Verbruggen doorprikt wankele Kyoto-fundamenten
nieuwsHet klimaatoverleg legt zijn doelstellingen te ver in de toekomst en de emissiehandel werkt niet, evenmin als de manier waarop rijke landen armere landen steunen in hun klimaatinspanningen. De Antwerpse hoogleraar Aviel Verbruggen, die ook lid is van het VN-klimaatpanel, stelt in De Standaard een aantal alternatieven voor.
De klimaattop van Kopenhagen, die een opvolger voor het Kyoto-verdrag moet opleveren, lijkt een muis te baren. Bij Verbruggen wekt dat nauwelijks verwondering. "Een groep academici, waartoe ik behoor, stelt al jaren dat de Kyoto-aanpak van 1997 zware gebreken vertoont. Het gaat niet over enkele barstjes in de muren van de constructie, maar over onstabiele fundamenten", zegt hij.
Ten eerste hangt Kopenhagen vast aan beloftes per land om tegen 2020 broeikasgasemissies te doen dalen ten opzichte van 1990. Een bijna onmogelijke opdracht, waarschuwt Verbruggen. "Dat klinkt erg belangrijk en goed voor het klimaat, maar het is meer schijn dan werkelijkheid. Beeld je maar eens een zevenjarig kind in dat een cijfer moet vastleggen als eindgraad van zijn middelbaar onderwijs".
Bovendien zijn de emissiecijfers een vermenigvuldiging van vier grootheden: de bevolking van het land, de welvaart per persoon, de energie-intensiteit van die welvaart en de koolstofemissie van het energiegebruik. "Landen willen hun bevolking en welvaart souverein regelen: ze willen niet dat andere landen er zich mee bemoeien. De rijken wijken geen duimbreed, en de armen spiegelen zich aan hun voorbeeld. Zolang deze variabelen onderdeel van de onderhandelingen zijn, is het lastig reductiedoelen op papier te krijgen".
Volgens Verbruggen ligt de oplossing voor de hand. "Concentreer alle aandacht op de twee technische variabelen die het verschil kunnen en moeten maken: energie-intensiteit en koolstofintensiteit. En niet via ver in de tijd te bereiken doelen ten opzichte van verouderde referenties, maar via jaarlijkse vooruitgang ten opzichte van het jaar voordien. Alle gegevens om zo'n jaarlijkse meetstaat op te maken, zijn beschikbaar bij het IMF en het Internationaal Energieagentschap".
De tweede constructiefout van de klimaatonderhandelingen is de "krakkemikkige emissiehandel", zegt Verbruggen. "De uniforme emissiehandel is een theoretische droom, maar in de praktijk een nachtmerrie. Voor grote bedrijven betekent het gratis emissievergunningen, voor WWF een schijnzekerheid over afgesproken quota, voor financiële speculanten een gedroomd alibi om zwendelwinsten te boeken, voor topbureaucraten en consultants macht en status, voor het klimaat een verloren decennium".
Verbruggen pleit ervoor dat ieder land zijn eigen huiswerk maakt en zijn budgetten en takssystemen ombouwt "om een ongeziene technologische innovatie op het vlak van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op gang te trekken". Tot slot wil hij dat er werkbare mechanismen komen voor de overheveling van technologie en fondsen van de rijke naar de arme landen.
Op dit ogenblik is die rol weggelegd voor het Clean Development Mechanism, maar dat systeem is volgens de Belgische klimaatexpert erg bureaucratisch, gevoelig voor fraude en de steun komt niet bij de landen die er het meeste nood aan hebben. "Een rechtvaardige overheveling is wel mogelijk dankzij jaarlijkse en op alle landen toepasbare meestaten voor de verlaging van de intensiteiten aan energie en koolstof. Alle landen worden dan gelijkwaardig behandeld op basis van hun prestaties".
Bron: De Standaard