Verschil in tijdskeuzes tussen lidstaten kan EU schaden
nieuwsDe Europarlementsleden die de landbouwdossiers behartigen, mochten net als vijf andere commissies in het Europees halfrond een opinie formuleren over de omschakeling tussen zomer- en wintertijd. De wens van de bevolking – “schaf het af” – is duidelijk en daarom rest de volksvertegenwoordigers alleen de vraag hoe je dat best aanpakt. Stel het uit tot 2020, adviseert de landbouwcommissie, zodat lidstaten zich beter kunnen voorbereiden. “We moeten te allen tijde een lappendeken aan tijdsregelingen vermijden”, benadrukt Hilde Vautmans (Open Vld). “Ik kan me niet inbeelden dat we bijvoorbeeld in de Benelux drie verschillende tijdsregelingen zouden hanteren.”
Vorige zomer hield de Europese Commissie, op vraag van het Europees Parlement, een openbare raadpleging over de omschakeling tussen zomer- en wintertijd. Daaruit bleek dat een meerderheid van de bevolking de halfjaarlijkse switch van de uurwerkwijzer maar niets vindt. Het Parlement heeft oor voor de duidelijke boodschap van Europese burgers. Daarom ondersteunt het halfrond het voorstel van de Commissie om de omschakeling tussen zomer- en wintertijd te beëindigen.
Voor het bioritme van mensen en de gezondheid van dieren heeft zo’n omschakeling, of het stopzetten ervan, gevolgen. Zelfs de economie kan er last van ondervinden want het grondgebied van de lidstaten strekt zich uit over drie verschillende tijdzones. Doet elke lidstaat zijn zin zonder rekening te houden met de buurlanden, dan kan dit de eengemaakte markt verstoren. Het risico op versnippering is reëel want het komt de lidstaten toe om een standaardtijd te kiezen voor hun grondgebied.
De landbouwcommissie in het Europees Parlement adviseert om de afschaffing van winter- en zomertijd uit te stellen tot 2020 en onderstreept het belang van een gecoördineerde aanpak. Europarlementslid Hilde Vautmans (Open Vld): “De negatieve gevolgen van een onvoorbereide en niet-geharmoniseerde tijdsregeling zijn niet te overzien en kunnen de werking van de interne markt in gevaar brengen. Het uitstel dat de landbouwcommissie adviseert, geeft lidstaten de tijd om zich beter voor te bereiden en hun beslissingen te coördineren.”
Zelf is Vautmans voorstander van de zomertijd, en dus dat uurtje langer licht in de zomermaanden. Uit de openbare raadpleging bleek dat de voorkeur van velen naar de zomertijd gaat. Over zomer- en wintertijd wordt later nog gestemd in de transportcommissie. Daarna gaat het dossier naar het Europees Parlement in plenaire zitting. Ook de lidstaten moeten hierover nog beslissen.