Steun houdt minstens gelijke tred met omvang biosector
nieuwsDe Standaard schreef recent dat er in Europa te weinig onderzoeksgeld voor landbouw naar biolandbouw gaat. En in het Vlaams Parlement opperde Bart Caron (Groen) dat het voor kleinschalige bioboeren nog moeilijker is om aan grond te geraken dan voor traditionele landbouwbedrijven. Daardoor wordt de suggestie gewekt dat de biosector een achterhoedegevecht levert omdat het aan overheidssteun ontbreekt. Nochtans is er in Vlaanderen vorig jaar 3,8 miljoen euro uitgetrokken voor de biosector, wat ondanks de financiële schaarste 6,7 procent meer is dan in 2013. Wat onderzoeksdotaties betreft (770.000 euro, dat is 1,7% van het totale landbouwonderzoeksbudget), wordt de sector evenredig met zijn omvang bedeeld. In Vlaanderen zijn namelijk 343 bioboeren actief op een totaal van ruim 24.000 landbouwers (1,4%). Daarbij laten we buiten beschouwing dat heel wat gangbaar landbouwonderzoek ook nuttige kennis oplevert voor bioboeren.
Hoewel de consumptie van bioproducten jaar na jaar stijgt, slaagt de sector er voorlopig niet in om aan productiezijde een groeisprong te maken. Weliswaar groeit de sector in Vlaanderen, zowel in aantal bioboeren (jaarlijks +7%) als in areaal (+5%), maar in absolute cijfers oogt biolandbouw nog altijd een mager beestje. Volgens minister van Landbouw Joke Schauvliege heeft de Vlaamse overheid de voorbije jaren belangrijke inspanningen gedaan. Zij verwijst naar de strategische plannen voor biolandbouw die voor een ommekeer hebben gezorgd. Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen) peilde specifiek naar de toegang tot grond voor bioboeren en hij vroeg zich af of de overheid dat niet kan faciliteren. Volgens de minister zijn er geen aanwijzingen dat het voor bioboeren (nog) lastiger is dan voor gangbare landbouwers om aan grond te geraken. “Feit is wel dat het voor biologische landbouw essentieel is dat de gronden voor lange tijd beschikbaar blijven. En dat is soms een knelpunt.”
Schauvliege verwijst naar het biogrondfonds ‘De Landgenoten’ dat vorige legislatuur is opgestart en daar ook overheidssteun voor gekregen heeft. Het fonds verwerft privaat kapitaal om landbouwgronden op te kopen en te verhuren aan bioboeren. Ook bij de hervorming van de pachtwetgeving wil de minister bekijken hoe de overheid kan inspelen op biolandbouw. Caron opperde dat OCMW’s en andere openbare besturen die landbouwgrond in bezit hebben iets kunnen doen voor opstartende biobedrijven. Een specifiek beleid inzake gronden in overheidseigendom is er op dit moment niet. Joke Schauvliege constateert wel dat heel wat lokale besturen op zoek zijn naar geld en bijgevolg naar een valorisatie van de gronden in hun bezit. Vaak gaat het over natuur- en bosgronden, landbouwgrond wordt weinig te koop aangeboden.
Een ander element in de ondersteuning van de biosector is het onderzoek met publieke middelen. Het aandeel van het EU-budget voor landbouwonderzoek dat naar biolandbouw gaat, is te bescheiden volgens Brits-Belgisch onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van de groene fractie van het Europees Parlement. Vorige week berichtte De Standaard daarover. In het artikel wees professor Erik Mathijs (KU Leuven) op het extra obstakel dat cofinanciering heet. “Als het gaat over biolandbouw, zorgt BioForum daarvoor. Als het gaat over gangbare landbouw is dat Boerenbond, dat veel meer middelen heeft”, klonk het toen.
Daar voegt Boerenbond graag aan toe dat het ook middelen uittrekt voor onderzoek dat biobedrijven ten goede komt. Zo ontvangt de afdeling biologische productie van Inagro 17.000 euro van Boerenbond en verleent de landbouworganisatie zijn medewerking aan het project ‘Bio zoekt boer’ en deelt het in de personeelskosten. Bovendien heeft Boerenbond al 15 jaar een bioconsulent in dienst die de biobelangen verdedigt, de gangbare landbouwers helpt bij de omschakeling en de integratie van bio in gangbare landbouw versnelt. Boerenbond zegt ook cofinanciering toe wanneer de biosector IWT-financiering probeert los te weken voor een onderzoeksproject. Daarnaast zet Boerenbond sterk in op het verder verduurzamen van de gangbare landbouw zowel op vlak van voorlichting als op vlak van onderzoeksmiddelen. Denk daarbij aan geïntegreerde gewasbescherming, erosiebestrijding, onderzoek in het kader van het mestactieplan, enz.
Wat de publieke middelen voor biolandbouw betreft, ging er in 2014 770.000 euro naar onderzoek (IWT, Departement Landbouw en Visserij, ILVO, Inagro, CCBT). Dat is ongeveer een vijfde van de in totaal 3,8 miljoen euro die voor de sector bestemd was, inclusief cofinanciering vanuit Europa. Behalve naar onderzoek gaan de middelen ook naar de ondersteuning van ketenorganisatie BioForum (670.000 euro), naar keten- en marktontwikkeling en naar vorming en promotie. Van de 3,8 miljoen euro gaat 44 procent rechtstreeks naar de bioboeren in de vorm van biohectaresteun (gemiddeld 277 euro per hectare bovenop de rechtstreekse inkomenssteun) en investeringssteun (324.000 euro die in 2014 vooral bestemd was voor enkele grote investeringsprojecten op biologische pluimveebedrijven). Zijn niet meegeteld in dat bedrag: de bijdrage in de controlekosten en het gratis bedrijfsadvies ter waarde van 311.000 euro oftewel circa 900 euro per bioboerderij.