Verklaring van Amsterdam moet leiden tot meer EU-impact
nieuwsBoerenbond heeft samen met Duitse en Nederlandse collega-organisaties de ‘Verklaring van Amsterdam’ ondertekend. Die bundelt een gemeenschappelijke visie op een vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, het kader van het vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS, de nitraatrichtlijn, de Fitness Check van de Eu-Habitat- en Vogelrichtlijn en dierenwelzijn en – gezondheid. “Om je stem in Europese context te laten horen, heb je meer gewicht nodig en dat krijg je door met gelijkgezinden één stem te vormen”, legt voorzitter Piet Vanthemsche uit.
De Verklaring van Amsterdam werd ondertekend door Piet Vanthemsche als voorzitter van Boerenbond, Albert Jan Maat, als voorzitter het Nederlandse LTO en Joachim Rukwied, als voorzitter van de Duitse DBV. “De verklaring is een leidraad om gezamenlijk op te treden in internationale en Europese dossiers. De Vlaamse boeren staan immers niet alleen met hun uitdagingen en samenwerking verhoogt de insteek richting beleid. Als kleine regio wegen we vaak onvoldoende door in discussies. Door dit partnerschap brengen we daar verandering in”, klinkt het.
Topprioriteit voor de drie landbouworganisaties is de vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). “De nieuwe regels zijn complex en soms onduidelijk, vooral op vlak van vergroening. Daarom dringen we aan op een pragmatische aanpak in de controle en sanctionering van de vergroeningseisen”, zegt Vanthemsche. Volgens de Verklaring van Amsterdam moet de vergroening in het GLB pragmatischer en minder bureaucratisch. “Bovendien moet de economische rol van het GLB terug versterkt worden, want het huidige beleid is niet voldoende uitgebouwd op de toenemende marktvolatiliteit op te vangen”, aldus de organisaties.
Boerenbond, LTO en DBV verwachten ook dat het vrijhandelsverdrag tussen de VS en Europa (TTIP) waar momenteel over onderhandeld wordt, leidt tot eerlijke handel. “Eisen en verwachtingen van de Europese consument zijn van een andere aard in de VS. Eerlijke concurrentie vereist een mix van het handhaven van invoerheffingen en het invoeren van tariefquota voor gevoelige producten, equivalentie in standaarden daar waar mogelijk en het zoeken naar harmonisering van de normen op lange termijn”, leggen ze uit.
Een ander dossier dat ze samen willen aankaarten bij Europa is de nitraatrichtlijn en het daarmee verbonden mestbeleid. De Europese regelgeving houdt volgens de landbouworganisaties te weinig rekening met het verschil in bodemstructuur, klimaat en dus verschil in bedrijfsvoering tussen de diverse lidstaten. “We pleiten voor een meer flexibele implementatie van de nitraatrichtlijn waarbij rekening wordt gehouden met de nationale context. We vragen een meer coherente en geïntegreerde aanpak in de milieuwetten waarin de stikstof-, fosfor- en koolstofkringlopen samen bekeken worden”, zeggen Boerenbond, LTO en DBV.
Met de Fitness Check wil Europa een tussentijdse evaluatie maken in het kader van de EU- Habitat- en Vogelrichtlijn. De landbouworganisaties stellen vast dat de gevolgen van die Habitat- en Vogelrichtlijn voor de landbouwsector zeer groot zijn, zowel naar ruimtebeslag als naar vergunningsverlening. “Het evenwicht tussen het realiseren van de Europese natuurdoelen en de socio-economische gevolgen is zoek. We pleiten voor een bijsturing van het regelgevend kader zodat Europese natuurdoelen worden gerealiseerd in samenwerking met de landbouwsector en met respect voor de economische belangen van landbouwers en hun bedrijven”, luidt het.
Tot slot vraagt de Verklaring van Amsterdam ook op vlak van dierenwelzijn en -gezondheid een duidelijke Europese aanpak. Volgens de landbouworganisaties moeten de Europese beleidsmakers marktinitiatieven ondersteunen en faciliteren die een verbetering van het dierenwelzijn waarborgen, in plaats van dierenwelzijn af te dwingen door wetgeving. “Europa moet streven naar een gelijk speelveld binnen de Unie. Tegelijk moeten in handelsakkoorden met derden de Europese eisen inzake dierenwelzijn opgenomen worden in de ‘non-trade concerns’. Ook een Europese aanpak in kader van onderzoek naar de ontwikkeling van vaccins en vaccinatieprogramma’s is broodnodig. Enkel zo krijg je een efficiënte dierziektebestrijding binnen de EU”, klinkt het nog.