nieuws

Veehouderij goed voor 40 procent EU-landbouwproductie

nieuws
De veehouderij was in 2011 goed voor 40 procent van de landbouwproductie in de 27 Europese lidstaten. In totaal realiseerden vijf miljoen veeboeren dat jaar een omzet van 156 miljard euro en verorberde het Europese vee 467 miljoen ton voeder. De Europese mengvoedersector draait een omzet van 45 miljard euro. Dat blijkt uit een toekomstvisiedocument van het European Feed Technology Center.
6 maart 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:21

De veehouderij was in 2011 goed voor 40 procent van de landbouwproductie in de 27 Europese lidstaten. In totaal realiseerden vijf miljoen veeboeren dat jaar een omzet van 156 miljard euro en verorberde het Europese vee 467 miljoen ton voeder. De Europese mengvoedersector draait een omzet van 45 miljard euro. Dat blijkt uit een toekomstvisiedocument van het European Feed Technology Center (EUFETEC).

In een visietekst over de toekomst van de veevoederindustrie zet EUFETEC een aantal interessante cijfers op een rijtje. Zo blijkt dat de veehouderij verantwoordelijk is voor 40 procent van de landbouwproductie in de 27 lidstaten. De Europese veestapel verorberde in 2011 467 miljoen ton veevoeder, waarvan 151 miljoen ton geproduceerd werd door mengvoederfabrikanten.

Veevoeders zijn veruit de grootste uitgavepost voor veehouders, al zijn er grote verschillen. Op pluimveebedrijven bijvoorbeeld, vertegenwoordigt voeder 85 procent van de totale productiekost. Voor varkens is dat net geen 50 procent, voor vee amper 12 procent. Het hoge proteïnegehalte in mengvoeder is afkomstig van sojameel, doorgaans ingevoerd uit ontwikkelingslanden, en koolzaad, hoofzakelijk verwerkt door Europese maalderijen.

De totale omzet van de Europese mengvoedersector wordt geschat op 45 miljard euro. Ongeveer 110.000 mensen werken in de sector, verspreid over 4.500 bedrijven die gemiddeld 38.000 ton mengvoeder per jaar produceren. In 85 procent van de gevallen gaat het om een klein of middelgroot bedrijf.

In de toekomstvisie voor de sector tekenen zich drie grote krachtlijnen af: het optimaliseren van de nutriëntenvalorisatie, het garanderen van de gezondheid van mens en dier, en een duurzaam sociaal engagement uitbouwen. In de eerste plaats wil de sector minder grondstoffen gebruiken om dezelfde eenheid dierlijk product te produceren. Daarbij wil het ook rekening houden met het inperken van de uitstoot van broeikasgassen.

Ook het beperken van stikstof en fosfor in het veevoeder moet bijdragen tot het behalen van de milieudoelstellingen die de sector zich stelt, en ook met grondstoffen moet er spaarzamer worden omgesprongen. Zo kan bijvoorbeeld de verwerking van vis in voeders nog veel efficiënter. Tenslotte moet er ook werk gemaakt worden van een duidelijk beleid inzake dierenwelzijn. Al deze voornemens wil de sector realiseren door in te zetten op onderzoek en innovatie.

Bron: eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek