nieuws

Subsidieaandeel Europees boereninkomen in dalende lijn

nieuws
In 2014 maakte landbouwsteun in de EU minder dan 20 procent uit van het bruto-inkomen van landbouwers, een fractie minder dan een jaar eerder. Ook in andere ontwikkelde economieën neemt het belang van subsidies langzaam maar zeker af. China gaat tegen de trend in. In Europa bedroeg het subsidieaandeel in 2003 nog gemiddeld 34 procent. In de Verenigde Staten ligt dat aandeel onder de 10 procent, in Nieuw-Zeeland is het bijna onbestaande.
29 juli 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:31
Lees meer over:

In 2014 maakte landbouwsteun in de EU minder dan 20 procent uit van het bruto-inkomen van landbouwers, een fractie minder dan een jaar eerder. Ook in andere ontwikkelde economieën neemt het belang van subsidies langzaam maar zeker af. China gaat tegen de trend in. In Europa bedroeg het subsidieaandeel in 2003 nog gemiddeld 34 procent. In de Verenigde Staten ligt dat aandeel onder de 10 procent, in Nieuw-Zeeland is het bijna onbestaande.

Landbouwsteun maakte in 2014 in de Europese Unie minder dan 20 procent uit van de bruto-inkomsten van agrariërs. Daarmee komt de EU wat betreft de zogeheten “producer support estimate” ongeveer uit op het gemiddelde van alle lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Niet zo slecht dus, vanuit het vrijhandelsdogma gedacht.

Noorwegen, Zwitserland en IJsland scoren als niet-EU-lidstaten in Europa minder positief. In Noorwegen en Zwitserland bestaat respectievelijk 58 en 57 procent van het inkomen van landbouwers uit steungelden. Daarmee lijken de landen nog minder liberaal dan Zuid-Korea en Japan, die rond 50 procent rapporteren. IJsland zit net onder de 50 procent.

De EU steekt schril af tegenover ontwikkelde economieën aan de overkant van de Atlantische Oceaan. In de VS en Canada ligt de “producer support estimate” onder de 10 procent. Mexico zit op 16 procent. Maar in de EU bestaat in vergelijking met andere landen wel een relatief groot deel van de steun, meer dan de helft, uit betalingen die los staan van de huidige productie of de omvang van arealen. Deze steun wordt door de OESO zelf als minder schadelijk gedefinieerd.

Landen waar het aandeel van steun in het boereninkomen laag is, zijn niet toevallig erg competitieve landen op het vlak van landbouw. Het zijn landen met grote oppervlaktes en een gunstig klimaat voor veel typen landbouw. In Nieuw-Zeeland is steun als onderdeel van het inkomen verwaarloosbaar. In Australië, Zuid-Afrika, Chili en Brazilië ligt het percentage onder vijf procent.

Zowel voor de EU als voor de andere OESO-landen geldt dat al ruim 10 jaar sprake is van een vrijwel onafgebroken daling. In 2003 bedroeg het gemiddelde van beide gebieden ongeveer 34 procent. Een land dat tegen de stroom in gaat, is China. Hier was steun als onderdeel van het agrarisch inkomen decennialang zo goed als nul procent, maar tegenwoordig bijna 20 procent. Het land telt 1,3 miljard inwoners maar heeft een beperkt landbouwpotentieel. China zet de laatste 20 jaar toenemend in op de ontwikkeling van de eigen landbouw, waarmee het land wil voorkomen dat het te zeer afhankelijk wordt van import.

Meer info: OESO

Bron: |

In samenwerking met: Boerderij

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek