slechts vijf à tien procent van dat graan is lokaal geteeld. Het project ‘Bio zoekt keten’, een samenwerking van BioForum met ABS en Boerenbond, zocht uit hoe dat komt. Vlaamse bioboeren produceren te kleine en weinig homogene partijen die vaak de nodige kwaliteit niet halen. In Wallonië zijn er wel grotere biologische akkerbouwbedrijven die de graanteelt in de vingers hebben, zoals de coöperatie Agribio die ongeveer 200 hectare biograan teelt. De Waalse telers werken samen en ze houden de afzet steeds meer in eigen hand door te investeren in opslag, schonen en malen van het graan en zelfs in een eigen bakkerij.

Om aan de inlandse vraag te voldoen, worden biogranen massaal ingevoerd uit landen als Frankrijk, Italië en Duitsland, maar in belangrijke mate ook uit Canada, Kazachstan, Oezbekistan en Roemenië. “Biologische maalderijen, veevoederfabrikanten en bakkers zijn nochtans vragende partij om meer inlands graan te verwerken”, schrijft Paul Verbeke, ketenmanager bij BioForum Vlaanderen en verantwoordelijk voor het project ‘Bio zoekt boer’, in een marktoverzicht van biologisch graan.

Hoewel er dikwijls getwijfeld wordt aan de geschiktheid van ons klimaat voor de teelt van bakgraan ziet Verbeke wel degelijk kansen voor de productie van (hoogwaardige) biogranen in Vlaanderen. Hij laat zich daarvoor inspireren door de Waalse coöperatie Agribio en het project B.Akkerbrood in het Limburgse Heers. Het meel voor dit brood is afkomstig van Limburgse akkers waar tien procent van het graan op het veld blijft staan als vogelvoedsel in de winter. Sedert 2012 wordt in hetzelfde kader ook biologisch gecertificeerd graan geteeld onder de naam ‘Kortweg Natuur Biomeel’. Dat wordt onder andere bij het sociale economiebedrijf De Wroeter verwerkt tot brood.

Ondanks een handvol succesverhalen komt de teelt van biograan niet van de grond in onze regio. Bioboeren leveren meestal kleine partijen die te weinig homogeen en van onvoldoende kwaliteit zijn. De afzet is nauwelijks georganiseerd. Enkele veevoederfabrikanten kopen het graan wel op”, weet Paul Verbeke, “maar ze verkiezen grotere en betere partijen.” Andere bioboeren verkopen rechtstreeks aan collega-veehouders. Aan bloemmolens worden biogranen maar sporadisch voor menselijke consumptie verkocht.

Volgens Verbeke heeft de biologische graanmarkt nood aan een ‘organisator’ van de keten. In Nederland wordt deze rol onder andere vervuld door de coöperatie AgriFirm Plant. De coöperatie levert biologische meststoffen en zaaizaden, zorgt voor de vermeerdering van het zaaigraan en de teeltbegeleiding en doet ook de collectie, opslag en commercialisatie van het geoogste graan. “Agrifirm verwerkt en verhandelt jaarlijks zo’n 12.000 à 14.000 ton biologisch graan. Het geoogste product wordt optimaal vermarkt”, steekt Verbeke zijn bewondering niet onder stoelen of banken.

De meeste maalderijen zijn bereid om Belgische biologische granen te kopen en te verwerken. Dat biedt kansen voor biologische akkerbouwers in Vlaanderen, op voorwaarde dat ze zich in sterke mate organiseren om voldoende homogene en kwaliteitsvolle partijen te kunnen aanbieden. Voor brouwgerst zijn er ook marktkansen aangezien enkele brouwerijen belang hechten aan de regionale herkomst van de gebruikte brouwgerst en mout. Naar (biologische) spelt is er internationaal een toenemende vraag, met zeer sterk gestegen prijzen tot gevolg.

De biologische veevoederfabrikanten in ons land verwerken jaarlijks zo’n 30.000 ton biograan, waarvan 30 procent granen van eigen bodem. Het biologisch lastenboek biedt kansen voor een regionale productie van biogranen. Het bepaalt namelijk dat een groot deel van de biologische veevoeders (30% voor éénmagigen en 60% voor herbivoren) die een bioboer niet op het eigen bedrijf kan telen regionaal aangekocht moeten worden.

Vooraleer een bioboer bereid is om granen te telen, zal hij uiteraard notie willen hebben van de te verwachten prijs. Voor biologische granen is er evenwel geen officiële prijsnotering zoals de gangbare graanmarkt die wel kent. “De prijsvorming is dus weinig transparant”, beseft Verbeke, “al zijn er wel enkele buitenlandse websites waar prijzen voor recente verkooptransacties gemeld worden.” Ook in ons land is er geen prijsnotering voor biograan, maar Verbeke verzamelde ter indicatie enkele prijzen uit februari. Gerst, triticale en maïs brachten toen voor een bioboer rond de 280 euro per ton op. Voedertarwe deed met 290 euro per ton nog net iets beter.

Meer info: Bio zoekt keten

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek