nieuws

Standpunt lidstaten over omnibusverordening krijgt vorm

nieuws
Het Speciaal Comité Landbouw dat de besluiten van de Europese Landbouwministers voorbereidt, kan zich voor een groot stuk vinden in de zogeheten omnibusverordening zoals de Europese Commissie ze voorstelt. Aan de vier verordeningen die aan de basis liggen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) worden hiermee technische verbeteringen aangebracht die begin 2018 in werking moeten treden. Elementen waar in dit stadium weinig discussie over is, zijn bijvoorbeeld het sneller in werking stellen van het inkomensstabiliseringsinstrument, het niet hoeven op te nemen van kleine lapjes grond (<10 are) in de perceelaangifte en eenvoudiger nationale steun kunnen verlenen als de organisatiegraad in de groente- en fruitsector laag is.
13 april 2017  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:33

Het Speciaal Comité Landbouw dat de besluiten van de Europese Landbouwministers voorbereidt, kan zich voor een groot stuk vinden in de zogeheten omnibusverordening zoals de Europese Commissie ze voorstelt. Aan de vier verordeningen die aan de basis liggen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) worden hiermee technische verbeteringen aangebracht die begin 2018 in werking moeten treden. Elementen waar in dit stadium weinig discussie over is, zijn bijvoorbeeld het sneller in werking stellen van het inkomensstabiliseringsinstrument, het niet hoeven op te nemen van kleine lapjes grond (<10 are) in de perceelaangifte en eenvoudiger nationale steun kunnen verlenen als de organisatiegraad in de groente- en fruitsector laag is.

In de tweede helft van dit jaar zoeken de Europese Raad en Parlement overeenstemming over het voorstel van omnibusverordening van de Europese Commissie. Deze verordening maakt deel uit van het pakket tot herziening van de meerjarenbegroting van de EU en bevat een uitgebreid landbouwluik. Het gaat om vele kleine wijzigingen aan de vier basisverordeningen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Dat GLB moet eenvoudiger voor zowel landbouwers als lidstaten, zo is de algemene teneur in de Europese wandelgangen. De omnibusverordening vormt de tweede fase in het vereenvoudigingsproces, en volgt op een aantal vereenvoudigingsmaatregelen die de Commissie op eigen houtje doorvoert via zogenaamde gedelegeerde handelingen.

Het omnibusvoorstel is reeds herhaaldelijk besproken door de Europese landbouwministers. Zij moeten tot overeenstemming komen, net als hun collega-ministers van de andere betrokken beleidsdomeinen, waarna een algemeen standpunt van de Raad wordt bepaald waarover onderhandeld kan worden met het Europees Parlement. Over het landbouwluik heeft het Speciaal Comité Landbouw zich begin deze week gebogen ter voorbereiding van het standpunt van de Landbouwraad. Dat krijgt stilaan vorm omdat een compromistekst van EU-voorzitter Malta ruime steun geniet. Aangezien het om een hele reeks kleine wijzigingen gaat aan de verschillende aspecten van het landbouwbeleid (inkomenssteun aan landbouw, plattelandsbeleid en de gemeenschappelijke marktordening) spreekt het niet vanzelf om dit in detail te bespreken.

In grote lijnen zitten de lidstaten op dezelfde golflengte als de Europese Commissie. Het Speciaal Comité Landbouw nam bijvoorbeeld over dat het inkomensstabiliseringsinstrument sneller in werking wordt gesteld, reeds bij een inkomensverlies van 20 procent, en dat hiervoor een sectorspecifiek instrument nodig is. Voor het verlenen van nationale steun aan groente- en fruittelers in landen waar de organisatiegraad laag is, wil de omnibusverordening een eenvoudigere procedure introduceren. In landen waar veilingen en andere coöperaties niet sterk staan, hebben groente- en fruittelers minder toegang tot GMO-steun. Om de organisatiegraad in de sector te verhogen, staat de EU toe dat lidstaten de reeds bestaande producentenorganisaties financieel extra ondersteunen. Als drie opeenvolgende jaren minder dan 20 procent van de groente- en fruitproductie in een regio of land collectief door telers op de markt wordt gebracht, dan zal dit beschouwd worden als “significant onder het EU-gemiddelde”. Daarmee wordt dan het licht op groen gezet voor nationale overheidssteun.

Op een aantal ander vlakken kan het Commissie-voorstel de lidstaten niet overtuigen en willen ze er aan sleutelen. Zo vinden ze het geen goed idee om de zogeheten ‘50/50’-regel af te schaffen voor steun die niet teruggevorderd kan worden. Indien er onregelmatigheden worden vastgesteld, moeten lidstaten de Europese subsidies recupereren bij de begunstigde. Lukt dat niet, dan werd de financiële schade in het verleden zowel door de Europese als de nationale schatkist gedragen. De Europese Commissie zegt dat dit een grote administratieve last als nadeel heeft zodat ze liever ziet dat op het einde van de termijn voor terugvordering de nog openstaande bedragen volledig voor rekening van de lidstaten komen. Ze zouden dit mogen verrekenen met de centen die ze alsnog kunnen recupereren bij landbouwers.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek