Van A.V.V. tot Arvesta: “Meerwaarde voor de boer staat ook na 125 jaar voorop”
interviewArvesta speelt al 125 jaar een prominente rol in het Belgisch land- en tuinbouwlandschap. Arvesta is gegroeid uit en verankerd in de Boerenbond-groep, via holding MRBB. “Net die verankering zorgt ervoor dat we als Belgisch bedrijf de noden en verwachtingen van de Belgische boer centraal stellen. Want de context waarin ons bedrijf opereert, mag dan steeds wijzigen, ons DNA blijft hetzelfde: landbouwers ondersteunen en hen een toekomst bieden. En nee, dat is geen verkooppraatje. In alles wat we ondernemen, staat de meerwaarde voor de boer voorop”, zegt CEO Niek Depoorter.
Weinig bedrijven in België kunnen terugblikken op 125 jaar geschiedenis. Arvesta bereikt die mijlpaal dit jaar en wil dat niet onopgemerkt laten voorbijgaan: 2026 wordt een feestjaar. Het bedrijf is vandaag de grootste toeleverancier aan de Vlaamse land- en tuinbouw. Het werd opgericht op 19 januari 1901. In de schoot van de Belgische Boerenbond zag toen de Aankoop- en Verkoop Vennootschap, kortweg A.V.V., het levenslicht. Het doel? Door samen zaden, veevoeder en andere benodigdheden aan te kopen wilden boeren zich beter wapenen tegen economische onzekerheid en betere prijzen onderhandelen.
Volgens CEO Niek Depoorter zit dat oorspronkelijke idee nog altijd in het DNA van Arvesta. “Dit jubileum is in de eerste plaats een moment om stil te staan bij waar we vandaan komen én waar we naartoe willen. We willen niet enkel met nostalgie terugblikken, maar vooral ook vooruitkijken. Wat is vandaag en morgen onze rol in een sector die onder grote druk staat? Hoe zorgen we ervoor dat we ook de komende 125 jaar succesvol blijven?”
Toch nog even terug naar het verleden, want 125 jaar geschiedenis betekent heel wat belangrijke mijlpalen. Welke momenten hebben Arvesta volgens u gevormd tot het bedrijf dat het vandaag is?
Niek Depoorter: In de eerste 20 jaar lag de focus op het samen aankopen: door krachten te bundelen, konden boeren meer power ontwikkelen en betere prijzen onderhandelen. A.V.V. was in die periode in feite een aankoopcentrale. Vanaf 1920 kwam daar eigen productie en verkoop bij, onder meer van veevoeder en zaden. Met onze veevoederfabriek in Merksem waren we pionier, zeker op die schaal. En via veredeling en vermeerdering van zaden wilden we Vlaamse boeren variëteiten aanbieden die aangepast waren aan ons lokaal klimaat en onze markt. Tegelijk ontstonden overal in Vlaanderen de Boerenbondwinkels, die je in bijna elk dorp terugvond. In de jaren ’80 volgde een professionalisering van die winkels. Een deel evolueerde naar pure retailactiviteiten, de Aveve-winkels, terwijl een ander deel zich volledig op de landbouwsector richtte.
In de jaren ’90 kenden we een sterke groei. Een volgende belangrijke mijlpaal was 2007, toen beslist werd om de focus terug te brengen naar landbouw. Aveve had toen ook retailwinkels in het diepvriessegment en activiteiten in industrial engineering, onder meer voor de farmaceutische en brouwerijsector. Die activiteiten werden afgebouwd, terwijl we via gerichte overnames in landbouw verder groeiden, zoals met Sanac en Dumoulin. De laatste belangrijke stap was de beslissing om onze structuur te professionaliseren. In 2018 brachten we al onze activiteiten samen onder één naam: Arvesta. Sindsdien groeiden we verder van een omzet van 1,2 miljard naar ongeveer twee miljard.
Onze groei loopt in binnen- en buitenland gelijk. Je kan dus niet zeggen dat onze thuismarkt minder belangrijk wordt in het geheel
Arvesta is niet alleen in België actief, maar ook in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Hoe belangrijk is de Belgische markt vandaag?
Ongeveer 72 procent van onze omzet wordt in België gerealiseerd. Dat aandeel is vrij stabiel in de tijd. De overige 28 procent halen we uit Nederland (16%), Frankrijk (8%) en Duitsland (4%). Al zijn we via onze Nederlandse activiteiten, vooral in de glastuinbouw, actief in heel de wereld. Het is niet zo dat we vandaag meer groei zien in de buitenlandse activiteiten. De groei loopt in binnen- en buitenland vrij gelijk. Je kan dus zeker niet zeggen dat onze thuismarkt minder belangrijk wordt in het geheel.
Tussen 2021 en 2025 werd 250 miljoen euro geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Komt er een nieuw investeringsprogramma?
Het is zeker de bedoeling om aan hetzelfde tempo te blijven investeren. Jaarlijks gaat het om 40 tot 50 miljoen euro. Daarmee moderniseren we onze productiesites en zetten we in op digitalisering. We willen niet alleen de eigen systemen performanter maken, maar ook tools voor landbouwers ontwikkelen. En voor onze Aveve-winkels hebben we vorig jaar een ambitieus plan goedgekeurd.
Wat houdt dat in?
Tussen 2026 en 2030 willen we jaarlijks twee tot drie nieuwe winkels openen. Tegelijk zetten we sterker in op e-commerce. Vanuit onze retailactiviteiten gaan we bovendien nadrukkelijker de brug slaan naar de landbouwsector. We willen de consumptie van lokaal en duurzaam voedsel stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan onze bakmixen waarin we het aandeel Belgische granen willen maximaliseren. Dat creëert extra afzet voor Belgische landbouwers, maar het draagt ook bij aan een positiever beeld van de sector. Als we dat verhaal explicieter naar de markt brengen en ons daar sterker mee profileren, zien wij daar zeker groeikansen in.
Bij uw aantreden op 1 januari 2024 had de groep een heel moeilijk jaar achter de rug. Waren 2024 en 2025 beter?
Toch wel. De coronajaren waren absolute topjaren voor Arvesta, maar in 2023 keerde dat door de evolutie van de grondstoffenprijzen. Net als voor veel bedrijven was dat voor ons een uitdagend jaar. In 2024 zagen we een stuk herstel, ook omdat we een aantal zaken efficiënter hebben aangepakt op de grondstoffenmarkt. Voor 2025 zijn de definitieve resultaten er nog niet, maar we verwachten dat die in lijn liggen met 2024. Door de geopolitieke toestand heeft ons glastuinbouwsegment, dat wereldwijd actief is, het moeilijk gehad met een aantal grote projecten die on hold zijn gezet. Tegelijk presteerden onze kernactiviteiten in België beter dan het jaar voordien.
De missie van Arvesta is om meerwaarde te creëren voor landbouw. Wat betekent dat concreet?
Dat betekent dat we denken vanuit de boer. In alles wat we doen, gaan we kijken wat de boer nodig heeft. Maar dan wel zonder blind te zijn voor wat bijvoorbeeld de industrie of de retail nodig hebben. Als onze oplossingen of innovatie niets bijbrengen voor de landbouwer, dan stopt het.
De afgelopen jaren heeft Arvesta heel wat overnames gedaan. Is dat een weg die de groep wil blijven bewandelen?
Groot worden is zeker geen doel op zich. Maar wie expertise wil uitbouwen en een betekenisvolle rol in de markt wil spelen, heeft nu eenmaal schaal nodig. De voorbije jaren hebben we een paar belangrijke overnames gerealiseerd. De komende periode ligt de focus daarom in de eerste plaats op het verzilveren van de synergieën die daaruit voortvloeien.
Groei moet onze expertise versterken. De grootste zijn om de grootste te zijn, daar wordt de landbouwer niet noodzakelijker beter van
Maar uiteraard houden we onze ogen open voor opportuniteiten in de markt. Of we het expliciet nastreven of niet, groei zal altijd deel uitmaken van onze strategie. Maar die groei moet onze expertise versterken. De grootste zijn om de grootste te zijn, daar wordt de landbouwer niet noodzakelijk beter van.
Wat zijn de grootste kansen en bedreigingen voor de land- en tuinbouw en hoe anticiperen jullie daarop?
De grootste bedreiging is vandaag zonder twijfel de onzekerheid. Daar kunnen wij als bedrijf maar beperkt op wegen. Die onzekerheid speelt op vlak van vergunningen, maar ook geopolitiek. Op het terrein zie je nochtans dat er een jonge generatie klaarstaat om in de landbouw te stappen. Maar een landbouwbedrijf overnemen is heel kapitaalsintensief. Als je als jonge twintiger of dertiger zo’n beslissing moeten nemen zonder de zekerheid dat je in de toekomst nog een vergunning krijgt… Dat is een enorme drempel.
Het blijft fundamenteel belangrijk dat onze overheid gaat inzien dat niet alleen defensie en energie belangrijke sectoren zijn voor onze toekomst, maar ook landbouw en voeding. Er wordt wel veel over gesproken, maar in de praktijk zien we dat administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid nog steeds een probleem zijn.
Vrezen jullie de gevolgen van het stikstofdecreet?
Dat is iets wat de we de komende maanden en jaren nauwgezet moeten opvolgen. Tot midden vorig jaar hebben we in de meeste veehouderijsectoren goede prijzen gekend waardoor de gevolgen nog niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Maar op de achtergrond zien we wel landbouwers stoppen of geen opvolging vinden. Tegelijk blijven heel wat bedrijven investeren. Maar een neerwaartse trend is onvermijdelijk.
Ziet u ook kansen?
Ik zie veel zaken die me hoopvol stemmen. We hebben in Vlaanderen hoogopgeleide landbouwers met een sterk ondernemerschap, er is specialisatie en expertise, ook bij de toeleveranciers en in het onderzoek. In vergelijking met landen als Frankrijk of Duitsland, is dat een groot verschil. Als we uitgaan van onze eigen sterktes, ben ik ervan overtuigd dat onze landbouwsector kan uitgroeien tot een belangrijke Europese speler.
Voor ons zijn partnerships het model van de toekomst: samenwerkingen op lange termijn waar iedereen beter van wordt
Daarnaast hebben we ook heel wat logistieke voordelen. Net als we een belangrijke kern van Belgische retailers en een voedingsindustrie hebben die met lokale, kwalitatieve producten willen werken. Je kan niet verwachten dat ze het dubbele van de prijs betalen, maar als ze zeker zijn van kwaliteit en een continue aanvoer, dan zijn ze wel degelijk bereid om daar een surplus voor te betalen. Dat merken we ook in de partnerships die we met Arvesta trachten op poten te zetten, zoals met Cristal (Alken-Maes), Lu Harmony (Mondelez) of met Dossche Mills. Voor ons is dat het model van de toekomst: samenwerkingen op lange termijn waar iedereen beter van wordt. Al geldt hier opnieuw: schaal is belangrijk. Zulke trajecten kan je niet uitrollen voor een handvol hectares.
Eén van die partnerships was met Alpro om een sojaketen te ontwikkelen. Dat heeft echter niet gebracht wat ervan verwacht werd. Ondertussen zijn jullie een project gestart rond gele erwten. Heeft dit meer kans op slagen?
Er zijn verschillende redenen waarom het sojaproject mislukt is. Eerst en vooral waren er te weinig erkende gewasbeschermingsmiddelen en daarnaast waren er ook onvoldoende variëteiten die zijn aangepast aan de lokale teeltomstandigheden. Daardoor bleven de kwaliteit en het rendement ondermaats. We mikten op een opbrengst van 3,5 tot 4 ton per hectare, maar dat werd niet gehaald. Dan moet je eerlijk zijn, want finaal is het de bedoeling dat de boer er beter van wordt. Daarom hebben we het project stopgezet.
We hebben nadien geëxperimenteerd met andere vlinderbloemige teelten en de teelt van gele erwten is wat ons betreft veelbelovend. Dat we erin geloven, blijkt ook uit de nieuwe fabriek de we in Mettet hebben neergezet. Dit jaar zullen landbouwers ongeveer 1.000 ha gele erwten voor ons inzaaien. Die capaciteit kan op termijn verveelvoudigen, maar we willen organisch groeien, zowel op vlak van teelt als van afzet. Want zonder werk te maken van de ketenontwikkeling komt zo’n nieuwe teelt niet van de grond.
Hoe kijkt Arvesta naar het Europese beleid en de recente versoepeling van de ontbossingswet en de duurzaamheidsrapportering?
Het beleid is te veel gebaseerd op ideologie. Onder meer de Green Deal is tot stand gekomen vanuit een dogmatisch standpunt. Europa wilde een voorbeeld zijn voor de wereld. Op basis van Excel-sheets en beweringen, al dan niet ondersteund door de wetenschap, heeft men vervolgens een aantal doelstellingen geformuleerd zonder naar de haalbaarheid op het terrein te kijken.
Vandaag is de wetgeving in Europa volledig doorgeschoten waardoor het ondernemers heel moeilijk wordt gemaakt om echt duurzaam te werken
Ik wil niet beweren dat duurzaamheid niet belangrijk is. We moeten daarin zeker stappen vooruit zetten, maar vandaag is de wetgeving in Europa volledig doorgeschoten en dat heeft voor een cascade-effect gezorgd naar Vlaanderen, waardoor het ondernemers heel moeilijk wordt gemaakt om echt duurzaam te werken.
Het uitstel van de ontbossingswet en de doelstellingen rond CSRD zijn vervelend, maar het gaat onze toekomst niet bedreigen. Het klopt dat we al heel wat stappen hadden gezet rond bijvoorbeeld ontbossingsvrije soja. Dat wordt nu niet opgeschaald zoals was voorzien.
Wat heeft Arvesta nodig om er nog eens 125 jaar bij te doen?
Dat is heel eenvoudig: succesvolle landbouwers. Zonder hen heeft Arvesta geen bestaansreden. Daarnaast mogen we nooit blijven stilstaan. We zijn vandaag een sterk bedrijf, maar we moeten de focus blijven leggen op pragmatische innovatie en concrete oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Ook 125 jaar geleden waren er heel belangrijke uitdagingen. Die zijn er vandaag opnieuw en over 125 jaar zal het niet anders zijn. Wat hetzelfde moet blijven, is ons DNA: landbouwers ondersteunen en hen toekomstperspectief bieden. Maar de context en de tools mogen dan voortdurend evolueren, onze kernopdracht, meerwaarde voor de landbouw creëren, blijft dezelfde.
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: Arvesta