Verlies biodiversiteit één van de grote milieuproblemen
nieuwsHet Europese milieubeleid heeft de voorbije jaren en decennia tot heel wat tastbare resultaten geleid, maar de problemen blijven zodanig groot dat er extra inspanningen en fundamentele bijsturingen nodig zijn. Gebeurt dat niet, dan kan Europa nooit zijn doelstelling halen om tegen 2050 over te stappen op een duurzaam beleid, waarbij de planeet en haar natuurlijke hulpbronnen niet verder aangetast worden. Dat is de conclusie van het dinsdag gepubliceerde vijfjaarlijkse rapport 'Het milieu in Europa' van het Europees Milieuagentschap.
De positieve gevolgen van het Europese milieubeleid zijn legio. In vergelijking met vijf jaar geleden zijn de lucht en het water schoner geworden, wordt er minder afval gestort en wordt er meer gerecycleerd. De uitstoot van broeikasgassen is sinds 1990 met 19 procent afgenomen, ondanks een stijging van de economische productie met 45 procent. Het verbruik van fossiele brandstoffen is verminderd, evenals de uitstoot van sommige vervuilende stoffen door transport en industrie. Tegelijk blijkt dat milieubescherming een goede economische investering is: tussen 2000 en 2011 is de groene industrie in Europa met meer dan 50 procent gegroeid, waardoor het één van de weinige sectoren is die ondanks de crisis bleef groeien, toont het rapport van het Milieuagentschap aan.
"Maar het laat ook zien dat we nog altijd schade toebrengen aan de natuurlijke systemen waarop onze welvaart berust", zegt de Belgische uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, Hans Bruyninckx. De aanhoudende aantasting van de ecosystemen vormt ook voor Europa's economische productie en welzijn een bedreiging. Europa ligt bijvoorbeeld niet op schema om tegen 2020 het verlies aan biodiversiteit te stoppen. Van 60 procent van de beoordeelde beschermde soorten en 77 procent van de beoordeelde habitats wordt de staat van instandhouding als ongunstig beschouwd.
Vooral de biodiversiteit van de zeeën en kustgebieden is een bijzonder punt van zorg. In de Atlantische Oceaan en de Oostzee is de overbevissing afgenomen, maar de Middellandse Zee laat met een overbevissing van 91 procent van de beoordeelde visbestanden in 2014 een ongunstiger beeld zien. Ook de klimaatverandering blijft een bedreiging vormen. Volgens het rapport zullen het bestaand beleid en de bestaande maatregelen niet volstaan om van Europa een koolstofarme economie te maken tegen 2050.
De lagere milieudruk op sommige punten is mede het gevolg van de financiële crisis van 2008 en de economische problemen die daaruit voortkwamen. Het valt af te wachten of de verbeteringen zich doorzetten. Veel milieuproblemen zijn systemisch van aard zodat er nieuwe benaderingen nodig zijn. De milieuproblematiek hangt vaak nauw samen met productie- en consumptiesystemen die van belang zijn voor het werk en levensonderhoud van grote delen van de bevolking. Veranderingen in die systemen gaan dan ook gepaard met diverse voor- en nadelen. Bovendien wordt een verbeterde doelmatigheid vaak tenietgedaan door een toegenomen consumptie. De conclusie van het rapport luidt daarom dat, hoewel het noodzakelijk is het bestaande beleid volledig uit te voeren, noch het huidige milieubeleid noch de economische en door technologie mogelijk gemaakte efficiencywinst volstaat om de visie van Europa voor 2050 te realiseren.
Het beleid moet ambitieuzer en er zijn betere kennis en slimmere investeringen nodig met als doel milieubelasting te beperken, schade te vermijden, ecosystemen te herstellen, sociaaleconomische ongelijkheid weg te nemen en te zorgen voor aanpassing aan wereldwijde trends zoals klimaatverandering en uitputting van hulpbronnen. “We hebben 35 jaar de tijd om te bereiken dat we in 2050 op een duurzame planeet leven. Dat klinkt misschien ver weg, maar om dat doel te halen moeten we nu al in actie schieten”, besluit Bruyninckx.
Bron: Belga / eigen verslaggeving