Phytofar ongerust over criteria voor hormoonverstoorder
nieuwsDe lidstaten stemmen in met de criteria voor hormoonverstorende stoffen die de Europese Commissie voorstelt. “Een gemiste kans”, laat Phytofar namens de Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie optekenen, “want het kan leiden tot het verbieden van heel wat gewasbeschermingsmiddelen en biociden waarvan de activiteit op het hormonaal systeem gelijkaardig is aan die van alledaagse producten zoals koffie.” Phytofar staat een volledige risico-evaluatie voor, die niet alleen het gevaar maar ook de blootstelling aan de stof in ogenschouw neemt. Organisaties als Test-Aankoop en de Gezinsbond vrezen net dat hormoonverstoorders geen strobreed in de weg zal worden gelegd omdat de bewijslast voor hun schadelijk effect te hoog is.
In het bevoegde expertencomité gaven de lidstaten hun goedkeuring aan de langverwachte criteria voor hormoonverstorende stoffen. Tegen de voorgestelde criteria was verzet gerezen van consumenten- en milieuorganisaties die zich verenigden in een coalitie tegen hormoonverstoorders. In eigen land maken de Gezinsbond en Kom op tegen Kanker daar deel van uit. Zij vrezen, net zoals Test-Aankoop overigens, dat het Europese wetsvoorstel de volksgezondheid onvoldoende beschermt. Zij hopen dat het Europees Parlement de lat hoger legt en België naar het voorbeeld van landen als Denemarken en Zweden strengere regels uitwerkt.
Chemische stoffen die het menselijk hormoonsysteem kunnen beïnvloeden, zitten niet alleen in gewasbeschermingsmiddelen maar ook in alledaagse schoonmaakproducten en verpakkingsmaterialen. Frankrijk en de Scandinavische landen hanteren al langer regels voor hormoonverstoorders maar op Europees niveau bleven die uit. Na jarenlange discussies presenteerde de Commissie een voorstel met identificatiecriteria maar dat heeft de critici nooit kunnen overtuigen. Een petitie waarmee de lidstaten gevraagd werd om niet in te stemmen met het voorstel verzamelde 450.000 handtekeningen.
Deze week hebben de lidstaten er toch hun goedkeuring aan gehecht, maar van tevredenheid lijkt bij voor- noch tegenstanders van strenge regulering sprake. De Gezinsbond, Test-Aankoop en Inter-Environnement Wallonnie blijven bij hun standpunt dat de bewijslast om aan te tonen dat hormoonverstorende stoffen daadwerkelijk schadelijke gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid veel te hoog ligt. Ook de uitzondering voor insecticiden zint hen niet. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie vreest het tegenovergestelde, namelijk het verdwijnen van chemische stoffen die nuttig zijn voor de landbouw en geen bedreiging vormen voor de volksgezondheid.
De Belgische sectorfederatie Phytofar erkent de nood aan regulering en gaat akkoord met de definitie van hormoonverstoorders door de Wereldgezondheidsorganisatie, maar zegt dat de goedgekeurde criteria geen onderscheid kunnen maken tussen schadelijke stoffen en stoffen die geen bedreiging vormen. “Belangrijk hierbij zijn de potentiële effecten van elke stof, maar ook de blootstelling hieraan, de ernst en de omkeerbaarheid van de gezondheidseffecten. Deze belangrijke elementen werden echter niet opgenomen in de criteria”, klinkt het. Phytofar begrijpt niet waarom de Commissie afwijkt van het advies van haar eigen voedselveiligheidsautoriteit EFSA en van de gebruikelijke risico-evaluatie die zowel naar gevaar als naar blootstelling kijkt.
De gewasbeschermingsmiddelenindustrie hoopte op een stabiel juridisch kader, en wou liever niet afhankelijk zijn van een systeem van derogaties. Voor insecticiden houden de criteria er rekening mee ze een endocriene werking hebben maar wordt er op toegezien dat ze geen schadelijk effect hebben op gewervelden, waaronder de mens. Ze worden aan een afwijkende risicobeoordeling onderworpen, “en enkel goedgekeurd als er geen onaanvaardbare effecten zijn op niet-doelorganismen”. Over de aangebrachte veranderingen zegt Phytofar: “Ze zijn een stap richting een werkbaar voorstel, dat bovendien consistent zou zijn met de Biociden-verordening. We vertrouwen erop dat de Commissie haar engagement naar de lidstaten waarmaakt en bij de eerstvolgende mogelijkheid de discussies opstart die kunnen leiden tot een correct, en dus ook werkbaar, derogatievoorstel.”
Beeld: Cofabel