"Vleesindustrie, quo vadis?"
nieuwsIn een opiniestuk stelt GAIA-voorzitter Michel Vandenbosch zich luidop de vraag welke lessen we als maatschappij zullen trekken uit het Veviba-schandaal. “Na elk nieuw schandaal luidt de klassieke reactie van hogerhand: “Nulrisico bestaat niet, er kan altijd wel iets mislopen”, aldus Vandenbosch. “Tot het volgende schandaal het land in rep en roer zet. Dan is het weer alle hens aan dek, maar ten gronde verandert er niets.”
Stopt het ooit nog met de vleesschandalen? GAIA-boegbeeld Michel Vandenbosch bedoelt de vraag retorisch. In een opiniestuk somt hij verschillende schandalen op, van de varkenspestcrisis in 1990 over de dioxinecrisis, mond- en-klauwzeer, de dollekoeienziekte, en recenter het paardenvleesschandaal, de schandalen omtrent dierenmishandeling in de slachthuizen en de fipronilcrisis. “En nu het gesjoemel bij vleesverwerker Veviba, die eerder werd aangeklaagd wegens dierenmishandeling in een van zijn slachthuizen”, aldus Vandenbosch. “Houdt het dan nooit op?”
“Het Voedselagentschap (FAVV) heeft ontegensprekelijk zijn sporen verdiend en noodzakelijke orde in de chaos van weleer gecreëerd”, geeft Vandenbosch een pluim. “Maar is er na bijna 20 jaar FAVV niet wat metaalmoeheid opgetreden? Vaart het agentschap niet beter opnieuw onder de minister van Volksgezondheid performanter horizonten tegemoet? Ik wil geen afbreuk doen aan de kwaliteit van het beleid van Denis Ducarme, maar met de federale landbouwminister als voogdijminister valt nooit uit te sluiten dat landbouweconomische en agro-industriële belangen bij de kosten-batenanalyse net iets zwaarder doorwegen dan het algemene belang.”
“Sinds de bevoegdheid dierenwelzijn bij de zesde staatshervorming werd geregionaliseerd, dierenwelzijn gescheiden bleef van landbouw en ondergebracht bij een volwaardige minister van Dierenwelzijn, die de bevoegdheid in zijn titulatuur draagt, is er een nieuwe dynamiek die bijdraagt tot een grotere politieke gevoeligheid en belangstelling voor het thema”, zo stelt Vandenbosch vast. “Dierenwelzijn staat nu hoger op de politieke agenda. België is nog lang geen aards dierenparadijs, maar hoort niet langer bij de slecht(st)e leerlingen van de klas.”
“Maar de behandeling van de meeste dieren voor de industriële vleesproductie is nog steeds ondermaats”, vindt Vandenbosch. “De verantwoordelijke beleidsinstanties beloven wel meer dierenwelzijn voor vleesproductie, maar staan niet te springen om werkelijk doeltreffende maatregelen te nemen. De nadruk ligt nog steeds op kwantiteit - exportgerichte bulkproductie boven! - ten koste van dierenwelzijn, milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid. Daarbij komt dat de retailers, die een prijzenslag voeren op het scherpst van de snee en de consument meeslepen in een race to the bottom: steeds goedkoper vlees verkopen, wat leidt tot steeds meer dierenellende.”
Voor Vandenbosch is de oplossing klaar als een klontje: minder vlees en minder dieren, van betere kwaliteit, geproduceerd met meer respect voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. “En anders: de toekomst van het vlees is in vitro of kweekvlees, op basis van dierlijke stamcellen”, besluit Vandenbosch. “Echt vlees, zonder enig verschil qua smaak en textuur. Je hoeft er geen dieren voor te slachten en het voorkomt allerlei kwalijke aspecten van vleesproductie voor het klimaat. Waarop wacht Vlaanderen om daarin te investeren?”
Bron: De Morgen