PVL Bocholt houdt ogen op toekomst op 25ste verjaardag
nieuwsHet Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw in Bocholt blies vorige week 25 kaarsjes uit. Gedeputeerde voor land- en tuinbouw, en tevens voorzitter van het PVL, Inge Moors wees op het belang van het proefcentrum als bruggenbouwer tussen onderzoek en praktijk. Drijvende kracht achter het PVL Luc Martens blikte terug op een kwarteeuw landbouwonderzoek, maar keek ook naar de toekomst in zijn vraag aan de overheid om praktijkcentra te blijven steunen. Patricia De Clercq, afgevaardigde van minister Joke Schauvliege, kon hem in die kwestie alvast geruststellen. Zij verklaarde dat de Vlaamse overheid ook in moeilijke tijden landbouwonderzoek financieel zal blijven ondersteunen, onder meer via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.
Het Proef- en Vormingscentrum voor Landbouw (PVL) in Bocholt is naast het Proefcentrum Fruitteelt in Sint-Truiden en het PIBO in Tongeren één van de drie praktijkgerichte onderzoekscentra voor de landbouw in Limburg. De grondslagen van het PVL werden gelegd in samenwerking met het Biotechnicum, als antwoord op een behoefte aan onderzoek in de veehouderij van Noord-Limburg. Een sector die vandaag overigens goed is voor 580 melkveehouders en 480 varkenskwekers, samen 30 procent van de economische waarde binnen de land- en tuinbouw in de provincie.
Voorzitter van het PVL en gedeputeerde voor Landbouw Inge Moors, noemde het demonstratieve onderzoekscentrum een “bruggenbouwer tussen school, onderzoek en praktijk” en wees erop dat er niet te twijfelen valt aan het belang van die taak. “Enkel dankzij praktijkgericht onderzoek kunnen innovaties snel geïmplementeerd worden. Dankzij de nauwe samenwerking met het Biotechnicum, biedt het PVL bovendien een schat van informatie en inspiratie aan de leerlingen van het biotechnisch onderwijs, de landbouwers van morgen.”
Gedeputeerde Moors stond ook even stil bij de moeilijke tijden die de veehouderij door de jaren heen heeft gekend - zoals de druk op de melkprijzen, de crisis in de varkenssector en de importban van Rusland - en verkondigde dat onze veehouderij zijn gekende flexibiliteit ook in de toekomst zal moeten tonen bij nieuwe uitdagingen zoals de instandhoudingsdoelstellingen en de afschaffing van de melkquota. Zij wil het onderzoekscentrum provinciaal blijven steunen via het Agrarisch Onderzoeksfonds. “Qua toegankelijkheid is het immers essentieel dat proefcentra lokaal blijven.”
Tot slot bedankte zij Luc Martens, coördinator van het PVL, voor zijn jarenlange inzet als drijvende kracht achter het proefcentrum. Die blikte op zijn beurt terug op een kwarteeuw PVL maar keek ook vooruit naar “een grote toekomst voor de veehouderij in Vlaanderen”. Daarvoor riep hij alle proefcentra op om de samenwerkingsprotocollen uit 2008 over heel Vlaanderen na te leven. Om het “onderzoek dicht bij de landbouwer te houden” vroeg hij de overheid om praktijkcentra te blijven steunen, “ook in tijden dat geld moeilijk te vinden is”.
Hij werd door afgevaardigde van minister Joke Schauvliege, Patricia De Clerq, op zijn wenken bediend. Zij verkondigde in naam van de minister van Landbouw dat zowel fundamenteel als toegepast onderzoek en praktijkcentra “ook in moeilijke tijden ondersteund zullen worden”. De overheid maakt hiervoor gebruik van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), dat “in het verleden een efficiënt instrument gebleken is om duurzame innovaties snel in te voeren in de praktijk”. Daarbij kondigde zij drie nieuwe onderzoeksprojecten aan: voedselverlies in de varkenshouderij, vlinderbloemigen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en gezonde klauwen in melkveestallen.
Vandaag staat onze landbouwsector aan de top van Europa, aldus Patricia De Clercq, maar tegelijkertijd staan we voor enkele grote uitdagingen, zowel op basis van voedselvoorziening als veiligheid en leefmilieu. Denken we spontaan aan de instandhoudingsdoelstellingen en het PAS-beleid dat momenteel in een overgangsfase zit. Ook het vijfde mestactieplan wordt momenteel besproken met de Europese Commissie. Al is duurzaamheid niet enkel een ecologische, maar ook een economische en sociale kwestie, zo verduidelijkte de adjunct-kabinetschef Landbouw. “De huidige situatie waarin consumenten hoge eisen stellen aan hun voedsel, maar daar slechts een lage prijs voor willen betalen, is onhoudbaar. We willen hieraan werken door te sensibiliseren”. Een laatste uitdaging die de aandacht kreeg, was het transparanter maken van de hele voedingsketen.