Belgen en Nederlanders begonnen later aan landbouw dan rest van Europa, blijkt uit DNA-studie
nieuwsDe prehistorische bewoners van de Lage Landen maakten pas duizenden jaren later de overstap naar landbouw dan andere Europese regio’s. Dat blijkt uit grootschalig DNA-onderzoek naar 112 individuen uit de periode 8.500–1.700 voor Christus. Archeoloog Quentin Bourgeois (Universiteit Leiden) lichtte de resultaten toe in Nieuwe Feiten op Radio 1.
De studie toont aan dat de bevolking in het Rijn-Maasgebied – het huidige Nederland, België en delen van West-Duitsland – veel langer vasthield aan een bestaan als jager-verzamelaar. Opvallend: vrouwen speelden vermoedelijk een sleutelrol in de uiteindelijke overgang naar landbouw.
Europa in beweging
Tussen 6.500 en 4.000 voor Christus verspreidden landbouwers uit het Nabije Oosten zich over Europa. In veel regio’s leidde dat tot een snelle genetische omwenteling. “Op het moment dat landbouw in Europa wordt geïntroduceerd, zien we een grote genetische omslag”, zegt Bourgeois. “De vroege boeren waren waarschijnlijk talrijker dan de lokale jager-verzamelaars, die gingen geleidelijk op in de landbouwsamenlevingen. Binnen enkele eeuwen werd boerenafkomst in grote delen van Europa dominant.
Een hardnekkige jager-verzamelaarscomponent
In de Lage Landen verliep die transitie opvallend trager. DNA-analyses tonen aan dat hier een populatie bleef bestaan met ongeveer 50 procent jager-verzamelaarsafkomst – en dat zo’n 3.000 jaar langer dan elders in Europa. Waarom hield de regio zo lang vast aan het oude levensmodel?
Volgens Bourgeois ligt een deel van de verklaring in het landschap. De grote rivieren – Rijn, Maas en Schelde – creëerden een gevarieerd ecosysteem met overvloedige voedselbronnen. Jagen en verzamelen bleven daardoor rendabele strategieën. Bovendien sloeg landbouw aanvankelijk minder snel aan in het Noorden. Zelfs op de vruchtbare 'lössgronden' in Limburg duurde het nog duizenden jaren voor landbouw echt doorbrak.
Gedurende lange tijd bestonden beide levenswijzen naast elkaar. Jager-verzamelaars en boeren leefden parallel, maar stonden niet volledig los van elkaar. Er vond geleidelijk genetische uitwisseling plaats tussen beide groepen.
Vrouwen als drijvende kracht
Een van de meest opvallende bevindingen betreft de rol van vrouwen. Het vroege boeren-DNA dat in het Rijn-Maasgebied opduikt, blijkt voornamelijk via vrouwelijke lijnen te zijn binnengekomen.
“Je zou kunnen stellen dat het de vrouwen zijn die landbouw hebben binnengebracht in onze regio”, zegt Bourgeois. “Dit genetisch onderzoek wijst erop dat vrouwen mogelijk cruciale kennis en praktijken rond landbouw introduceerden in de lokale gemeenschappen.
De landbouwrevolutie verliep in de Lage Landen dus minder abrupt dan elders in Europa. Het was geen snelle vervanging van jager-verzamelaars door boeren. Maar een langdurig proces van naast elkaar bestaan, vermenging en geleidelijke verandering – met vrouwen als onverwachte sleutelfiguren in dat verhaal.