nieuws

VMM rolt tijdelijk ammoniakmeetnet uit

nieuws
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaat in de loop van deze maand een tijdelijk ammoniakmeetnet uitrollen. Eén jaar lang zal VMM op een honderdtal plaatsen in de speciale beschermingszones (SBZ) voor natuur de ammoniakconcentratie meten. Op die manier wil men meer wetenschappelijk inzicht verkrijgen in de verspreiding van ammoniak. De resultaten van het onderzoek zullen ook gebruikt worden om de modellen voor stikstofdispositie te verfijnen en verbeteren. Die modellen worden onder meer gebruikt om te bepalen welke veehouders code rood of oranje krijgen in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD).
11 juni 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:31
Lees meer over:

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaat in de loop van deze maand een tijdelijk ammoniakmeetnet uitrollen. Eén jaar lang zal VMM op een honderdtal plaatsen in de speciale beschermingszones (SBZ) voor natuur de ammoniakconcentratie meten. Op die manier wil men meer wetenschappelijk inzicht verkrijgen in de verspreiding van ammoniak. De resultaten van het onderzoek zullen ook gebruikt worden om de modellen voor stikstofdispositie te verfijnen en verbeteren. Die modellen worden onder meer gebruikt om te bepalen welke veehouders code rood of oranje krijgen in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD).

Landbouwers die geconfronteerd worden met de gevolgen van het huidige beleid in de vergunningsverlening, stellen volgens Boerenbond nogal eens de vraag of het hele IHD-beleid niet gebaseerd is op ‘lucht’. “Ze hebben de indruk dat ze afgerekend worden op basis van modellen waaraan zeer grote onzekerheden en onnauwkeurigheden kleven”, staat te lezen in Boer&Tuinder. “Dit project van VMM probeert deze onzekerheden en onnauwkeurigheden te verkleinen door te werken met betere en accuratere cijfers. De resultaten zullen de modellen helpen verbeteren.”

In de vergunningverlening worden diverse modellen gebruikt om de bijdrage van een landbouwbedrijf aan de stikstofdepositie te berekenen. Voor het meten van de totale hoeveelheid stikstof, opgesplitst in diverse componenten, wordt het Vlaams operationeel prioritaire stoffenmodel (VLOPS) gebruikt. Voor het berekenen van de individuele bijdrage van een landbouwbedrijf aan een kritische habitatcel, wordt het ImmissieFrequentieDistributieModel (IFDM) gebruikt.

Het is geweten dat modelberekeningen gepaard gaan met onzekerheden, maar toch bieden ze enige houvast in de vergunningverlening. Zonder modellen zou elke landbouwer individueel moeten aantonen dat zijn exploitatie geen betekenisvolle aantasting veroorzaakt op een SBZ. “Dat is niet alleen moeilijk te bewijzen, het is ook duur”, zegt Boerenbond. Daarnaast zijn modellen ook noodzakelijk voor de beleidsvoorbereiding. Ze kunnen gebruikt worden om de effecten van het huidige beleid en eventueel toekomstige beleid in te schatten.

Sinds de jaren ’70 meet men in Vlaanderen systematisch de aanwezigheid van stikstofoxiden. Ammoniak wordt nog maar sinds 2002 in de lucht gemeten op negen plaatsen in Vlaanderen en sinds 2009 op 17 plaatsen. De meeste plaatsen zijn gelegen in natuurgebieden. Ook INBO meet nog eens ammoniak in de lucht op vijf plaatsen. De totale depositie van stikstof wordt in Vlaanderen alleen voor vijf bosgebieden bepaald op basis van metingen. Omdat er nog niet zo heel veel wetenschappelijke kennis over ammoniak voorhanden is, wil VMM met dit tijdelijk meetnet de wetenschappelijke lacunes rond ammoniakverspreiding invullen.

Het verschil tussen ammoniak en stikstofoxiden bestaat erin dat een groot gedeelte van de ammoniak zich dichter bij de bron afzet, terwijl stikstofoxiden zich over een veel grotere afstand verspreiden. Het gevolg hiervan is dat de ruimtelijke spreiding van ammoniak sterk kan verschillen op regionaal en lokaal niveau. Voor stikstofoxiden speelt dit ook, maar in mindere mate. Om meer gebiedsgerichte inzichten te verkrijgen, wil VMM nu een 100-tal extra meetpunten voor ammoniak voorzien. Men wil vooral meer zicht krijgen op de concentraties van ammoniak in de verschillende speciale beschermingszones (SBZ).

Aangezien 91 procent van de ammoniakemissies in de lucht afkomstig zijn van landbouw, is de ammoniakconcentratie sterk afhankelijk van de aanwezigheid van stallen en van landbouwgrond, waar mest wordt uitgereden. Het is niet de bedoeling om een link te leggen naar individuele bronnen, maar wel om meer wetenschappelijk inzicht te krijgen. In totaal zullen er op 100 plaatsen schuthuisjes worden geplaatst met daarin drie passieve samplers. Elke sampler wordt gedurende vier weken blootgesteld aan de omgevingslucht. Het resultaat van die meting is dus een gemiddelde ammoniakconcentratie over een periode van vier weken. Uit die concentratie is het dan mogelijk om de depositie afleiden.

Bron: Boer & Tuinder

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek