Bekroonde scriptie werpt nieuw licht op hoe de boekhouding het boerenbedrijf veranderde
nieuwsMarthe Sobry heeft de 'Pim Kooij Scriptieprijs 2025' van de Nederlandse Vereniging voor Landbouwgeschiedenis (VLG) gewonnen met haar masterthesis 'De boer: geen man met de pen in de hand, punt.' Daarin verkent ze de bedrijfseconomische boekhouding van naoorlogse landbouwers. Een opdracht met de nodige uitdagingen. “Landbouwers praten meestal niet graag over geld”, zegt Sobry.
De periode 1950-1984 ging gepaard met een forse modernisering van de landbouw, en dat was niet enkel zichtbaar op het veld. Achter de uitbreidende stallen en landbouwmachines schuilde uitvoeriger cijferwerk. Dit was cruciaal om de juiste toekomstbeslissingen te nemen voor het bedrijf.
De economische innovatie die in deze periode plaatsvond, bleef lang onderbelicht. Master in de Geschiedenis aan KU Leuven en boerendochter Marthe Sobry besloot hier verandering in te brengen. Specifiek vroeg ze zich af hoe boekhoudkundige kennis binnen de sector werd gedeeld. “In de literatuur wordt weinig aandacht besteed aan de informele, familiale en gendergerelateerde kennisnetwerkdynamieken. Terwijl in mijn thesis juist naar bovenkwam dat de familiale structuur, die vaak achter een landbouwbedrijf zit, heel belangrijk was in kenniscirculatie”, zegt Sobry.
Emancipatie langs de cijfers
Een voorbeeld is de cruciale rol die veelal is weggelegd voor de boerin. Door de mechanisatie op het landbouwbedrijf verdwenen taken die traditioneel weggelegd waren voor de vrouw op de boerderij, maar in ruil kwam de boekhouding vaak bij hen terecht. In praktijk kreeg de moeder des huizes zo de kans om mee te bepalen welke koers een landbouwbedrijf zou uitgaan. Boekhouding was op deze manier dus niet alleen een economisch, maar ook een emancipatorisch gegeven.
Die rolverdeling groeide volgens Sobry organisch. “Als de man bijvoorbeeld binnenkwam met vuile handen van op het veld bezig te zijn, had die vaak geen zin om zich nog met papierwerk bezig te houden. Bovendien werden vrouwen vaak gezien als zorgvuldiger en nauwkeuriger, en die kwaliteiten komen bij boekhouding van pas.”
Een zetje van de overheid
Hoewel het concept bedrijfseconomisch boekhouden al in diverse sectoren was ingeburgerd, waagden vele Vlaamse familiale landbouwbedrijven zich er pas relatief laat aan. “In de jaren '50 en '60 kwam de bedrijfseconomische boekhouding stilaan op gang, maar pas in de jaren '70 volgde de grote doorbraak omdat zulke boekhouding toen vanuit de overheid werd gestimuleerd. Om aanspraak te maken op investeringssteun, moest je bijvoorbeeld een bedrijfseconomische boekhouding hebben. Dat was voor veel landbouwers de hoofdreden om ermee te beginnen. Daarbij moet de kanttekening gemaakt worden dat een boekhouding die opgestart werd voor subsidiedoeleinden, vaak minder grondig was dan een administratie die werd opgestart met de intrinsieke motivatie voor bedrijfsverbetering.”
Voor de overheid was deze boekhouding ook relevant voor dataverzameling. Dat was voor veel familiebedrijven echter een heikel puntje. “Velen hielden liever geen grondige boekhouding bij omdat men vreesde dat het zou leiden tot extra belastingen. Dat vertelden ook enkele geïnterviewde landbouwers over hun collega’s. De bedrijfseconomische boekhouding waarover we spreken is nochtans geen fiscale boekhouding, maar toch leefde het idee dat de overheid informatie tegen hen zou gebruiken.”
Voortrekkers van vereenvoudiging
De geheimdoenerij rond boekhouding leidde er ook toe dat de kennisdeling vrij beperkt was. “Landbouwers praatten meestal niet graag over geld”, zegt Sobry. “Kennisdeling gebeurde wel, maar dat bleef beperkt tot bevriende landbouwers waarmee men een zeer goede band had, of de eigen familie.” Kenniscirculatie gebeurde ook via voorlichters van landbouworganisaties. “Op die manier hebben ook organisaties als Boerenbond een belangrijke rol gespeeld”, zegt Sobry. “Landbouwers zullen ook sneller vertrouwen stellen in beroepsorganisaties dan in de overheid.”
Bovendien waren landbouwers ook in het verleden pleitbezorger voor administratieve vereenvoudiging. “Het is bijvoorbeeld door de kritiek van de boeren dat de overheid beslist heeft om een eerdere moeilijke variant van bedrijfseconomische boekhouding te laten vallen”, zegt Sobry. "Boeren en boerinnen stonden dus misschien niet te popelen om een boekhouding bij te houden en hadden weinig eerdere ervaring met het onderwerp, maar het is precies door hun kritische houding dat zij de boekhoudkundige kennis indirect mee vorm konden geven."
"Dit is ook een belangrijk inzicht van mijn onderzoek. Als boeren het te moeilijk vonden of de boekhouding niet zagen zitten, gingen ze deze gewoon niet invullen", voegt Sobry nog toe. "Instellingen zoals Europa, de overheid en Boerenbond maakten wel graag gebruik van de data die zij via de boekhouding verzamelden over de stand van zaken in de landbouw. Daarom waren zij ook bereid wat pragmatische aanpassingen te doen en de boekhoudingen bijvoorbeeld eenvoudiger te maken om in te vullen om zo boeren te motiveren." Bovendien benadrukt dit volgens haar ook mooi dat de boer een actor was en niet zomaar passief in het kennisnetwerk stond. "Dat is belangrijk om te beseffen."
Originele onderwerpkeuze
De volledige scriptie van Sobry is te lezen op landbouwgeschiedenis.nl, de website van de Nederlandse Vereniging voor Landbouwgeschiedenis (VLG) die Sobry gehuldigd heeft voor haar werk. De jury prees Sobry vanwege de originele onderwerpkeuze, de stevige inbedding in de literatuur, het omvangrijke onderzoek van diverse brontypen, de vernieuwende invalshoeken, heldere analyses en relevante conclusies. “Het onderzoek is een fraaie bijdrage aan ons vakgebied”, aldus de jury.
Bron: Eigen berichtgeving