Sojateelt in Vlaanderen nog niet meteen rendabel
nieuwsEen rendabele teelt van soja in Vlaanderen zal er pas komen wanneer veldproeven kunnen aantonen dat de opbrengst gevoelig kan verhoogd worden en wanneer de teelttechniek verder op punt wordt gesteld. Een proef op een veld in Poppel toonde eind 2014 immers aan dat er slechts 2,5 ton per hectare (gecorrigeerd naar 15 procent vocht, nvdr.) kan geoogst worden in praktijkomstandigheden, terwijl 4 à 4,5 ton per hectare nodig is om competitief te zijn met andere akkerbouwteelten. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw, Natuur en Omgeving Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Open Vld-parlementslid Francesco Vanderjeugd.
Eind oktober 2014 werd voor het eerst soja op praktijkschaal geoogst op een vijf hectare groot perceel in Poppel. De proef is een keteninitiatief in het kader van het transformatieproject 'De voedingsketen verduurzaamt' en werd uitgevoerd door AVEVE, in overleg met beroepsvereniging BEMEFA (mengvoederindustrie). In totaal bracht het perceel net geen drie ton per hectare op, geoogst bij een vochtgehalte van 30 procent. Dat stemt overeen met een opbrengst van ongeveer 2,5 ton per hectare aan 15 procent vocht. Bovendien was het eiwitgehalte van de sojabonen in Poppel met 32 procent iets lager dan het gemiddelde van geïmporteerde sojabonen. Daarvan schommelt het eiwitgehalte rond de 36 procent.
“Om te kunnen concurreren met andere akkerbouwgewassen zoals maïs of tarwe, moet de opbrengst van soja 4 à 4,5 ton per hectare bedragen aan 15 procent vocht”, vertelde Schauvliege in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. Nochtans waren de klimatologische omstandigheden in 2014 relatief gunstig voor de teelt van soja. Late nachtvorst in het voorjaar bleef uit en de ziektedruk bleef beperkt. “De proef toonde wel duidelijk aan dat men in Vlaanderen moet kiezen voor zeer vroeg afrijpende rassen.” Volgens de minister moet zowel gewerkt worden aan de teelttechniek, waar ILVO volop mee bezig is, als aan een opbrengstverhoging om de teelt van soja rendabel te maken in Vlaanderen. Om die reden wordt dit jaar opnieuw een praktijkproef in Poppel uitgevoerd.
Dirk Bogaerts, manager Onderzoek & Ontwikkeling bij AVEVE Veevoeding, voegt daar aan toe dat het streefdoel niet alleen een hogere opbrengst maar ook een lager vochtgehalte is. “Het voorbije seizoen was de soja te laat afgerijpt want we ambiëren een vochtgehalte van 20 procent. De geoogste soja werd vorig jaar gedroogd bij AVEVE Zaden en vervolgens door de firma Borlix uit Zeebrugge 'getoast' om de bonen beter verteerbaar te maken voor dieren. Ze werden verwerkt in varkensvoeder dat bestemd was voor varkens van 20 tot 120 kilo op het proefbedrijf van AVEVE in Poppel. Half april werden deze dieren geslacht bij Covavee en Colruyt bood het vlees aan de consument aan. Tevens gebeurde er onderzoek naar de vleeskwaliteit en smakelijkheid.” Meer details over deze proef met inlandse soja, en de bijna vijf hectare soja uit Lovenjoel die via Alpro voor humane consumptie bestemd was, worden binnenkort bekendgemaakt, na het slotevent van het verduurzamingstraject van de agrovoedingsketen.